Ambtelijke brief / Rapportage
Origineel
Ambtelijke brief / Rapportage 3 februari 1941 (verzonden op 4 februari 1941) Getekend door "M. Broers" (vermoedelijk een functionaris van de Centrale Markt of de Gemeentelijke Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Rechtsboven handgeschreven:] M. Broers
D/HG.
20/5/1 M. [Midden:] Verzonden 4/2 [Rechts:] 3 Februari 1941.
Wintervoorraad
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Voor de goede orde heb ik de eer U het volgende te berichten.
Van de, ingevolge de met de groente-grossiers-combinatie gesloten contracten voor den opslag van stapel- en vatgroenten te weten
25 wagons (à 10.000 kg.) koolrapen
15 " (" " " ) wortelen
10 " (" " " ) uien
1100 vaten diverse vatgroenten
zijn, na overleg met mijn Ambtgenoot voor den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening, in verband met de stagnatie van den aanvoer naar de Centrale Markt, als gevolg van de vorstperiode tot en met einde Januari ter distributie onder den kleinhandel vrijgegeven:
17 wagons koolrapen
8 " wortelen
2 " uien
(hetgeen ruim 54% uitmaakt van den voorraad stapelproducten)
en
200 vaten zuurkool
(dit is rond 20% van den voorraad vatgroenten).
Op 30 Januari jl. was van de bovenomschreven vrijgegeven hoeveelheden stapelgroenten ongeveer 2/3 door de grossierscombinatie aan den kleinhandel afgeleverd; met de aflevering der zuurkool, welke eerst op 30 Januari werd vrijgegeven, moest uiteraard nog een begin worden gemaakt.
Voorts bericht ik U, dat, op grond van het bepaalde in de eerste alinea van artikel II der onderhavige contracten, de periode van opslag is verlengd tot 15 Februari a. s.
Ten aanzien van de aardappelen, welker distributie door de plaatselijke afdeeling van de V.B.N.A. wordt verzorgd, diene, dat de in Amsterdam opgeslagen wintervoorraad per einde Januari, als gevolg van de afgifte van aardappelen tijdens de vorstperiode, was teruggeloopen tot rond 20.000 hl. * Logistieke uitdagingen: Het document illustreert de logistieke problemen in de winter van 1941. Door aanhoudende vorst ("vorstperiode") stokte de reguliere aanvoer naar de Centrale Markt in Amsterdam. Om de voedselvoorziening op peil te houden, moest worden geput uit de strategische wintervoorraden (stapel- en vatgroenten).
* Distributiebeheer: De overheid (de Wethouder voor Levensmiddelen) hield nauwgezet toezicht op de voorraden. Meer dan de helft (54%) van de opgeslagen stapelproducten (koolrapen, wortelen, uien) werd in één maand vrijgegeven aan de kleinhandel om tekorten in de stad op te vangen.
* V.B.N.A.: De aardappelvoorraad werd apart beheerd door de Vereniging ter Behartiging van den Nederlandse Aardappelhandel. De voorraad was eind januari geslonken tot 20.000 hectoliter (hl).
* Contractuele aspecten: De brief meldt een verlenging van de opslagperiode, wat duidt op formele afspraken tussen de gemeente en de "groente-grossiers-combinatie". Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening werd in deze tijd steeds meer centraal geregeld en gerantsoeneerd via het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd.
De winter van 1940-1941 was streng, wat leidde tot bevroren waterwegen en geblokkeerde wegen, waardoor de aanvoer van vers voedsel naar grote steden als Amsterdam ernstig werd bemoeilijkt. "Stapelgroenten" (lang houdbare groenten) en "vatgroenten" (geconserveerd in vaten, zoals zuurkool) waren essentieel om dergelijke periodes te overbruggen. De brief toont de spanning tussen de noodzaak om voorraden aan te houden en de directe noodzaak om de bevolking te voeden tijdens transportstagnatie.