Brief (doorslag van een getypt origineel).
Origineel
Brief (doorslag van een getypt origineel). 29 augustus 1941. Onbekend (ondertekend namens "De Directeur"), mogelijk van een lokale distributiedienst of wijkbureau ("Wijk 13A"). De Districtscommissaris voor de Prijzen, Emmastraat 35, Amsterdam-Zuid. [Linksboven handgeschreven in blauw potlood:]
Verzonden 29/8 - '41
[Rechtsboven getypt:]
VD/HG.
den Heer Districtscommissaris
voor de Prijzen,
Emmastraat 35,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 13A.
20/9/1 H. 29 Augustus 1941.
Ingevolge telefonische afspraak d.d. gisteren met een ambte-
naar van Uw Bureau, heb ik de eer U de volgende klacht door te geven
welke door den heer Groeneveld, Zocherstraat 51, alhier, Chef van de
Cantine Coenhaven van de Fokkerfabrieken, bij mij is ingediend.
De groentewinkelier Wortel, gevestigd in de "Nieuwe Hal",
Oostzaanstraat hoek Hembrugstraat vraagt prijzen voor zijn groenten,
welke liggen boven de door den Gemachtigde voor de Prijzen vastge-
stelde maximumprijzen voor kleinhandelaren.
De Directeur, De brief is een officiële rapportage van een klacht over prijsopdrijving. De klager is de heer Groeneveld, de chef van de kantine van de Fokkerfabrieken (locatie Coenhaven). Hij beschuldigt groentewinkelier Wortel, die gevestigd was in de "Nieuwe Hal" aan de Oostzaanstraat (hoek Hembrugstraat in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt), van het verkopen van groenten boven de wettelijk vastgestelde maximumprijzen.
Het document toont de korte lijnen tussen het bedrijfsleven (de kantinebeheerder van een strategisch belangrijke fabriek als Fokker) en de prijscontrolerende instanties tijdens de bezetting. De klacht is eerst telefonisch voorbesproken voordat deze schriftelijk werd vastgelegd. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werd de economie strak gereguleerd. Om inflatie en woekerwinsten door schaarste te voorkomen, stelde de door de bezetter gecontroleerde overheid maximumprijzen vast voor vrijwel alle dagelijkse levensbehoeften. De Gemachtigde voor de Prijzen hield hier toezicht op.
Prijsopdrijving werd zwaar gestraft, omdat het de stabiliteit van de voedselvoorziening en de rust onder de bevolking in gevaar bracht. In dit specifieke geval is het interessant dat de klager werkt voor de Fokkerfabrieken, die onder Duits toezicht stonden voor de productie van gevechtsvliegtuigen. Een goede voedselvoorziening in de kantine was essentieel om de productie op peil te houden, wat verklaart waarom er direct melding werd gemaakt van de te dure groenten. De "Nieuwe Hal" was een overdekte marktplaats in Amsterdam-West die een centrale rol speelde in de buurtvoorziening.