Archiefdocument
Origineel
16 December 1940. J. Smeets, Directeur van de Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening. [Briefhoofd]
CENTRALE DIENST VOOR DE
LEVENSMIDDELENVOORZIENING
AMSTERDAM-W.
VAN REIGERSBERGENSTRAAT 2.
№ 2C/1/11 M. 1940 10/12 [handgeschreven]
S/6
16 December 40
[Handgeschreven aantekening linksboven]
Gezien Afschrift voor den Heer Directeur van het Marktwezen
DISTRIBUTIE
7912/77/CDL.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen
Raadhuis
AMSTERDAM-C.
Ik moge U hiernevens een afschrift van een brief d.d. 14 dezer van het Bureau voor Aankoop van Groenten en Fruit aanbieden.
Aangezien de besprekingen met den Heer Velders zijn voortgevloeid uit de conferentie met den Regeeringscommissaris voor Groente- en Fruitteelt op 15 Oct.'40, meen ik goed te doen, U te adviseren, op dezen brief van de zijde van Burgemeester en Wethouders te reageeren met een antwoord in den geest van het volgende:
"In antwoord op Uwen brief d.d. 14 dezer No.4426 Afd.Directie, gericht aan den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening, deelen wij U --- mede gehoord het advies van den Directeur van het Marktwezen --- mede, dat de Directeur Levensmiddelenvoorziening U alleen heeft bericht, dat de Gemeente Amsterdam, mede om de daaraan verbonden financieele consequenties, besloten heeft, thans niet tot aankoop en opslag van fruit-en stapelgroenten voor eigen rekening over te gaan.
Wij nemen daarbij echter aan, dat dit feit geen verdere consequenties heeft, dan die, welke rechtstreeks voor U uit dit besluit van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam moeten voortvloeien en dat, indien van de zijde van de Groenten en Fruitcentrale tot het treffen van algemeene maatregelen wordt overgegaan --- b.v. van exportregelingen --- deze maatregelen, zooals tot nu toe steeds gebruikelijk is geweest, rekening zullen houden met de behoeften van Amsterdam en wel voor de geheele periode, waarin de desbetreffende producten normaal in ons land plegen te worden afgezet, zoodat onze stad, (afgescheiden van transportmoeilijkheden bij ijsperiode) langs de normale wegen kan worden voorzien."
Ik zal er U erkentelijk voor zijn, indien U mij omtrent Uw eventueel antwoord op dezen brief van het Bureau van Aankoop voor Groenten en Fruit, zoudt willen inlichten.
De Directeur,
(get.) J. SMEETS * Administratieve context: De brief is een formeel advies van de directeur van de gemeentelijke voedselvoorziening aan de verantwoordelijke wethouder. Het document illustreert de interne besluitvorming binnen de gemeente Amsterdam over de voedselstrategie.
* Kernboodschap: De gemeente Amsterdam kiest ervoor om niet zelf fruit en 'stapelgroenten' (groenten die lang bewaard kunnen worden, zoals uien of kool) in te kopen en op te slaan. De voornaamste reden hiervoor is financieel risico.
* Strategie: Men rekent erop dat de centrale landelijke instanties (zoals de Groenten en Fruitcentrale) door middel van marktordening en exportbeperkingen zullen zorgen dat er voldoende aanbod blijft voor de Amsterdamse bevolking via de reguliere handelskanalen.
* Logistiek detail: Er wordt een expliciet voorbehoud gemaakt voor "transportmoeilijkheden bij ijsperiode", wat duidt op de afhankelijkheid van vervoer over water of kwetsbare wegen tijdens strenge winters. * Tijdsgewricht: December 1940. Nederland is ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland. De schaarste begint voelbaar te worden en het distributiestelsel wordt in hoog tempo opgetuigd.
* Voedselvoorziening: De "Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" speelde een cruciale rol in het beheersen van de voedselstromen in de stad. De genoemde "Regeeringscommissaris voor Groente- en Fruitteelt" wijst op de centralisatie van de landbouw onder toezicht van de bezetter en de Nederlandse bureaucreatie (het Departement van Landbouw en Visserij).
* Lokaal bestuur: Hoewel Nederland bezet was, bleven veel gemeentelijke diensten functioneren onder hun eigen wethouders en burgemeesters, waarbij zij probeerden de lokale belangen (financiën en voedselzekerheid) te behartigen binnen de beperkingen van de bezetting. De brief toont de formele, bijna zakelijke omgang met de dreigende tekorten in de eerste oorlogswinter.