Juridische overeenkomst (contract), pagina 2.
Origineel
Juridische overeenkomst (contract), pagina 2. November 1940 (exacte dag niet ingevuld). -2-
te hoog zyn, is zy bevoegd te bepalen, tegen welke pryzen deze goederen
moeten worden verkocht.
Party ter eene zyde zal van de in het vorige lid gegeven bevoegdheid
alleen gebruik maken, gehoord het advies van een commissie bestaande uit
de directeuren van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening
en van het Marktwezen der Gemeente Amsterdam, alsmede uit de heeren W.F.
Dykstra (party ter andere zyde no. ...) en G.Kramer (party ter andere
zyde no. ...), of, by ontstentenis van een dezer of van beiden, in de
eerste plaats den heer F.Draaisma (party ter andere zyde no. ...); in de
tweede plaats den heer J.Wynschenk (party ter andere zyde no. ...); in de
derde plaats een of twee der overige partyen ter andere zyde, die daartoe
in dat geval door party ter eene zyde zullen worden uitgenodigd en ver-
plicht zyn die uitnoodiging te aanvaarden.
**Artikel V.**
Partyen ter andere zyde zyn, tegenover party ter eene zyde, hoofde-
lyk voor de juiste naleving dezer overeenkomst aansprakelyk.
**Artikel VI.**
By het einde van de in artikel II lid 1 genoemde periode zal party
ter eene zyde aan de gezamenlyke partyen ter andere zyde - indien dezen
de onderhavige overeenkomst op juiste wyze zyn nagekomen - betalen een
bedrag van zes duizend twee honderd en vyftig gulden (f 6250,-), ter
vergoeding van alle door partyen ter andere zyde ter nakoming van deze
overeenkomst gemaakte kosten en eventueel geleden verliezen.
Aldus opgemaakt in duplo te Amsterdam, den .... November 1940.
Party ter eene zyde: Partyen ter andere zyde:
De Gemeente Amsterdam, 1.
voor haar: De Burgemeester 2.
3.
4.
5. Dit document betreft de tweede pagina van een contract tussen de Gemeente Amsterdam en een groep private partijen (waarschijnlijk handelaren of distributeurs). De kern van deze pagina bevat drie hoofdelementen:
1. Prijsbeheersing: De gemeente behoudt zich het recht voor om verkoopprijzen vast te stellen indien deze te hoog worden. Dit gebeurt op advies van een gemengde commissie van ambtenaren (Levensmiddelenvoorziening en Marktwezen) en vertegenwoordigers van de handelaren (genoemd worden de heren Dykstra, Kramer, Draaisma en Wynschenk).
2. Aansprakelijkheid: Artikel V stelt vast dat de private partijen "hoofdelijk aansprakelijk" zijn voor de nakoming van het contract.
3. Compensatie: Artikel VI voorziet in een vaste vergoeding van 6.250 gulden voor de gemaakte onkosten en mogelijke verliezen van de wederpartij, mits de overeenkomst correct is nageleefd. De datum van het document, november 1940, plaatst de overeenkomst in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode nam de overheidsbemoeienis met de voedselvoorziening en prijsvorming drastisch toe om schaarste en woekerprijzen te voorkomen.
De oprichting van de "Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" was een direct gevolg van de noodzaak om de distributie in de stad centraal te regelen. De genoemde burgemeester op dat moment was Willem de Vlugt (die in maart 1941 door de bezetter zou worden ontslagen). De overeenkomst toont de formele manier waarop de gemeente probeerde de lokale markt te stabiliseren door samen te werken met, maar ook strikte controle uit te oefenen op, private marktpartijen.