Archiefdocument
Origineel
(Pagina 3)
Dan kan eventueel vastgelegd worden, dat deze voorra-
den (ook vatgroenten) zullen worden gereserveerd voor
Amsterdam, opdat deze niet geëxporteerd mogen worden
of verkocht aan andere steden.
De Directeur van den Centralen Dienst juicht dit voorstel toe.
De heer Dykstra wyst nog op het principieel verschil in den opzet van
Rotterdam en van Amsterdam, doordat de Gemeente Rot-
terdam de voorraadvorming zelf verzorgd, trekt de
handel zich daar ter plaatse van de geheele zaak niets
aan. In Amsterdam vindt echter juist het tegenover-
gestelde plaats. Het is zonder meer duidelyk, welke
voordeelen hieraan verbonden zyn.
De Directeur van den Centralen Dienst stelt de vraag, of de handel in-
teresse heeft voor de goedkoope vatgroente, die door
de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale beschik-
baar wordt gesteld. De Gemeente zou deze vaten kunnen
koopen en deze te zyner tyd aan den handel tegen den
zelfden prys beschikbaar kunnen stellen.
De heer Dykstra zegt, dat hy dit zal bespreken met de handelaren in
vatgroente.
De Directeur van het Marktwezen wijst erop, dat men niet twee vraagstukken
door elkaar moet halen. De Gemeente heeft een voor-
raad gereserveerd, om gedurende de vorstperiode aan
de transportmoeilykheden het hoofd te kunnen bieden.
Een reserve als door den heer Smeets wordt bedoeld,
beteekent echter een reserve voor den geheelen winter,
dus tot en met April of Mei. Dit is echter een vraag-
stuk van geheel andere orde, welke niet plaatselyk
kan worden opgelost, doch landelyk. De ~~kxx~~ kwestie
van den export kan slechts worden bezien binnen het
raam van de behoefte van de bevolking van Nederland.
Naar spreker's meening zal hiermede wel degelyk reke-
ning worden gehouden.
De Directeur van den Centralen Dienst kan er zich mede vereenigen, dat deze
aangelegenheid thans niet verder wordt behandeld, doch
dat men bijvoorbeeld begin Februari de positie opnieuw
zal bekyken voor een eventueele voorraadvorming voor
de maanden Maart en April.
De heer Dykstra acht dit de beste oplossing.
[Handgeschreven tekst in de linkermarge:]
Hier opmerking
maken op het door
hr. Smeets gesprokene t.a.v.
de moeilykheden die voorkomen
de levering zou kunnen
belemmeren los van de
transp. moeilykheden
v.d. vorst. De tekst biedt inzicht in het complexe beheer van de voedselvoorraad in stedelijk gebied tijdens een periode van schaarste. De belangrijkste discussiepunten zijn:
1. Gemeentelijk beleid vs. de vrije handel: Er wordt een contrast geschetst tussen Rotterdam (waar de gemeente de regie voert) en Amsterdam (waar de handel meer betrokken is bij de voorraadvorming).
2. Seizoensgebonden risico's: Men maakt onderscheid tussen korte-termijn transportproblemen veroorzaakt door vorst (stremming van kanalen/wegen) en de noodzaak voor een langetermijnreserve die de stad tot in het voorjaar (mei) moet voeden.
3. Protectionisme: De wens om voorraden te reserveren specifiek voor de Amsterdamse bevolking om te voorkomen dat deze naar andere steden of het buitenland (export) verdwijnen.
4. Samenwerking: Er wordt gesproken over de inkoop van goedkope groenten via de 'Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale' om deze later tegen kostprijs aan handelaren ter beschikking te stellen. Het document dateert zeer waarschijnlijk uit de jaren 1940-1945. De 'Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale' (NGF) was een door de Duitse bezetter gecontroleerd orgaan dat de totale productie en distributie van tuinbouwproducten reguleerde. In deze periode was voedselzekerheid, zeker tijdens de strenge winters van de oorlogsjaren, een cruciaal politiek en sociaal thema. Steden moesten manoeuvreren tussen de eisen van de bezetter (export) en de overlevingsbehoefte van de eigen burgerbevolking. De handgeschreven kanttekening suggereert een voorbereiding op een verder debat over structurele leveringsproblemen die losstonden van enkel het weer.