Ambtelijke circulaire of mededeling.
Origineel
Ambtelijke circulaire of mededeling. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Hoewel het niet mogelijk is precies aan te geven, wat als be-
zettingsschade moet worden beschouwd, kan als richtlijn worden aan-
gegeven, dat slechts materieele schade, veroorzaakt door een bepaalde
daad van de bezettende macht of haar organen, als zoodanig behoort te
worden aangemerkt. Eventueele gederfde inkomsten (winsten) zullen
waarschijnlijk niet als bezettingskosten worden beschouwd. Aangezien
hieromtrent echter nog geen zekerheid bestaat, verzoek ik U hiervan
afzonderlijk mededeeling te doen.
Ik merk voorts op, dat ten aanzien van schaden als gevolg van
bominslag e.d., zoomede van schaden ten gevolge van aanrijdingen met
voertuigen van de Duitsche Weermacht, welke, zooals U bekend is,
reeds geregistreerd worden, de tot dusver gevolgde gang van zaken
ongewijzigd kan blijven.
Sh.
De Burgemeester van Amsterdam,
VOÛTE
de Gemeentesecretaris,
J.F.FRANKEN Dit document betreft een ambtelijke instructie over de afhandeling van schadeclaims die voortvloeien uit de Duitse bezetting. De burgemeester probeert helderheid te scheppen in wat wel en niet als "bezettingsschade" kan worden aangemerkt voor de administratie:
- Focus op materiële schade: Alleen directe fysieke schade door toedoen van de bezetter wordt voorlopig erkend.
- Uitsluiting van indirecte schade: Er wordt expliciet gesteld dat economische schade (zoals misgelopen winst) waarschijnlijk buiten de regeling zal vallen. Dit is een belangrijke afbakening om de omvang van de claims te beperken.
- Continuïteit van registratie: Voor reeds bekende schadevormen, zoals die door bombardementen of verkeersongevallen met Duitse militaire voertuigen, verandert er niets; de bestaande procedures blijven van kracht.
De tekst is geschreven in de destijds gangbare ambtelijke spelling (bijv. "materieele", "Duitsche", "zooals"). De ondertekenaar, Edward Voûte, was de regeringsgetrouwe burgemeester van Amsterdam tijdens een groot deel van de Tweede Wereldoorlog. Hij werd in 1941 door de bezetter aangesteld na het ontslag van burgemeester De Vlugt.
Tijdens de bezetting was de vraag wie verantwoordelijk was voor geleden schade een complex juridisch en financieel vraagstuk. De Nederlandse overheid moest vaak bemiddelen tussen de eisen van de bezetter en de behoeften van de eigen burgerbevolking. Schade door de "Duitsche Weermacht" (het Duitse leger) was aan de orde van de dag door vorderingen, transporten en militaire manoeuvres in de stad. Daarnaast leed de stad onder geallieerde bombardementen (bedoeld voor Duitse doelwitten zoals de Fokker-fabrieken in Noord) en Duits afweergeschut. Dit document toont de bureaucratische poging om deze chaos in banen te leiden en financiële aansprakelijkheid in te kaderen.