Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 131
Dossier 2C
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie / telefoonnotitie.

22 januari 1941.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie / telefoonnotitie. 22 januari 1941. 22 Jan '41

Getelefoneerd met Gr. & Fr.
Centrale. Hr. Jonker (th.
Hr. Pas & Dick was afwezig)

Heer Jonker deelt mede
dat de tuinders verplicht
zijn te beginnen 22 Jan '41
wekelijks 1/10 van de voorraad
uien & 1/7 van de voorraad
kool aan de veilingen af
te leveren.

De aanvoer wordt
verdeeld over
export, drogerijen &
binnenland.

Maatregelen zijn getroffen
om de vaart naar de
veilingen zooveel mogelijk
open te houden. Ook met
N.S. is overleg gepleegd over
de beschikbaarstelling van
voldoende wagons.

Opgemerkt dat indien
niet voldoende naar de
veiling kan worden gebracht door Dit document is een verslag van een telefoongesprek met de "Gr. & Fr. Centrale" (Groenten- en Fruitcentrale). De kern van de notitie is de invoering van een leveringsplicht voor tuinders in januari 1941.

Belangrijke punten uit de tekst:
* Quota: Tuinders worden verplicht om wekelijks een vast percentage van hun voorraad te leveren: 10% (1/10) van de uienvoorraad en circa 14% (1/7) van de koolvoorraad.
* Bestemming: De producten worden verdeeld over drie kanalen: export (vaak richting Duitsland), drogerijen (voor de productie van houdbaar voedsel, zoals voor het leger) en de binnenlandse markt.
* Logistiek: Er is aandacht voor de infrastructuur. Men probeert de "vaart" (waterwegen) open te houden (waarschijnlijk met het oog op ijsbestrijding in januari) en er is overleg met de Nederlandse Spoorwegen (N.S.) voor het inzetten van goederenwagons.
* Onvoltooid: De tekst breekt af aan de onderkant bij de opmerking over wat er moet gebeuren als de aanvoer naar de veilingen stokt. De datum, januari 1941, plaatst dit document midden in de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode nam de schaarste toe en werd de distributie van voedsel strakker georganiseerd door de bezetter en de Nederlandse bureaucreatie.

De Groenten- en Fruitcentrale was een overheidsorgaan dat de handel in tuinbouwproducten reguleerde. In de oorlogstijd werd dit apparaat gebruikt om de voedselvoorziening te beheersen en te zorgen dat een aanzienlijk deel van de Nederlandse oogst naar Duitsland werd geëxporteerd (de zogenaamde 'Ausfuhr'). De vermelding van "drogerijen" is kenmerkend voor de oorlogseconomie: gedroogde groenten waren lichter te transporteren en langer houdbaar voor militaire rantsoenen. De logistieke planning met de N.S. en de zorg over de bevaarbaarheid van de kanalen benadrukken de uitdagingen van de voedselvoorziening in een oorlogswinter.

Samenvatting

Dit document is een verslag van een telefoongesprek met de "Gr. & Fr. Centrale" (Groenten- en Fruitcentrale). De kern van de notitie is de invoering van een leveringsplicht voor tuinders in januari 1941.

Belangrijke punten uit de tekst:
* Quota: Tuinders worden verplicht om wekelijks een vast percentage van hun voorraad te leveren: 10% (1/10) van de uienvoorraad en circa 14% (1/7) van de koolvoorraad.
* Bestemming: De producten worden verdeeld over drie kanalen: export (vaak richting Duitsland), drogerijen (voor de productie van houdbaar voedsel, zoals voor het leger) en de binnenlandse markt.
* Logistiek: Er is aandacht voor de infrastructuur. Men probeert de "vaart" (waterwegen) open te houden (waarschijnlijk met het oog op ijsbestrijding in januari) en er is overleg met de Nederlandse Spoorwegen (N.S.) voor het inzetten van goederenwagons.
* Onvoltooid: De tekst breekt af aan de onderkant bij de opmerking over wat er moet gebeuren als de aanvoer naar de veilingen stokt.

Historische Context

De datum, januari 1941, plaatst dit document midden in de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode nam de schaarste toe en werd de distributie van voedsel strakker georganiseerd door de bezetter en de Nederlandse bureaucreatie.

De Groenten- en Fruitcentrale was een overheidsorgaan dat de handel in tuinbouwproducten reguleerde. In de oorlogstijd werd dit apparaat gebruikt om de voedselvoorziening te beheersen en te zorgen dat een aanzienlijk deel van de Nederlandse oogst naar Duitsland werd geëxporteerd (de zogenaamde 'Ausfuhr'). De vermelding van "drogerijen" is kenmerkend voor de oorlogseconomie: gedroogde groenten waren lichter te transporteren en langer houdbaar voor militaire rantsoenen. De logistieke planning met de N.S. en de zorg over de bevaarbaarheid van de kanalen benadrukken de uitdagingen van de voedselvoorziening in een oorlogswinter.

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Kool A.G.F. (Groenten): Sla A.G.F. (Groenten): Uien Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →