Handgeschreven memo/werkdocument betreffende logistieke planning voor voedselvoorziening.
Origineel
Handgeschreven memo/werkdocument betreffende logistieke planning voor voedselvoorziening. Niet specifiek vermeld, betreft de winterperiode "half December tot 1 Februari" (vermoedelijk jaren '40, Tweede Wereldoorlog). [Bovenste gedeelte]
Volgende: 200 vaten snijboonen. }
200 " afwaschboon. } 1200 vaten voldoende
200 " andijvië. } van 1 maand -
500 " zuurkool voor 1 maand in loods G.
~~150~~
Handvoorraad wel voor 14 d. bij de burgers
Wie doet dat? Van wie zijn die vaten?
Garantie dat het er is.
Waar neerleggen -
Rouleerende voorraad -
[Middelste gedeelte]
Stapelgroente: Voor meer dan 1 maand.
Rapen = 25 20 wagens = 20 x 10.000 KG leveringen 2 schepen (schepen)
Wortelen = 15 10 " = 10 x 10.000 " 100.000 KG - voor 1 maand.
Uien 10 20 " = 20 x 10.000 = 200.000 KG op zolders.
Roode + gele biet 10 " Veiling = 100.000 Kilo - Veiling
+ auto's + benzine : -
Bieten geen opslag, maar benzine.
Periode half December tot 1 Februari, of voor zover noodig tot half Februari.
Voorraad moet inkomen!
Rapen in schepen
Wortelen : Pakhuis in de stad } 2 huren van de
Uien : " " " op zolders } Veiling -
of loods G.
[Onderste gedeelte]
Geen huurgeld van de schepen
Liggeld voor rek. v.d. Gemeente 3 schepen voor rapen,
kost f 6.- p.d. = 3 schepen f 20.- per dag
Tijdstip van half Dec. tot 1 Feb. of hoogstens tot 1 M. =
60 x f 20.- = f 1200.-
Gemiddelde verlies van de 3 producten 10% -
200.000 KG rapen = f 6000.- (3 cent per kilo)
100.000 " wortelen " 3500.- (3,5 " " ")
200.000 " uien " 12000.- (6 cent per kilo).
----------
f 21500.-
10% f 2150.- gemiddelde verlies. Dit document is een ambtelijke of logistieke inventarisatie van de noodzakelijke voedselvoorraden voor een winterperiode. De schrijver berekent de benodigde hoeveelheden "stapelgroente" (houdbare groenten) en de bijbehorende kosten voor inkoop, opslag en potentieel verlies.
Kernpunten uit de tekst:
- Opslagmethodiek: Er wordt gezocht naar diverse locaties: loodsen (Loods G), pakhuizen in de stad, particuliere zolders (voor uien) en zelfs schepen (voor rapen).
- Kostenbeheersing: Er is een duidelijke berekening van het liggeld voor schepen (f 20,- per dag voor 3 schepen) en een begroting van de totale waarde van de voorraad (f 21.500,-).
- Risicomanagement: De schrijver houdt rekening met een "gemiddeld verlies" van 10% door bederf en stelt kritische vragen over de logistiek ("Wie doet dat?", "Garantie dat het er is").
- Brandstofproblematiek: Voor bieten wordt expliciet vermeld dat er geen opslag is maar dat er "benzine" nodig is, wat wijst op een noodzaak tot direct transport. Het document ademt de sfeer van de georganiseerde voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland (vermoedelijk de voorbereiding op een winter tussen 1940 en 1944). In deze periode was de overheid verantwoordelijk voor de distributie van basisbehoeften. Het gebruik van schepen als tijdelijke opslagplaats en de zorg over de beschikbaarheid van benzine zijn typerend voor de schaarste-economie van die tijd. De nadruk op "handvoorraad bij burgers" suggereert een systeem waarbij men probeerde de centrale voorraden te ontlasten door kleinschalige opslag bij mensen thuis.