Besluit (Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders).
Origineel
Besluit (Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders). 22 november 1940. [Stempel linksboven:] Nº 2C/1/4 M. 1940 27/11
[Handgeschreven rechtsboven:] Marktw.
Overeenkomst opslag vat- en stapelgroenten in a.s. winter.
No. 979 L.M. 1940.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 22 November 1940.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van het Marktwezen d.d. 16 November 1940, No. 2 C/1/3 M.;
B e s l u i t e n :
I. dat in zake de voorraadvorming van stapel- en vatgroenten in den a.s. winter door de Gemeente met de heeren W.F. Dijkstra, G. Kramer, F. Draaisma en J. Wijnschenk een overeenkomst zal worden aangegaan als in de hierbij behoorende bijlage is opgenomen;
II. dat het bedrag van ƒ. 6110.- genoemd in art. VI der onder I bedoelde overeenkomst, ten laste gebracht zal worden van het bij Raadsbesluit van 12 Juni 1940, No. 259, toegestane krediet van ƒ. 500.000.- 'voor de bestrijding van uitgaven, niet bij de begrooting voorzien, voor zoover die geacht kunnen worden veroorzaakt te zijn door de buitengewone omstandigheden, waarin de gemeente verkeert ten gevolge van den uitgebroken oorlog".
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (4 stuks), Financiën (2 stuks) en Algemeene Zaken.
S. [Paraaf]
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
[Handgeschreven linksonder:]
origineele contract wordt op Raadhuis gemaakt.
[Handgeschreven rechtsonder, berekening:]
6110.-
750.-
6860.-
[Rechtsonder in de hoek:] ZC (of 2C) Dit document betreft een formeel besluit van het Amsterdamse college van Burgemeester en Wethouders (B&W) om een contract aan te gaan met vier particuliere heren (Dijkstra, Kramer, Draaisma en Wijnschenk) voor de opslag van wintervoorraden groenten.
De tekst valt op door de ambtelijke nauwkeurigheid en de verwijzing naar een specifiek noodfonds. De kosten (6110 gulden) worden gedekt uit een krediet van een half miljoen gulden dat op 12 juni 1940 – slechts een maand na de Duitse inval – door de gemeenteraad werd vrijgemaakt voor onvoorziene oorlogsuitgaven.
De handgeschreven notitie onderaan verduidelijkt dat het officiële contract nog op het stadhuis moet worden opgesteld. De rekensom rechtsonder suggereert een bijkomende post van 750 gulden, wat het totaal op 6860 gulden brengt. Het document dateert van november 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. Voedselvoorziening was in deze periode een kritiek punt van zorg voor het stadsbestuur. De term "stapel- en vatgroenten" verwijst naar houdbare groenten (zoals kool en aardappelen) en ingelegde groenten die essentieel waren om de winter door te komen wanneer verse aanvoer schaars was.
De wethouder die het voorstel indiende, was verantwoordelijk voor een opmerkelijke combinatie van portefeuilles: Levensmiddelen, maar ook de "Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen". Dit toont hoe de crisisorganisatie van de stad destijds was ingericht, waarbij vitale burgerzaken onder één bewind kwamen te vallen om de distributie en hygiëne in oorlogstijd te beheersen. De ondertekenaar "Van Lier" was de gemeentesecretaris mr. dr. G.A. van Lier.