Handgeschreven ambtelijk rapport.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk rapport. 7 februari 1941. Controleur S. Schirmeier. Rapport (onderstreept)
$N^o 3/4/1$ / M. 1941 $\frac{1}{3}$
Ondergez. Controleur S. Schirmeier rapporteert
u hierbij het volgende:
Hedenmorgen constateerde de grossier
Rooderburg pakhuis (Hal 10) dat bij hem, in het
pakhuis, water, welk van de bovenverdieping
kwam, over zijn handel lekte.
Uit door ondergez. ingesteld onderzoek
bleek, dat men op de 3^e etage (kamer 125 $^\text{in gebruik bij de}$ sigarenmakers)
gisteren gebruik had gemaakt van de waterleiding
doch vergeten had deze kraan weer af te sluiten.
Doordat de afvoerleiding verstopt was is het
water over den bak geloopen en daarna langs
de muur tot in het pakhuis van de geb. Rooderburg.
Den Heer Smit van het koelhuis is er reeds
van in kennis gesteld en heeft dit onderzocht.
Volgens geb. Rooderburg, moeten zij de handel
welke met het water in aanraking is geweest met
verlies verkoopen.
(Linksonder:)
Den Weledel. Heer
Bedrijfschef
Dienst v. assurantiën
(In rood schrift:)
Gezien
(onleesbare paraaf)
(Rechtsonder:)
Amsterdam, 7 Feb. '41
De Controleur
(ondertekend) S. Schirmeier Het document is een formeel inspectierapport opgesteld door een controleur genaamd S. Schirmeier. Het rapporteert een incident met waterschade in 'Hal 10', wat waarschijnlijk verwijst naar een ruimte in de Centrale Markthallen in Amsterdam. De schade werd veroorzaakt door menselijke nalatigheid: op de derde verdieping (gebruikt door sigarenmakers) was een kraan open blijven staan. Door een gelijktijdige verstopping in de afvoer liep het water over en sijpelde het door de vloeren naar het pakhuis van de Gebroeders Rooderburg eronder. De controleur stelt vast dat de handelswaar aangetast is en vermoedelijk tegen een lagere prijs ('met verlies') verkocht zal moeten worden. De afdeling verzekeringen (Dienst van Assurantiën) werd hiervan op de hoogte gesteld. Het document is gedateerd op 7 februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogssituatie tonen dergelijke documenten aan dat de reguliere civiele administratie en bedrijfscontrole in Amsterdam grotendeels bleven functioneren. Het geeft een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken in de Amsterdamse groothandel en industrie (zoals de sigarenmakerij) en de bureaucratische afhandeling van bedrijfsongevallen in die periode. De verwijzing naar 'Hal 10' en een 'koelhuis' duidt zeer waarschijnlijk op het terrein van de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat, dat een cruciaal knooppunt was voor de voedselvoorziening van de stad.