Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 269
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief.

30 juli 1941. Van: Onbekend (waarschijnlijk een hoge politiefunctionaris of hoofd van een gemeentelijke controledienst).

Origineel

Getypte ambtelijke brief. 30 juli 1941. Onbekend (waarschijnlijk een hoge politiefunctionaris of hoofd van een gemeentelijke controledienst). VD/HG.
[Handgeschreven: Verzonden 30/7]
20/6/3 M.
30 Juli 1941.

Contrôle op maximumprijzen.

                                      den Heer Wethouder
                                      voor de Levensmiddelen,
                                      A l h i e r .

    Hiermede heb ik de eer het volgende onder Uw aandacht te brengen.
    Met mijn brief van 6 Mei jl. No.20/6/1 M. rapporteerde ik U over het stelsel der maximumprijzen, dat werd toegepast op een aantal daarvoor in aanmerking komende tuinbouwproducten en de moeilijkheden, welke bij de contrôle van deze prijzen werden ondervonden. Met zijn brief van 13 Mei jl. No.502 L.M.1941 heeft de Regeeringscommissaris voor Amsterdam daarop een en ander ter kennis gebracht van den Directeur-Generaal voor de Voedselvoorziening. Voor zoover mij bekend is, heeft het Gemeentebestuur tot nu toe op bovenvermelden brief geen antwoord ontvangen; in ieder geval staat vast, dat in het stelsel der maximumprijzen voor groente geen verandering is gekomen. Het komt mij gewenscht voor, gelet op het groote belang, dat de bevolking heeft bij een goede regeling van de onderhavige materie, het vraagstuk der bepaling der maximumprijzen en meer in het bijzonder wat de daarbij gevolgde stelsels betreft, onder de oogen te zien.
    Zooals uit mijn rapport d.d. 22 Juli jl. No.46A/33/2 M. blijkt, wordt thans door de Nederlandsche Visscherijcentrale voor de zeevisch een stelsel van maximum prijsregeling voorbereid, dat analoog is met dat, welk reeds geruimen tijd geldt voor de zoetwatervisch en met dat wat van de zijde der Gemeente is voorgesteld voor de groenten (vide het bovenaangehaald schrijven d.d. 13 Mei jl. No.502 L.M.1941 van den Regeeringscommissaris voor Amsterdam).
    In dit verband merk ik op, dat ik op 30 April jl. te mijnen kantore een bespreking heb gehad met de heeren De Prez en Kranenburg van de Nederlandsche Visscherijcentrale ter zake van de mogelijkheid om aan den Gemeentelijken Vischafslag contrôle te doen houden, dat de aan den groothandel, welke zeevisch via den gemeentelijken afslag doet verkoopen, toegekende winstmarges niet werden overschreden. Dezerzijds is er daarbij op gewezen, dat zoowel de groote kans, dat niet tijdig de noodige justificatoire bescheiden van de betreffende (meestal geconsigneerde) partijen in het bezit van den vischafslag zouden komen, alsmede de practische onmogelijkheid de partijen daarmee te identificeeren, een contrôle als de bedoelde vrijwel onuitvoerbaar maakte. De heer De Prez *   **Context:** Het document dateert uit het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de schaarste aan voedsel nijpender, wat leidde tot de invoering van strikte prijsbeheersing (maximumprijzen) om woekerprijzen en de zwarte handel tegen te gaan.
  • Inhoud: De schrijver uit zijn zorgen over de effectiviteit van de prijscontroles op groenten en vis. Er wordt verwezen naar eerdere correspondentie met de Regeeringscommissaris voor Amsterdam (een functie ingesteld door de bezetter om toezicht te houden op het gemeentebestuur). De kern van de klacht is dat de voorgestelde controles op de winstmarges van de groothandel bij de visafslag in de praktijk onuitvoerbaar zijn door een gebrek aan bewijsstukken ("justificatoire bescheiden") en de onmogelijkheid om specifieke partijen vis te identificeren.
  • Bestuurlijke verhoudingen: Het document toont de bureaucratische complexiteit tijdens de oorlog, waarbij lokale overheden (de Wethouder), de bezettingsautoriteiten (Regeeringscommissaris) en specifieke sectororganen (Nederlandsche Visscherijcentrale) betrokken waren bij de voedselvoorziening. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de controle op de voedselvoorziening een prioriteit voor zowel het Nederlandse ambtenarenapparaat als de Duitse bezetter. De "Nederlandsche Visscherijcentrale" was een van de crisisorganen die toezicht hielden op de productie en distributie. De hier beschreven "praktische onuitvoerbaarheid" van controles wijst op de spanning tussen de papieren bureaucratie en de chaos van de dagelijkse praktijk, waar schaarste vaak leidde tot het omzeilen van regels, ondanks de zware straffen die op prijsopdrijving stonden. De brief is een typisch voorbeeld van ambtelijke verslaglegging waarbij men zich tracht in te dekken voor het feit dat regels niet nageleefd kunnen worden.

Samenvatting

  • Context: Het document dateert uit het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de schaarste aan voedsel nijpender, wat leidde tot de invoering van strikte prijsbeheersing (maximumprijzen) om woekerprijzen en de zwarte handel tegen te gaan.
  • Inhoud: De schrijver uit zijn zorgen over de effectiviteit van de prijscontroles op groenten en vis. Er wordt verwezen naar eerdere correspondentie met de Regeeringscommissaris voor Amsterdam (een functie ingesteld door de bezetter om toezicht te houden op het gemeentebestuur). De kern van de klacht is dat de voorgestelde controles op de winstmarges van de groothandel bij de visafslag in de praktijk onuitvoerbaar zijn door een gebrek aan bewijsstukken ("justificatoire bescheiden") en de onmogelijkheid om specifieke partijen vis te identificeren.
  • Bestuurlijke verhoudingen: Het document toont de bureaucratische complexiteit tijdens de oorlog, waarbij lokale overheden (de Wethouder), de bezettingsautoriteiten (Regeeringscommissaris) en specifieke sectororganen (Nederlandsche Visscherijcentrale) betrokken waren bij de voedselvoorziening.

Historische Context

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de controle op de voedselvoorziening een prioriteit voor zowel het Nederlandse ambtenarenapparaat als de Duitse bezetter. De "Nederlandsche Visscherijcentrale" was een van de crisisorganen die toezicht hielden op de productie en distributie. De hier beschreven "praktische onuitvoerbaarheid" van controles wijst op de spanning tussen de papieren bureaucratie en de chaos van de dagelijkse praktijk, waar schaarste vaak leidde tot het omzeilen van regels, ondanks de zware straffen die op prijsopdrijving stonden. De brief is een typisch voorbeeld van ambtelijke verslaglegging waarbij men zich tracht in te dekken voor het feit dat regels niet nageleefd kunnen worden.

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →