Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 40
Dossier 48
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven concept-memo of rapportage betreffende de voedselvoorziening.

Begin 1941 (verwijst naar een periode tot 30 april 1941).

Origineel

Handgeschreven concept-memo of rapportage betreffende de voedselvoorziening. Begin 1941 (verwijst naar een periode tot 30 april 1941). gezien de cijfers betreffende de voorraden
(ook die ~~bij~~ ~~de~~ winkeliers aanwezig zijn) en die
betreffende het geschatte verbruik, welke
tijdens de laatste bespreking op 20 December jl.
~~reeds~~ genoemd werden, of de aanvankelijk
voorgenomen uitbreiding van den opslag met
1400 vaten nog wel noodig is. Immers
het verbruik wordt getaxeerd op 10.000
vaten gedurende de periode van 1 Jan.
tot 30 April 1941. De voorraad, welke
bij winkeliers aanwezig is, wordt ^voorzichtig^ geschat op
6500 vaten boonen en andijvie en 1000
vaten zuurkool. Totaal 7500 vaten.
Hierbij komen de 1100 vaten, welke reeds
voor de gemeente zijn gereserveerd. Dit ^maakt^
tezamen uit: 8600 vaten. Bovendien
kan ~~ook~~ de hoeveelheid zuurkool ^te leveren^ door de
zuurkoolfabrikanten aan de grossiers in
het a.s. voorjaar, worden gesteld op
4000 vaten. De grossiers maken hierbij
het voorbehoud, dat deze vaten eventueel niet
voor export zouden worden gevorderd.
~~Als ik nu nog verder ga~~
De Grossiers hebben momenteel zelf
nog een voorraad van 900 vaten groente, welke
eventueel zouden worden opgenomen in
de extra-reserve van 1400 vaten.
De ~~grossiers~~ opvatting van de grossiers, dat
ze deze vaten, indien ze niet krachtens overeen-
komst met de Gemeente zouden worden
geblokkeerd, ~~eventueel~~ voor een belangrijk
gedeelte buiten Amsterdam ~~zouden~~
~~worden~~ verkocht, kan ik niet deelen. De
grossiers zijn immers verplicht, voor het
behoud van hun normale clientèle, mede met
het oog op den verkoop van andere artikelen, te zorgen De auteur van dit document weegt af of een geplande uitbreiding van de gemeentelijke voedselopslag (met 1400 vaten) nog noodzakelijk is. Op basis van een raming voor de periode januari-april 1941 wordt geconstateerd dat de totale voorraad bij winkeliers, grossiers en de reeds gereserveerde gemeentelijke voorraad (totaal circa 12.600 vaten, inclusief toekomstige leveringen) het geschatte verbruik van 10.000 vaten ruimschoots dekt.

Interessant is de weerlegging van een claim door de grossiers. De grossiers suggereerden dat zij hun voorraden buiten de stad (Amsterdam) zouden verkopen als de gemeente deze niet officieel zou 'blokkeren' (reserveren via vordering). De schrijver verwerpt dit argument: grossiers moeten hun lokale klanten immers toch bedienen om hun eigen zakelijke voortbestaan en de verkoop van andere producten veilig te stellen. Het document stamt uit de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland (begin 1941). In deze periode was de distributie van schaarse levensmiddelen een cruciale overheidstaak. "Vaten" verwijst hier naar ingemaakte groenten (peulvruchten, andijvie en zuurkool in zout), die essentieel waren voor de wintervoorraad van de stedelijke bevolking. De vermelding van "export" die door grossiers gevreesd wordt, duidt op de Duitse vorderingen van Nederlands voedsel voor de eigen troepen of bevolking, iets wat de lokale voedselvoorziening onder druk zette. De datum "20 December jl." verwijst naar december 1940.

Samenvatting

De auteur van dit document weegt af of een geplande uitbreiding van de gemeentelijke voedselopslag (met 1400 vaten) nog noodzakelijk is. Op basis van een raming voor de periode januari-april 1941 wordt geconstateerd dat de totale voorraad bij winkeliers, grossiers en de reeds gereserveerde gemeentelijke voorraad (totaal circa 12.600 vaten, inclusief toekomstige leveringen) het geschatte verbruik van 10.000 vaten ruimschoots dekt.

Interessant is de weerlegging van een claim door de grossiers. De grossiers suggereerden dat zij hun voorraden buiten de stad (Amsterdam) zouden verkopen als de gemeente deze niet officieel zou 'blokkeren' (reserveren via vordering). De schrijver verwerpt dit argument: grossiers moeten hun lokale klanten immers toch bedienen om hun eigen zakelijke voortbestaan en de verkoop van andere producten veilig te stellen.

Historische Context

Het document stamt uit de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland (begin 1941). In deze periode was de distributie van schaarse levensmiddelen een cruciale overheidstaak. "Vaten" verwijst hier naar ingemaakte groenten (peulvruchten, andijvie en zuurkool in zout), die essentieel waren voor de wintervoorraad van de stedelijke bevolking. De vermelding van "export" die door grossiers gevreesd wordt, duidt op de Duitse vorderingen van Nederlands voedsel voor de eigen troepen of bevolking, iets wat de lokale voedselvoorziening onder druk zette. De datum "20 December jl." verwijst naar december 1940.

Locaties

Vermoedelijk Amsterdam (gezien de referentie in de tekst).

Producten

A.G.F. (Groenten): Andijvie A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Kool A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →