Ambtelijke brief/nota betreffende prijsbeheersing.
Origineel
Ambtelijke brief/nota betreffende prijsbeheersing. 13 mei 1941. Waarschijnlijk een functionaris binnen het Departement van Landbouw en Visscherij (gezien de inhoud en verwijzingen). Nº 24/6/2 M. 1341 4/5 (stempel)
L.M.
502 -1941-
Marktw. (handgeschreven)
13 Mei 1941.
m.i. Dr. (handgeschreven paraaf)
as (handgeschreven paraaf)
Zooals U bekend is, zijn en worden, in overleg met den Gemachtigde voor de prijzen door den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij voor een aantal daarvoor in aanmerking komende tuinbouwproducten, maximum prijzen vastgesteld, welke gelden voor den verkoop op de veilingen. Tevens zijn ten aanzien van die artikelen regelen vastgesteld, betreffende de prijzen, welke door den groothandel en den kleinhandel mogen worden berekend. De groothandelaar mag de veilingprijs verhoogen met de werkelijk door hem gemaakte kosten aan verpakking en vracht en het aldus verkregen bedrag daarenboven met ten hoogste 12% winst, terwijl de kleinhandelaar de artikelen aan het publiek mag verkoopen tegen een prijs, welke hoogstens 30% boven zijn inkoopsprijs ligt.
Het spreekt vanzelf, dat door dit stelsel het publiek ten eenenmale de contrôle op de prijzen mist. Tengevolge hiervan ontbreekt de noodzakelijke rem tegen prijsopdrijving. Gebleken is, dat niet alleen in den kleinhandel, doch ook in den groothandel en bij verkoop door tuinders overschrijding van den maximum prijs veelvuldig voorkomt. Zoo werden o.m. na verscherpte contrôle van den Centralen Crisis Contrôle Dienst op één dag ter zake niet minder dan 60 processen-verbaal tegen tuinders en grossiers op de Centrale Markt opgemaakt. Volgens mededeelingen van genoemden Dienst kwam in verschillende gevallen overschrijding van den maximum prijs van meer dan 100% voor. Tevens werden in andere gevallen door groothandel en tuinders ontoelaatbare voorwaarden aan den verkoop van groenten, waarvoor een maximum prijs gold, verbonden, te weten de verplichting om een zekere hoeveelheid van een ander artikel, waarvoor geen maximum prijs was vastgesteld, bij te koopen, waarop dan ook nog extra winst werd genomen.
Hoewel een verscherpte contrôle op de door de grossiers te maken prijzen door den Chef van de Afdeeling Tuinbouw van den Centralen Crisis Contrôle dienst is toegezegd, zal, zoolang het huidige indirecte stelsel van maximum prijsbepaling voor groot- en kleinhandel gehandhaafd
den Directeur-Generaal voor de
Voedselvoorziening, te
's-G R A V E N H A G E Dit document is een ambtelijk verslag over de ineffectiviteit van de vigerende prijsbeheersing voor groenten en fruit tijdens de bezetting. De kern van het probleem is het 'indirecte stelsel': maximumprijzen worden vastgesteld op de veiling, waarna de tussenhandel vaste marges mag optellen (12% voor de groothandel, 30% voor de detailhandel).
Omdat de consument de oorspronkelijke veilingprijs niet kent, kan deze niet controleren of de winkelprijs correct is. Dit leidt tot grootschalige fraude, waarbij prijzen soms met meer dan 100% worden overschreden. Ook wordt melding gemaakt van 'koppelverkoop': consumenten worden gedwongen om ongereguleerde artikelen tegen woekerprijzen bij te kopen om de gereguleerde groenten te mogen aanschaffen. Ondanks de inzet van de Centralen Crisis Contrôle Dienst (CCCD), die op één dag 60 processen-verbaal uitschreef op de Centrale Markt, blijft het systeem fraudegevoelig. Het document dateert van mei 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode strak gereguleerd door de overheid om schaarste en inflatie te beteugelen. De Directeur-Generaal voor de Voedselvoorziening (destijds de invloedrijke topambtenaar Hans Max Hirschfeld) was verantwoordelijk voor dit beleid.
De "Centralen Crisis Contrôle Dienst" (CCCD) was de instantie die toezag op de naleving van de distributieregels en prijsvoorschriften. De in de tekst beschreven praktijken zijn kenmerkend voor de opkomst van de 'zwarte handel' en de grijze markt, waarbij handelaren probeerden de krappe marges van de distributiewetgeving te ontwijken. Het document illustreert de constante strijd tussen de bureaucratische controlemechanismen van de bezettingsmacht/Nederlandse overheid en de economische realiteit van schaarste.