Intern dienstvoorschrift / Kennisgeving.
Origineel
Intern dienstvoorschrift / Kennisgeving. 26 juni 1937. M A R K T W E Z E N A M S T E R D A M
-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.
KM.No.40 Amsterdam, 26 Juni 1937.
Kennisgeving aan de ambtenaren dienstdoende
op de Centrale Markt, dag- en weekmarkten
en Vischmarkt.
Hiermede wordt onder Uw aandacht gebracht, dat ik het niet gewenscht vind, dat ambtenaren verklaringen afgeven, bijv. betreffende het bekend-zijn van bepaalde personen als koopman, zooals voor erkenning door Crisis-Centrales wordt vereischt.
Wanneer eenigerlei verklaring - van welken aard ook - door particulieren wordt verlangd, dienen dezen naar het hoofdkantoor te worden verwezen.
De Directeur,
[Handtekening in blauwe inkt] * Inhoud: De directeur van het Marktwezen in Amsterdam instrueert zijn personeel op de diverse markten (Centrale Markt, dagmarkten, weekmarkten en de Vismarkt) om geen officiële verklaringen meer af te geven aan burgers. Specifiek wordt de verificatie van iemands status als 'koopman' genoemd.
* Doel: Het centraliseren van de administratieve afhandeling. Door alle verzoeken naar het hoofdkantoor te verwijzen, wordt wildgroei aan verklaringen voorkomen en blijft de officiële status van dergelijke documenten gewaarborgd.
* Taalgebruik: Het document hanteert de formele spelling van voor de Tweede Wereldoorlog (bijv. "gewenscht", "zooals", "eenigerlei"). * Historische periode: Dit document stamt uit 1937, de late jaren van de Grote Depressie.
* Crisis-Centrales: In de tekst wordt verwezen naar de 'Crisis-Centrales'. Dit waren overheidsorganen die in de jaren '30 werden opgericht om de productie en handel van diverse goederen te reguleren en te steunen tijdens de economische crisis. Om in aanmerking te komen voor bepaalde regelingen of erkenningen, moesten handelaren bewijzen dat zij daadwerkelijk als koopman geregistreerd stonden of bekend waren.
* Marktwezen: De Centrale Markt in Amsterdam (de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat) was in die tijd de spil van de voedselvoorziening in de stad. Ambtenaren ter plaatse hadden direct contact met de handelaren, wat blijkbaar leidde tot informele verzoeken om verklaringen die de directie liever via de officiële weg (het hoofdkantoor) zag verlopen.