Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 223
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

Ongeveer late jaren '40 (gebaseerd op de tekstuele verwijzing "nu na den oorlog").

Origineel

Ongeveer late jaren '40 (gebaseerd op de tekstuele verwijzing "nu na den oorlog"). „SNELVRIEZEN”
VAN TUINBOUWPRODUCTEN
DOOR
T. VAN HIELE l.i.,
Rijkstuinbouwconsulent belast met koelaangelegenheden, te Wageningen

De behoefte aan het conserveeren van tuinbouwproducten in bevroren vorm was tot op heden in ons land gering, reden waarom men er tot nu toe betrekkelijk weinig aandacht aan heeft geschonken. In het buitenland stond men er anders tegenover. Speciaal in Amerika heeft de industrie van bevroren producten een groote vlucht genomen en hebben deze artikelen geen onbelangrijk aandeel in de volksvoeding. De eerste ervaringen in ons land met bevroren fruit en groente stammen ongeveer uit de jaren 1934/35, toen aan het Laboratorium voor Tuinbouwplantenteelt te Wageningen oriënteerende proeven werden genomen onder leiding van Professor Ir. A. M. Sprenger en Ir. R. Mulder. Aan de hand van de in Amerika opgedane ondervindingen werden proeven genomen met het bevriezen van enkele producten, waaronder speciaal zacht fruit in suikersiroop. De verkregen producten werden daarna vergeleken met het in Amerika vervaardigde product en bleken in alle opzichten den toets hiermede te kunnen doorstaan. Daar de belangstelling in ons land voor dit soort werk destijds zeer klein was, werden deze onderzoekingen niet verder uitgebreid. Eerst eenige jaren daarna begon men perspectief in deze wijze van conserveeren te zien. Speciaal de scheepvaartmaatschappijen, waaronder de Holland-Amerika Lijn, konden bevroren producten gebruiken bij de voedselvoorziening aan boord, terwijl ook een aantal groote hotels en restaurants zich hiervoor interesseerden. Thans nu de voedselvoorziening in het algemeen een ander aspect heeft gekregen, is de belangstelling voor het snelvriezen weer vergroot en bestaat zeer goed de mogelijkheid, dat wat oogenschijnlijk slechts een oorlogsindustrie lijkt, ook na den oorlog reden van bestaan houdt, omdat men dan het product heeft leeren kennen en waardeeren.

In de Vereenigde Staten van Noord-Amerika is het vries-procédé reeds meer dan dertig jaren in gebruik, niet alleen in de ice-cream industrie, doch ook bij de voorziening met fruit en groente van de normale maaltijden.

Men kan zich afvragen, waarom de industrie van bevroren groente in Amerika zoo’n groote vlucht heeft genomen, terwijl er in ons land zoo weinig belangstelling voor bestaat. Bij de beantwoording van deze vraag dient men zich allereerst de verschillen te realiseeren, welke er bestaan in de afstanden tusschen producent en consument in Amerika en hier. De afstand tusschen productie- en consumptiegebied is hier nergens groot, zoodat het hier steeds mogelijk is een product versch bij den consument te brengen. In Amerika is dit veelal niet het geval en dan moet men hieraan tegemoet komen door de betreffende producten te koelen of in te vriezen. Men kan daar dan ook hooren zeggen, dat het bevroren product verscher is dan het werkelijk versche --- onbehandelde product. Dan hebben wij in ons land niet zulke groote steden als in Oostelijk Amerika. Bovendien liggen onze belangrijkste groote steden nog zeer dicht bij de belangrijke tuinbouwcentra. Daar wij bovendien nog een land zijn, dat in den export van tuinbouwartikelen geen onbelangrijk middel van bestaan vindt, is er * Focus op Modernisering: Het document beschrijft de overgang van traditionele vers-distributie naar technologische conservering. De auteur pleit voor het serieus nemen van de diepvriessector als een blijvende industrie.
* Vergelijking Nederland-USA: Een kernpunt is de logistieke analyse. In Nederland was de behoefte aan vriezen laag omdat de afstand tussen boer en burger klein was. In de VS dwongen enorme afstanden tot innovatie, waardoor bevroren producten daar vaak "verser" waren dan getransporteerde verse producten.
* Vroege Innovatie: De tekst legt vast dat de wetenschappelijke basis in Nederland al in 1934/35 werd gelegd in Wageningen, maar dat de commerciële adoptie achterbleef bij de rest van de wereld.
* Doelgroep: In de beginfase waren het vooral de luxe-industrie (Holland-Amerika Lijn, tophotels) die profiteerden van deze techniek.
* Taalgebruik: Het document hanteert de oude spelling (zoals "zoo", "groote", "conserveeren"), wat wijst op een formele, ambtelijke of wetenschappelijke publicatie uit de eerste helft van de 20e eeuw. Dit document is geschreven in de periode van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de oorlog was de voedselvoorziening een cruciaal thema geworden, en de technieken die voor militaire logistiek en rantsoenering waren ontwikkeld (de "oorlogsindustrie" waar de auteur naar verwijst), zochten hun weg naar de civiele markt.

De auteur, Ir. T. van Hiele, was verbonden aan de voorloper van de huidige Wageningen University & Research. Zijn rol als "Rijkstuinbouwconsulent" was essentieel in het moderniseren van de Nederlandse landbouw om internationaal competitief te blijven. De tekst markeert de verschuiving in het Nederlandse consumentengedrag: van uitsluitend seizoensgebonden verse groenten naar het jaarrond beschikbaar hebben van producten via de diepvries, een ontwikkeling die in de jaren '50 en '60 de huishoudens definitief zou veranderen met de komst van de huishoudkoelkast en vriezer.

Samenvatting

  • Focus op Modernisering: Het document beschrijft de overgang van traditionele vers-distributie naar technologische conservering. De auteur pleit voor het serieus nemen van de diepvriessector als een blijvende industrie.
  • Vergelijking Nederland-USA: Een kernpunt is de logistieke analyse. In Nederland was de behoefte aan vriezen laag omdat de afstand tussen boer en burger klein was. In de VS dwongen enorme afstanden tot innovatie, waardoor bevroren producten daar vaak "verser" waren dan getransporteerde verse producten.
  • Vroege Innovatie: De tekst legt vast dat de wetenschappelijke basis in Nederland al in 1934/35 werd gelegd in Wageningen, maar dat de commerciële adoptie achterbleef bij de rest van de wereld.
  • Doelgroep: In de beginfase waren het vooral de luxe-industrie (Holland-Amerika Lijn, tophotels) die profiteerden van deze techniek.
  • Taalgebruik: Het document hanteert de oude spelling (zoals "zoo", "groote", "conserveeren"), wat wijst op een formele, ambtelijke of wetenschappelijke publicatie uit de eerste helft van de 20e eeuw.

Historische Context

Dit document is geschreven in de periode van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de oorlog was de voedselvoorziening een cruciaal thema geworden, en de technieken die voor militaire logistiek en rantsoenering waren ontwikkeld (de "oorlogsindustrie" waar de auteur naar verwijst), zochten hun weg naar de civiele markt.

De auteur, Ir. T. van Hiele, was verbonden aan de voorloper van de huidige Wageningen University & Research. Zijn rol als "Rijkstuinbouwconsulent" was essentieel in het moderniseren van de Nederlandse landbouw om internationaal competitief te blijven. De tekst markeert de verschuiving in het Nederlandse consumentengedrag: van uitsluitend seizoensgebonden verse groenten naar het jaarrond beschikbaar hebben van producten via de diepvries, een ontwikkeling die in de jaren '50 en '60 de huishoudens definitief zou veranderen met de komst van de huishoudkoelkast en vriezer.

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →