Concept-geleibrief / ambtelijk schrijven.
Origineel
Concept-geleibrief / ambtelijk schrijven. 11 oktober 1939. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen (F. van Meurs), Amsterdam. De Wethouder voor de Maatschappelijke Steun. (Concept) [omcirkeld]
No. 152 L.M. 1939.
De WETHOUDER voor de LEVENSMIDDELEN, WASCH- en SCHOONMAAK-, BAD- en ZWEMINRICHTINGEN heeft de eer ~~deze stukken~~ [handgeschreven boven de doorhaling: dit stuk] te doen toekomen aan den Heer [handgeschreven: Wethouder voor den Maatsch. Steun]
onder verwijzing naar
ter kennisneming
ter verdere behandeling
met verzoek om ~~bericht~~ [handgeschreven: nadere motiveering waarom de in het schrijven van den Dir. M. S. dd. 2 Oct. genoemde tien personen in aanmerking komen voor ontheffing van hun marktplaats met name de aangestreepte personen.]
onder mededeeling dat
De stukken worden gaarne terugverwacht.
AMSTERDAM, 11 October 1939.
De Wethouder,
F. van MEURS Dit document is een ambtelijk verzendformulier (een geleibrief) in conceptfase, gebruikt voor interne communicatie tussen verschillende departementen van de gemeente Amsterdam. De tekst is een combinatie van een voorgedrukt sjabloon en specifieke handgeschreven toevoegingen.
De kern van het schrijven is een verzoek om verduidelijking. De Wethouder voor Levensmiddelen (Van Meurs) vraagt zijn collega van Maatschappelijke Steun om een "nadere motiveering". Het gaat om tien specifieke personen die genoemd zijn in een brief van de Directeur van de Maatschappelijke Steun (Dir. M.S.) van 2 oktober 1939. Deze personen komen blijkbaar in aanmerking voor een "ontheffing van hun marktplaats". Van Meurs wil specifiek weten waarom dit het geval is, met name voor de personen die in de bijgevoegde stukken zijn aangestreept.
Opvallend is de bureaucratische nauwkeurigheid: de termen "deze stukken" zijn gewijzigd naar "dit stuk", wat duidt op een correctie van het aantal bijlagen tijdens het opstellen van het concept. Het document dateert van oktober 1939. Dit is een cruciale periode: de Tweede Wereldoorlog was net uitgebroken in Europa (september 1939), hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was. De overheid was druk bezig met de voorbereidingen op mogelijke schaarste en de organisatie van de distributie.
De betrokken wethouder, Florentinus (Floris) van Meurs, was in die tijd verantwoordelijk voor onder andere de levensmiddelenvoorziening in Amsterdam. De marktplaatsen speelden een essentiële rol in de voedselvoorziening van de stad. "Ontheffing van een marktplaats" kan hier duiden op een vrijstelling van marktgeld of een uitzonderingspositie binnen de marktverordening, mogelijk vanwege de armoedige situatie van de betrokkenen (vandaar de betrokkenheid van de sector Maatschappelijke Steun). Het toont de nauwe verwevenheid aan tussen economisch beleid (markten), sociale steun en de ambtelijke controle daarop aan de vooravond van de bezetting. F. van Meurs Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Dit document is een ambtelijk verzendformulier (een geleibrief) in conceptfase, gebruikt voor interne communicatie tussen verschillende departementen van de gemeente Amsterdam. De tekst is een combinatie van een voorgedrukt sjabloon en specifieke handgeschreven toevoegingen.
De kern van het schrijven is een verzoek om verduidelijking. De Wethouder voor Levensmiddelen (Van Meurs) vraagt zijn collega van Maatschappelijke Steun om een "nadere motiveering". Het gaat om tien specifieke personen die genoemd zijn in een brief van de Directeur van de Maatschappelijke Steun (Dir. M.S.) van 2 oktober 1939. Deze personen komen blijkbaar in aanmerking voor een "ontheffing van hun marktplaats". Van Meurs wil specifiek weten waarom dit het geval is, met name voor de personen die in de bijgevoegde stukken zijn aangestreept.
Opvallend is de bureaucratische nauwkeurigheid: de termen "deze stukken" zijn gewijzigd naar "dit stuk", wat duidt op een correctie van het aantal bijlagen tijdens het opstellen van het concept.
Historische Context
Het document dateert van oktober 1939. Dit is een cruciale periode: de Tweede Wereldoorlog was net uitgebroken in Europa (september 1939), hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was. De overheid was druk bezig met de voorbereidingen op mogelijke schaarste en de organisatie van de distributie.
De betrokken wethouder, Florentinus (Floris) van Meurs, was in die tijd verantwoordelijk voor onder andere de levensmiddelenvoorziening in Amsterdam. De marktplaatsen speelden een essentiële rol in de voedselvoorziening van de stad. "Ontheffing van een marktplaats" kan hier duiden op een vrijstelling van marktgeld of een uitzonderingspositie binnen de marktverordening, mogelijk vanwege de armoedige situatie van de betrokkenen (vandaar de betrokkenheid van de sector Maatschappelijke Steun). Het toont de nauwe verwevenheid aan tussen economisch beleid (markten), sociale steun en de ambtelijke controle daarop aan de vooravond van de bezetting.