Concept-overeenkomst / Besluit van Burgemeester en Wethouders.
Origineel
Concept-overeenkomst / Besluit van Burgemeester en Wethouders. 22 november 1940 (volgens koptekst), november 1940 (datumveld onderaan). [Koptekst linksboven in stempel/typschrift:]
Behoort bij besluit van Burgemeester en
Wethouders van 22 November 1940, No. 979 LM.
De Secretaris,
De ondergetekenden:
De Gemeente Amsterdam ten deze vertegenwoordigd door haar
Burgemeester, hierna te noemen: Partij ter eene zijde
en
1.
2. enz.
hierna te noemen partijen ter andere zijde,
In aanmerking nemende, dat het in het belang van de voedselvoor-
ziening noodig is zorg te dragen, dat in het naderende wintersei-
zoen een voorraad vat- en stapelgroenten op de Centrale Markt te
Amsterdam aanwezig is en wordt bewaard,
zijn overeengekomen en komen hierbij overeen, als volgt.
Artikel I.
Partijen ter andere zijde zullen voor eigen rekening en risico
op de Centrale Markt te Amsterdam opslaan en aldaar gedurende de
in artikel II te noemen periode opgeslagen houden:
250.000 kg. rapen,
100.000 kg. uien,
150.000 kg. wortelen,
1.100 vaten vatgroenten, nl. 200 vaten snijboonen,
[handgeschreven: 170] ~~200~~ vaten spercieboonen,
[handgeschreven: 230] ~~200~~ vaten andijvie en
500 vaten zuurkool.
De in het vorige lid genoemde soorten stapel- en vatgroenten
moeten zijn van goede kwaliteit; partijen ter andere zijde zijn ver-
plicht - voor zoover dit voor het behoud van een voorraad groenten
van goede kwaliteit noodig is - door vervanging van opgeslagen
groenten door eenzelfde hoeveelheid nieuw-aangevoerde groenten
van dezelfde soort en qualiteit, alsmede door regelmatige verzor-
ging der opgeslagen partijen, voor het houden van den voorraad in
goeden staat zorg te dragen.
Artikel II.
De periode, gedurende welke de in artikel I omschreven voor-
raden op de Centrale Markt te Amsterdam aanwezig moeten zijn, loopt
van 15 December 1940 tot en met 31 Januari 1941, met dien verstande
dat partij ter eene zijde bevoegd is, wanneer dit naar haar oordeel
door weersomstandigheden wenschelijk wordt gemaakt, te bepalen, dat
de bedoelde periode zal doorloopen tot uiterlijk 15 Februari 1941.
Indien ten gevolge van weers- of andere omstandigheden, de
aanvoer naar Amsterdam van vat- en/of stapelgroenten tijdens de in
het eerste lid genoemde periode stagnatie ondervindt, waardoor,
naar het oordeel van partij ter eene zijde, gevaar voor gebrek aan
deze groenten dreigt te ontstaan, kan zij aan partijen ter andere
zijde opdragen door haar, partij ter eene zijde te bepalen hoeveelhe-
den van den voorraad te verkoopen, opdat deze, zoodoende, ter be-
schikking komen van de bevolking van Amsterdam.
Artikel III.
De in artikel I omschreven voorraden, welke op de Centrale Markt
te Amsterdam voor rekening en risico van partijen ter andere zijde
zullen worden opgeslagen, worden door dezen gedurende de in artikel
II genoemde periode, in bewaring gegeven aan partij ter eene zijde,
onverminderd de verplichting van partijen ter andere zijde, om voor
een goede verzorging van de voorraden zorg te dragen, ter zake waar-
van partij ter eene zijde geenerlei aansprakelijkheid aanvaardt.
[Pagina 2]
Partij ter eene zijde is bevoegd van de in bewaring gege-
ven voorraden aan partijen ter andere zijde alleen die hoeveel-
heden terug te geven, welke op grond van bepalingen van deze
overeenkomst voor aflevering of vervanging in aanmerking ko-
men.
Bij vervanging geschiedt de teruggave door partij ter eene
zijde zooveel mogelijk alleen tegen afgifte door partijen ter
andere zijde van eenzelfde hoeveelheid van dezelfde soort
groenten, die alsdan door partij ter eene zijde, overeenkomstig
dit artikel, verder zullen worden bewaard.
Artikel IV.
Indien, naar het oordeel van partij ter eene zijde, de
prijzen, waarvoor goederen van de in artikel I omschreven voor-
raden worden verkocht, te hoog zijn, is zij bevoegd te bepalen,
tegen welke prijzen deze goederen moeten worden verkocht.
Partij ter eene zijde zal van de in het vorige lid gegeven
bevoegdheid alleen gebruik maken, gehoord het advies van een
commissie bestaande uit de directeuren van den Centralen
Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening en van het Marktwe-
zen der Gemeente Amsterdam, alsmede uit de heeren W.F. Dijkstra
(partij ter andere zijde no. ...) en G. Kramer (partij ter andere
zijde no. ...), of, bij ontstentenis van een dezer of van bei-
den, in de eerste plaats den heer F. Draaisma (partij ter ande-
re zijde no. ...) ; in de tweede plaats den heer J. Wijnschenk
(partij ter andere zijde (no. ...), in de derde plaats een of
twee der overige partijen ter andere zijde, die daartoe in dat
geval door partij ter eene zijde zullen worden uitgenoodigd en
verplicht zijn die uitnoodiging te aanvaarden.
Artikel V.
Partijen ter andere zijde zijn, tegenover partij ter eene
zijde, hoofdelijk voor de juiste naleving dezer overeenkomst
aansprakelijk.
Artikel VI.
Bij het einde van de in artikel II lid 1 genoemde periode
zal partij ter eene zijde aan de gezamenlijke partijen ter andere
zijde - indien dezen de onderhavige overeenkomst op juiste wijze
zijn nagekomen - betalen een bedrag van zes duizend een honderd
en tien gulden (f. 6110.-), ter vergoeding van alle door
partijen ter andere zijde ter nakoming van deze overeenkomst
gemaakte kosten en eventueel geleden verliezen.
Aldus opgemaakt in duplo te Amsterdam, den [leeg] November
1940.
S.
u.
Partij ter eene zijde:
De Gemeente Amsterdam,
voor haar: De Burgemeester
Partij ter andere zijde:
1.
2.
3.
4. * Juridische structuur: Het betreft een dwingende overeenkomst waarbij de gemeente Amsterdam de regie neemt over de voedselvoorraad. De handelaren dragen het risico van de goederen, maar de gemeente bepaalt wanneer en tegen welke prijs er verkocht moet worden (Artikel II en IV).
* Kwanteit: Het gaat om aanzienlijke hoeveelheden: 500.000 kg aan stapelgroenten (rapen, uien, wortelen) en 1.100 vaten aan ingemaakte groenten. Dit wijst op een grootschalige operatie om de stedelijke bevolking van basisbehoeften te voorzien.
* Correcties: In Artikel I zijn de hoeveelheden sperziebonen en andijvie handmatig aangepast (van 200 naar respectievelijk 170 en 230 vaten), wat duidt op een definitieve afstemming van de beschikbare voorraden vlak voor het bezegelen van het contract.
* Financiële prikkel: Artikel VI voorziet in een collectieve vergoeding van f. 6110,- aan de handelaren, mits zij zich aan de afspraken houden. Dit fungeert als een 'beheersvergoeding' of compensatie voor het verlies van vrije markthandel. * Historische periode: November 1940. Nederland is sinds mei 1940 bezet door Nazi-Duitsland. Hoewel de beruchte 'Hongerwinter' pas jaren later plaatsvond, was de voedselvoorziening direct vanaf het begin van de bezetting een punt van grote zorg voor het gemeentebestuur.
* Bestuur: De burgemeester van Amsterdam was op dat moment nog Willem de Vlugt (hij werd in 1941 vervangen door de pro-Duitse Edward Voûte). Het document weerspiegelt de poging van het civiele apparaat om de orde en de volksgezondheid te handhaven onder bezettingsomstandigheden.
* De Centrale Markt: Gelegen in de Jan van Galenstraat, was dit het logistieke hart van de Amsterdamse voedseldistributie. De concentratie van voorraden op één plek maakte overheidscontrole effectiever.
* Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening: Dit was een cruciaal orgaan tijdens de oorlogsjaren dat toezag op de distributie en rantsoenering om hamsteren en zwarte handel tegen te gaan.