Pagina uit een officiële brief (Bladzijde 2).
Origineel
Pagina uit een officiële brief (Bladzijde 2). 3 februari 1941. Bladz.2 Brief No.20/5/1 M. d.d. 3 Februari 1941.
Van de in den IJpolder gereserveerde hoeveelheid aardappelen,
aanvankelijk groot 200.000 hl. en bestemd voor Amsterdam en andere
plaatsen in de omgeving van dezen polder (vide hieromtrent den
brief van de Akkerbouwcentrale d.d. 12 December 1940 no.863 L.M.
1940) is thans blijkens mededeeling van het Bestuur der V.B.N.A.
nog aanwezig ruim 100.000 hl., welke hoeveelheid uitsluitend voor
Amsterdam is gereserveerd.
Inmiddels zijn van Zeeland 18 schepen met aardappelen inhou-
dende ruim 20.000 hl. naar Amsterdam vertrokken; hiervan zijn reeds
8 schepen ter Centrale Markt aangekomen.
De in Amsterdam en omgeving aanwezige en de onderweg zijnde
hoeveelheden, bedroegen per einde Januari rond 140.000 hl., hetgeen
de behoefte der Amsterdamsche bevolking voor ± 5 weken dekt.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke verslaglegging betreffende de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de winter van 1940-1941. De tekst focust op drie bronnen van aardappelen:
- De IJpolder: Een oorspronkelijke voorraad van 200.000 hectoliter is geslonken tot 100.000 hl, die nu specifiek voor Amsterdam is gereserveerd.
- Zeeland: Aanvoer per schip (18 schepen, waarvan 8 reeds gearriveerd bij de Centrale Markt).
- Totaalvoorraad: Eind januari 1941 was er in totaal circa 140.000 hl beschikbaar (inclusief wat nog onderweg was).
De "Directeur" stelt vast dat deze totale hoeveelheid voldoende is om de Amsterdamse bevolking voor ongeveer 5 weken van aardappelen te voorzien. Dit wijst op een strakke planning en monitoring van de noodzakelijke basisbehoeften. Het document dateert van februari 1941, ruim acht maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de distributie van voedsel al volledig onder controle van de overheid (de zogenaamde "Distributiedienst").
De genoemde instanties zoals de Akkerbouwcentrale en de V.B.N.A. (waarschijnlijk de Vereniging ter Behartiging van den Nederlandschen Aardappelhandel) speelden een cruciale rol in de gereguleerde economie van die tijd. De tekst illustreert de precaire situatie van de voedselvoorraad in de grote steden; een voorraad voor slechts vijf weken betekende dat de logistieke keten (scheepvaart uit Zeeland en reserves uit de IJpolders) niet mocht stagneren om honger of tekorten te voorkomen. Enkele weken na de datum van dit document zou de Februaristaking uitbreken, wat de algemene spanning in de stad Amsterdam verder onderstreept.