Handgeschreven ambtelijke notitie of rapportage-onderdeel (pagina genummerd '2').
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of rapportage-onderdeel (pagina genummerd '2'). Vermoedelijk begin 1941 (verwijst naar de wintervoorraad per eind januari en een brief uit december 1940). (2
verzorgd, diene, dat de in
Amsterdam opgeslagen wintervoorraad
per einde Januari, ~~was rond 130.000 hl.~~
als gevolg van de afgifte van aard-
appelen tijdens de vorstperiode, was
teruggeloopen tot rond 20.000 hl.
De in de Ypolder gereserveerde hoeveel-
heid aardappelen, aanvankelijk groot
200.000 hl. en bestemd voor Amsterdam
en andere plaatsen in de omgeving van
dezen polder (vide hieromtrent den
brief van de Akkerbouwcentrale dd. 17/12 '40
no. 863 L.M. 1940) is thans blijkens
mededeeling van het Bestuur der V.B.N.A
nog aanwezig ruim 100.000 hl.,
welke hoeveelheid uitsluitend voor Amster-
dam is gereserveerd.
Inmiddels zijn van Zeeland ^(inhoudende ruim 20.000 hl)^
18 schepen met aardappelen naar
Amsterdam vertrokken; hiervan zijn
reeds 8 schepen ~~aan de~~ ter Centrale Markt
aangekomen.
De in Amsterdam en
omgeving aanwezige en de onderweg
zijnde ~~voorraad~~ hoeveelheden bedragen
~~per einde Januari~~
~~dus thans~~ rond 140.000 hl, hetgeen
de behoefte der Amsterdamsche bevolking
voor ± 5 weken dekt.
[Paraaf: SD / w] * Kernboodschap: De notitie beschrijft een kritieke daling van de Amsterdamse aardappelvoorraad door een vorstperiode (van 130.000 naar 20.000 hectoliter), maar stelt gerust dat nieuwe aanvoer onderweg is.
* Logistiek: De aanvoer komt uit twee belangrijke bronnen: de 'Ypolder' (vermoedelijk de Wieringermeerpolder, indertijd vaak aangeduid als de IJ-polder of kortweg de polder) en Zeeland (per schip).
* Organisaties: Er wordt verwezen naar de 'Akkerbouwcentrale' (een crisisorgaan dat de productie en distributie van gewassen reguleerde) en de 'V.B.N.A.' (Vereniging voor de Behartiging van de Nederlandsche Aardappelhandel).
* Status: De totale huidige en verwachte voorraad wordt geschat op 140.000 hl, wat voldoende is voor circa 5 weken consumptie door de Amsterdamse bevolking. Dit document stamt uit de eerste winter van de Tweede Wereldoorlog (1940-1941). De voedselvoorziening in de grote steden was een constante zorg voor zowel het Nederlandse ambtenarenapparaat als de bezetter. Vorst vormde een specifiek gevaar: aardappelen konden bevriezen in de opslagplaatsen (kuilen) en het vervoer over water kwam stil te liggen door ijsgang. De nauwkeurige registratie van hoeveelheden hectoliters (hl) en het aantal schepen dat de Centrale Markt bereikte, illustreert de strakke regie op de voedseldistributie tijdens de bezetting. De 'Centrale Markt' aan de Jan van Galenstraat was destijds de spil in de Amsterdamse voedselvoorziening. Er wordt verwezen naar de 'Akkerbouwcentrale' (een crisisorgaan dat de productie en distributie van gewassen reguleerde) en de 'V.B.N.A.' (Vereniging voor de Behartiging van de Nederlandsche Aardappelhandel).