Getypte zakelijke brief (waarschijnlijk een doorslag).
Origineel
Getypte zakelijke brief (waarschijnlijk een doorslag). 25 november 1940. Onbekend (ondertekend door "De Directeur", mogelijk van een gemeentelijke dienst). Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau, O.Z. Achterburgwal 213, Amsterdam-Centrum. (Handgeschreven: Verzonden 25/11)
HG.
het Hoofd van het Gemeentelijk
Materialenbureau,
O.Z.Achterburgwal 213,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.
100/6/18 M. 25 November 1940.
Naar aanleiding van Uw brief No.5/18 G.M.B.d.d. 20
November jl. deel ik U mede, dat door mijn dienst gedurende de
maand December 5 liter petroleum noodig zal zijn.
De Directeur, De brief is een korte, formele mededeling betreffende de brandstofbehoefte van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst. Het meest opvallende aan dit document is de minimale hoeveelheid waar het om gaat: slechts 5 liter petroleum voor een gehele maand. Dit illustreert de verregaande mate van bureaucratie en de noodzaak tot nauwkeurige verantwoording van schaarse middelen tijdens de bezettingsjaren. De afkorting "G.M.B.d.d." in de tekst staat voor "Gemeentelijk Materialenbureau de dato" (gedateerd op). Het document dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Al vrij snel na de invasie ontstonden er tekorten aan diverse grondstoffen en brandstoffen, waaronder petroleum. Petroleum werd in die tijd nog veelvuldig gebruikt voor verlichting en kooktoestellen. Om de schaarse voorraden te beheren, werd de distributie strak gereguleerd via instanties zoals het Gemeentelijk Materialenbureau. Overheidsdiensten moesten, net als burgers, hun behoefte opgeven en verantwoorden om in aanmerking te komen voor een toewijzing. Dit document is een direct bewijs van deze vroege oorlogseconomie en de bijbehorende rantsoenering. O.Z. Achterburgwal
Samenvatting
De brief is een korte, formele mededeling betreffende de brandstofbehoefte van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst. Het meest opvallende aan dit document is de minimale hoeveelheid waar het om gaat: slechts 5 liter petroleum voor een gehele maand. Dit illustreert de verregaande mate van bureaucratie en de noodzaak tot nauwkeurige verantwoording van schaarse middelen tijdens de bezettingsjaren. De afkorting "G.M.B.d.d." in de tekst staat voor "Gemeentelijk Materialenbureau de dato" (gedateerd op).
Historische Context
Het document dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Al vrij snel na de invasie ontstonden er tekorten aan diverse grondstoffen en brandstoffen, waaronder petroleum. Petroleum werd in die tijd nog veelvuldig gebruikt voor verlichting en kooktoestellen. Om de schaarse voorraden te beheren, werd de distributie strak gereguleerd via instanties zoals het Gemeentelijk Materialenbureau. Overheidsdiensten moesten, net als burgers, hun behoefte opgeven en verantwoorden om in aanmerking te komen voor een toewijzing. Dit document is een direct bewijs van deze vroege oorlogseconomie en de bijbehorende rantsoenering.