Pagina uit een jaarverslag (waarschijnlijk een gemeentelijk verslag of verslag van een havenbedrijf).
Origineel
Pagina uit een jaarverslag (waarschijnlijk een gemeentelijk verslag of verslag van een havenbedrijf). Omstreeks 1940/1941 (gezien de verwijzingen naar 1938, 1939 en 1940). -7-
per kalenderjaar door 248 schuiten (v.j. 257 schuiten) met
een totalen inhoud van 13.845 ton (v.j. 14.185 ton) van 1000
kg. laadvermogen.
Vischmarkt.
De totale opbrengst der in het verslagjaar voor den
afslag aangevoerde en dus van gemeentewege geveilde visch be-
droeg: ƒ 173.567,64 (v.j. ƒ 195.510,98).
Aan afslaggelden werd ontvangen: ƒ 8.682,55 (v.j.
ƒ 9.779,58).
Aan aanvoergelden op het buitenterrein werd ontvangen:
ƒ 3.954,51 (v.j. ƒ 5.542,80).
Aan entréegelden: ƒ 733,- (v.j. ƒ 677,50).
In verband met de buitengewone omstandigheden was de
aanvoer van diverse zeevischsoorten veel geringer.
De totale hoeveelheid visch, in 1938, 1939 en 1940
door grossiers aangevoerd op het buitenterrein der Vischmarkt,
is vermeld in onderstaanden staat.
[Handgeschreven toevoeging linksonder:]
8.682.55
3.954.51
733. -
13.370.06
[Handgeschreven toevoeging rechtsonder:]
9.779.58
5.542.80
677.50
15.999.88 * Inhoud: De tekst rapporteert over de bedrijvigheid en inkomsten van een vismarkt. Er wordt een vergelijking gemaakt tussen het verslagjaar en het vorige jaar (v.j.).
* Kerngegevens:
* Er is een daling te zien in het aantal schuiten en het totale laadvermogen.
* De totale visopbrengst is gedaald van circa 195.000 naar 173.000 gulden.
* De inkomsten uit afslaggelden en aanvoergelden zijn eveneens gedaald.
* Alleen de entréegelden vertonen een lichte stijging.
* Handgeschreven noten: Onderaan heeft iemand de som gemaakt van de drie genoemde posten (afslaggelden, aanvoergelden en entréegelden) voor zowel het huidige jaar (links, totaal ƒ 13.370,06) als het voorgaande jaar (rechts, totaal ƒ 15.999,88). Dit diende waarschijnlijk ter controle van de totale marktgerelateerde inkomsten voor de gemeentekas. Dit document stamt uit een kritieke periode in de Nederlandse geschiedenis. De passage "In verband met de buitengewone omstandigheden was de aanvoer van diverse zeevischsoorten veel geringer" is een eufemisme voor de gevolgen van het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting in mei 1940. De visserij op de Noordzee werd direct belemmerd door mijnengevaar, vorderingen van schepen en militaire beperkingen, wat de daling in aanvoer en opbrengst verklaart die in de cijfers zichtbaar is. Het gebruik van de spelling-Marchant ("visch", "staat") was destijds de officiële standaard.