Ambbtelijke brief / memorandum (doorslag).
Origineel
Ambbtelijke brief / memorandum (doorslag). 17 februari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of Marktwezen). 20/5/2 Kl.
D/HG.
Verzonden 18/2 [handgeschreven]
M. Muller [handgeschreven]
17 Februari 1941.
Wintervoorraad
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de periode van opslag, genoemd in artikel II van de met de groente-grossierscombinatie gesloten contracten voor den opslag van stapel- en vatgroenten (vide bijlagen I en II, behoorende bij het besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 6 December 1940 No. 979 L.M. 1940) per 15 Februari jl. is geëindigd.
Op dien datum waren nog niet op grond van de onderhavige contracten ter distributie aan de grossiers vrijgegeven:
8 wagons (à 10.000 kg.) koolrapen
4 " (" " ") wortelen
8 " (" " ") uien
900 vaten vatgroenten, een en ander te samen in gewicht uitmakende rond 50% van de totale hoeveelheden welke krachtens de desbetreffende contracten voor winteropslag waren gereserveerd.
Bovenstaande voorraden zijn thans dus in hun geheel ter vrije beschikking gekomen van de partijen ter andere zijde.
Mede namens mijn Ambtgenoot voor den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening deel ik hierbij mede, dat de gezamenlijke partijen ter andere zijde de bepalingen van de onderhavige overeenkomsten op volkomen correcte wijze zijn nagekomen weshalve ik de eer heb U te verzoeken, gevolg te geven aan het gestelde in artikel VI der onderhavige contracten en derhalve den Gemeenteontvanger te machtigen de in dat artikel genoemde bedragen van ƒ 5.460,- en ƒ 1.100,- aan partijen ter andere zijde te doen uitbetalen.
Deze hebben mij meegedeeld, dat zij voor het in ontvangstnemen der beide bedragen schriftelijk hebben gemachtigd den heer G. Kramer, pakhuisafdeeling O 3 op de Centrale Markt, alhier, weshalve ik U verzoek te willen bevorderen, dat de betreffende mandaten op naam van dezen grossier worden gesteld, die de desbetreffende schriftelijke machtiging bij de aanbieding van het mandaat zal overleggen.
De Directeur, In dit document rapporteert de directeur van de Centrale Markt (waarschijnlijk te Amsterdam, gezien de terminologie en de structuur van het marktwezen aldaar) aan de wethouder voor Levensmiddelen over de afronding van de winteropslag van 1940-1941.
De kern van de brief is dat de contractuele opslagperiode voor stapelgroenten (koolrapen, wortelen, uien) en vatgroenten is verstreken op 15 februari 1941. Opvallend is dat ongeveer de helft van de gereserveerde voorraad op dat moment nog niet was uitgegeven voor distributie. Omdat de grossiers aan hun verplichtingen hebben voldaan, wordt verzocht om de contractueel vastgelegde vergoedingen (totaal ƒ 6.560,-) uit te betalen. De grossiers hebben de heer G. Kramer gemachtigd om deze gelden in ontvangst te nemen.
De toon is formeel en ambtelijk ("ik heb de eer U te berichten", "weshalve"). Het gebruik van "vide" (zie) en de precieze verwijzing naar besluiten van B&W duiden op een strikte administratieve procedure. Dit document is gedateerd 17 februari 1941, ruim negen maanden na de aanvang van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening en distributie waren in deze periode cruciale overheidstaken. De "Centrale Markt" in Amsterdam was het logistieke hart van de voedselstroom voor de stad.
De winter van 1940-1941 was de eerste oorlogs-winter waarbij het distributiesysteem volledig operationeel moest zijn om schaarste te beheersen. Dat er nog 50% van de voorraad aanwezig was in februari, suggereert dat de rantsoenering of de inkoop effectief was geweest, of dat de behoefte aan deze specifieke producten (zoals koolraap, vaak gezien als 'noodvoedsel') op dat moment nog niet kritiek was.
De naam "M. Muller" rechtsboven verwijst zeer waarschijnlijk naar Dr. M. Muller, die destijds een belangrijke rol speelde binnen het Amsterdamse Marktwezen. Slechts acht dagen na het schrijven van deze brief zou de Februaristaking uitbreken, wat de spanningen in de stad en het beheer van de voedselvoorziening onder druk van de bezetter verder zou compliceren.