Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 212
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven concept-brief (aangeduid met "Concept" in rood potlood).

Amsterdam, 22 oktober 1940. Van: Niet bij naam genoemd ("ondergetekenden"), waarschijnlijk ambtenaren belast met de voedselvoorziening.

Origineel

Handgeschreven concept-brief (aangeduid met "Concept" in rood potlood). Amsterdam, 22 oktober 1940. Niet bij naam genoemd ("ondergetekenden"), waarschijnlijk ambtenaren belast met de voedselvoorziening. [Bovenaan in rood potlood:]
Concept
in duplo op wit

[Rechtsboven:]
A’dam 22 Oct. ’40.

[Linksboven:]
Groente- en fruitpositie in den a.s. winter.

[Rechtsonder onderwerp:]
Den Heer W. Poll.

Hiermede hebben ondergetekenden de eer U te berichten dat zij op 15 dezer te den Haag een vergadering hebben bijgewoond met van vertegenwoordigers van een aantal Gemeenten, op welke vergadering de Regeringscommissaris voor den Tuinbouw, de Heer Valstar, een uiteenzetting heeft gegeven van de groente- en fruitpositie, waarin ons land thans verkeert.

Groente: De groentepositie is niet ongunstig; voorraden en te verwachten oogst van stapelgroente (uien, wortelen, rapen en koolsoorten) geven geen reden tot ongerustheid. Weliswaar ~~zal de export~~ zullen verschillende producten geëxporteerd worden, doch een bijzonder groote export is, in verband met transportmoeilijkheden, niet te verwachten. Van een distributie van groente in den a.s. winter zal bij den huidigen stand van zaken geen sprake zijn. Het is ~~ook~~ slechts met het oog op de bekende transportmoeilijkheden dat de Regeringscommissaris de aandacht van de Gemeentebesturen meent te moeten vestigen op de voorziening van stapelgroente bij ~~een~~ eventueel nijpend weer. Hij gaf daarom in overweging, dat van Gemeentewege officieus contact zou worden gezocht met vertegenwoordigers van den groothandel, teneinde voorraadvorming door dien handel te bevorderen. Een telkens te vernieuwen voorraad ~~voldoende~~ voor enkele weken zou daartoe voldoende zijn. Bovendien wordt door den Regeringscommissaris aanbevolen dat de Gemeentebesturen zelf eenigen voorraad van vaste groente vormen ten behoeve van de voorziening van werkloozen en armlastigen. Van deze laatste producten ~~zijn groote~~ hoeveelheden ingemaakt, zij bevinden zich in handen van de Groente- en Fruitcentrale en van den particulieren handel. Het lijkt den Regeringscommissaris aangewezen, dat de Besturen van groote Gemeenten een deel van deze voorraden aankoopen.

Fruit: ~~De fruitoogst van Nederland~~
Het verbruik in Nederland bedraagt circa 100 millioen KG binnenlandsch fruit plus 100 millioen KG geïmporteerd fruit (zuidvruchten, Amerikaansche appelen en peren, enz.).
[Kantlijn links:] normale binnenlandsche fruitoogst
De oogst voor het komende seizoen geschat op circa... Dit document biedt een inkijk in de organisatie van de Nederlandse voedselvoorziening in de eerste maanden van de Duitse bezetting. De kernpunten zijn:

  1. Optimisme versus Voorzorg: Er wordt gesteld dat er geen reden is tot ongerustheid over de groente-voorraad. Echter, de nadruk op "transportmoeilijkheden" en de noodzaak voor gemeenten om eigen voorraden aan te leggen voor "nijpend weer", suggereert een groeiende vrees voor logistieke stagnatie.
  2. Rol van de Regeringscommissaris: S.W. Valstar, de Regeringscommissaris voor de Tuinbouw, speelt een centrale rol. Hij adviseert gemeenten om officieus contact te zoeken met de groothandel, wat duidt op een overgangsfase tussen de vrije markt en een volledige distributie-economie.
  3. Sociale Voorziening: Specifieke aandacht gaat uit naar de "werkloozen en armlastigen", voor wie de gemeentebesturen apart voorraden moeten inkopen uit de voorraad van de 'Groente- en Fruitcentrale'.
  4. Export: Ondanks de bezetting wordt er gesproken over export, al wordt verwacht dat dit beperkt zal blijven door de oorlogsomstandigheden. In oktober 1940 was Nederland vijf maanden bezet. De voedselvoorziening werd vanaf het begin van de oorlog streng gereguleerd via het 'Bureau Voedselvoorziening in Oorlogstijd'. Hoewel de beruchte hongerwinter pas jaren later zou plaatsvinden, begon men in 1940 al met het systematisch inventariseren en rantsoeneren van goederen.

De genoemde heer S.W. Valstar was een sleutelfiguur in de tuinbouwsector en werd door de bezetter gehandhaafd (en later onder toezicht gesteld) om de productie en export naar Duitsland te stroomlijnen. De "transportmoeilijkheden" waarnaar verwezen wordt, zijn veelal het gevolg van het vorderen van vrachtwagens en brandstof door de Wehrmacht, evenals de beperkingen op het spoorwegnet. De vermelding van "Amerikaansche appelen" onder de normale consumptiecijfers onderstreept hoe de markt voor de oorlog nog mondiaal georiënteerd was, een situatie die in oktober 1940 door de Britse blokkade en de bezetting volledig tot stilstand was gekomen.

Samenvatting

Dit document biedt een inkijk in de organisatie van de Nederlandse voedselvoorziening in de eerste maanden van de Duitse bezetting. De kernpunten zijn:

  1. Optimisme versus Voorzorg: Er wordt gesteld dat er geen reden is tot ongerustheid over de groente-voorraad. Echter, de nadruk op "transportmoeilijkheden" en de noodzaak voor gemeenten om eigen voorraden aan te leggen voor "nijpend weer", suggereert een groeiende vrees voor logistieke stagnatie.
  2. Rol van de Regeringscommissaris: S.W. Valstar, de Regeringscommissaris voor de Tuinbouw, speelt een centrale rol. Hij adviseert gemeenten om officieus contact te zoeken met de groothandel, wat duidt op een overgangsfase tussen de vrije markt en een volledige distributie-economie.
  3. Sociale Voorziening: Specifieke aandacht gaat uit naar de "werkloozen en armlastigen", voor wie de gemeentebesturen apart voorraden moeten inkopen uit de voorraad van de 'Groente- en Fruitcentrale'.
  4. Export: Ondanks de bezetting wordt er gesproken over export, al wordt verwacht dat dit beperkt zal blijven door de oorlogsomstandigheden.

Historische Context

In oktober 1940 was Nederland vijf maanden bezet. De voedselvoorziening werd vanaf het begin van de oorlog streng gereguleerd via het 'Bureau Voedselvoorziening in Oorlogstijd'. Hoewel de beruchte hongerwinter pas jaren later zou plaatsvinden, begon men in 1940 al met het systematisch inventariseren en rantsoeneren van goederen.

De genoemde heer S.W. Valstar was een sleutelfiguur in de tuinbouwsector en werd door de bezetter gehandhaafd (en later onder toezicht gesteld) om de productie en export naar Duitsland te stroomlijnen. De "transportmoeilijkheden" waarnaar verwezen wordt, zijn veelal het gevolg van het vorderen van vrachtwagens en brandstof door de Wehrmacht, evenals de beperkingen op het spoorwegnet. De vermelding van "Amerikaansche appelen" onder de normale consumptiecijfers onderstreept hoe de markt voor de oorlog nog mondiaal georiënteerd was, een situatie die in oktober 1940 door de Britse blokkade en de bezetting volledig tot stilstand was gekomen.

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →