Archiefdocument
Origineel
(De transcriptie volgt de spelling en doorstalingen van het origineel)
[Linksboven:] 13/12/40 [paraaf]
[In rood:] 2C/1/1011
[Rechtsboven:] A'dam, 11/12 1940
Den Heer Rijks~~t.v.~~inspecteur
van het Verkeer
Beursgebouw
Damrak
Onder referte aan het onderhoud,
dat de [tussenvoeging: de heer Brouse,] bedrijfschef van mijn dienst
op 11 December jl ~~met Uwen~~ met [tussenvoeging: den] heer Kaan ([tussenvoeging: Voorzitter der Adviescomm]) heeft gehad
verzoek ik U beleefd mij te willen
bevestigen, dat 2000 L. Benzine
voor den dienst van het Slachtwezen
zal worden ~~wordt~~ gereserveerd, waarover deze
dienst kan beschikken, indien in
uiterste noodzaak, tijdens een
eventueele vorstperiode, kool kwant.
worden vervoerd uit Noord Holland
naar de Centrale Markt te Amsterdam.
Een en ander houdt verband met de
voedselvoorziening van de stad.
Voor de door U te dezer verleende
medewerking betuig ik U hierbij mijn dank.
[Horizontale streep]
voor de goede orde
+ de toezegging van den heer Kaan
[Onleesbare paraaf/handtekening] * Handschrift: Het betreft een zakelijk, cursief handschrift uit de vroege twintigste eeuw, geschreven met een vulpen. De tekst bevat diverse correcties en toevoegingen tussen de regels, wat duidt op een concept of een nauwgezet bijgewerkte kladversie.
* Kernboodschap: De schrijver verzoekt om een schriftelijke bevestiging van een mondelinge toezegging voor een noodvoorraad van 2000 liter benzine. Dit is een aanzienlijke hoeveelheid voor die tijd.
* Logistiek: De brandstof is specifiek bedoeld voor het transport van kool (een cruciaal winterproduct) van de teeltgebieden in Noord-Holland naar de Centrale Markt in Amsterdam. Dit transport zou normaliter waarschijnlijk via de vloot (waterwegen) gaan; de benzine is nodig voor het geval het water dichtvriest en er uitgeweken moet worden naar vrachtwagens. Het document dateert van december 1940, tijdens de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland. Brandstof was reeds zeer schaars en stond onder streng toezicht van de Rijksinspectie voor het Verkeer. De voedselvoorziening in de grote steden was een prioriteit voor zowel het Nederlandse bestuur als de bezetter om onrust onder de bevolking te voorkomen.
De genoemde "Heer Kaan" was de voorzitter van de Adviescommissie die moest beslissen over de toewijzing van dergelijke schaarse middelen. Het document illustreert de bureaucratische realiteit van oorlogstijd, waarbij voor de meest basale logistieke processen — zoals het voorkomen dat de stad zonder groente kwam te zitten bij vorst — expliciete toestemming en reserveringen van brandstof nodig waren.