Handgeschreven staat van groenteprijzen.
Origineel
Handgeschreven staat van groenteprijzen. | Product / Specificatie | Maximumveilingprijzen per kg | Gem. Marktprijs op C.M. week 20/4 - 3/5 (1e 2e 3e) | Gem. Winkelprijs week 20/4 - 3/5 (1e 2e 3e) |
| :--- | :--- | :--- | :--- |
| Rabarber | 0,11 | niet opgenomen / 0,25 0,20 0,11 | niet opgenomen / 0,36 0,28 0,20 |
| Spinazie | 0,11 | niet opgenomen | niet opgenomen |
| Raapstelen | 0,14 | 0,14 0,12 0,09 | 0,20 0,18 0,12 |
| Roode kool | 0,09 | 0,14 0,12 0,08 | 0,20 0,15 0,12 |
| Savoye kool | 0,076 | niet opgenomen | niet opgenomen |
| Witte [kool] | 0,067 | 0,20 0,12 0,08 | 0,30 0,20 0,12 |
| uien | 0,08 | | |
| | per stuk | | |
| Kas komkommer | | | |
| A 46 kg p. 100 stuks | 0,25 | } niet opgenomen | niet opgenomen |
| B 38 kg p. 100 stuks | 0,19 | } | |
| C 30 kg p. 100 stuks | 0,12 | } | |
| Glassla | | | |
| I A 16 à 20 kg p. 100 stuks | 0,08 | } 0,09 0,07 0,04 | 0,12 0,10 0,06 |
| I 13 kg [p. 100 stuks] | 0,065 | } | |
| Bloemkool | | | |
| I 20-25 cm ø | 0,26 | niet opgenomen | niet opgenomen |
| II 16-20 cm ø | 0,19 | | |
| Radijs per bos | 0,02 | idem | idem | Het document is een gestructureerd overzicht bedoeld voor prijsmonitoring of economische statistiek. Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen drie prijsniveaus:
1. Maximumveilingprijzen: De door de overheid of brancheorganisatie vastgestelde limietprijs bij de eerste verkoop.
2. Gemiddelde Marktprijs op C.M.: De prijs op de Centrale Markthallen (waarschijnlijk Amsterdam), verdeeld in drie meetmomenten (1e, 2e en 3e fase van de betreffende twee weken).
3. Gemiddelde Winkelprijs: De uiteindelijke consumentenprijs.
De prijzen laten een dalende trend zien binnen de meetperiode (bijvoorbeeld bij Glassla van 0,09 naar 0,04 op de markt), wat duidt op een toenemend aanbod naarmate het voorjaar vordert. Bij sommige producten, zoals de komkommers en de bloemkool, is er geen data beschikbaar ("niet opgenomen"), mogelijk door een gebrek aan aanvoer in die specifieke weken. Dit type administratie is kenmerkend voor de naoorlogse Nederlandse economie, waarin de overheid via prijsbeheersing de inflatie en de kosten van levensonderhoud probeerde te controleren. De Centrale Markthallen (C.M.) in Amsterdam vormden destijds het spilpunt van de groentedistributie voor een groot deel van Nederland. De vergelijking tussen veiling- en winkelprijzen geeft een historisch uniek inkijkje in de handelsmarges van die tijd: de winkelprijs voor bijvoorbeeld rabarber lag in de eerste week meer dan drie keer zo hoog als de maximale veilingprijs.