Archief 745
Inventaris 745-344
Pagina 76
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Jaarverslag / Statistisch overzicht (conceptversie met handgeschreven correcties).

Betreft het verslagjaar 1939 (gepubliceerd/gefinaliseerd rond 1940).

Origineel

Jaarverslag / Statistisch overzicht (conceptversie met handgeschreven correcties). Betreft het verslagjaar 1939 (gepubliceerd/gefinaliseerd rond 1940). [Pagina 8]

Algemeene dagmarkten.
De aanwijzing der tijdelijke hulpmarkten is tijdens het verslagjaar voor ten hoogste één jaar verlengd.
De opbrengst aan marktgeld bedroeg f 89.628,85 (v.j. f 91.745,35). (handgeschreven in blauw: 85.000,25)
Het hieronder volgende staatje geeft een overzicht van de in 1938 en 1939 ingenomen plaatsen.

Markten Aantal
half-jaarplaatsen weekplaatsen dagplaatsen
1938 1939 1938 1939 1938 1939
Nieuwmarkt .................... ~~53~~ 23 50 ~~5.978~~ 3275 4.464 4.960 6.417
Waterlooplein ................. ~~19~~ 23 22 ~~10.233~~ 9346 10.220 18.758 17.517
Dapperstraat. ................. ~~66~~ 85 87 ~~7.966~~ 7395 7.237 8.115 7.826
Albert Cuypstraat ............. ~~53~~ 41 51 ~~14.023~~ 13082 14.366 15.995 14.067
Ten Katestraat. ............... ~~43~~ 36 37 ~~9.413~~ 8110 9.840 8.222 7.554
Lindengracht. ................. ~~75~~ 71 83 ~~10.843~~ 10715 10.752 16.575 15.731
Zwanenburgwal ................. ~~2.283~~ 1702 2.123 3.799 3.470
Totaal ........................ 309 330 60.829 59.002 76.424 72.582

III. Weekmarkten.

Boom- en bloemmarkt.
De opbrengst aan marktgeld bedroeg f 1628,02 (v.j. f 2025,90). (handgeschreven: 1393,65)

Uilenburgmarkt.
De opbrengst aan marktgeld bedroeg f 4338,40 (v.j. f 4235,85). (handgeschreven: 4183,85)
In het verslagjaar werden ingenomen 28.752 (v.j. 28.129) dagplaatsen. (handgeschreven: 27731) Half-jaarplaatsen en weekplaatsen werden niet ingenomen.

Algemeene weekmarkten.
De aanwijzing der tijdelijke hulpmarkten van deze markten is tijdens het verslagjaar voor ten hoogste één jaar verlengd.
De opbrengst aan marktgeld van de algemeene weekmarkten bedroeg f 8477,55 (v.j. f 8385,60). (handgeschreven: 7589,10)
In het verslagjaar werden op de volgende markten de daarachter vermelde dagplaatsen ingenomen — de tusschen haakjes geplaatste getallen vermelden de overeenkomstige gegevens over 1938 — Westerstraat 18.167 (~~17.552~~), Sumatrastraat 3403 (~~3848~~), Jan Evertsenstraat 4237 (~~4045~~), Noordermarkt 12.177 (~~12.076~~), Amstelveld 10.650 (~~10.871~~), Mosplein 7693 (~~7358~~), auto-markt 5144 (~~5369~~), totaal 61.471 (v.j. ~~61.119~~). Half-jaarplaatsen en weekplaatsen werden ook hier niet ingenomen.

(Onderaan pagina 8, handgeschreven notities:)
11772,95
4183,85
7.589,10

Westerstr. 18441
Sum. str. 3092
J.E. str. 3563
Noorderm. 9395
Amstelv. 8451
Mospl. 7415
Autom. 1038

[Pagina 9]

IV. Standplaatsen buiten de markten.
Hieronder volgt een overzicht van het aantal vergunningen, door Burgemeester en Wethouders in 1939 verleend voor het innemen van standplaatsen buiten de markten.

Artikelen Aantal vergunningen
bij het begin van het jaar in den loop van het jaar aan het einde van het jaar
uitgereikt ingetrokken
Eet- of drinkwaren .................... ~~447~~ 438 70 79 ~~438~~ 371
Bloemen ............................... ~~201~~ 195 27 33 195
Diverse artikelen ..................... ~~8~~ 7 1 2 ~~7~~ 8
Totaal .............................. 656 98 114 ~~640~~ 574

Van deze vergunningen waren aan het einde van het jaar ~~74~~ voor een gedeelte van het jaar verleend.
Voor het uitstallen van kerstboomen en hulst werden ~~195~~ (v.j. 192) tijdelijke vergunningen uitgereikt. (handgeschreven: 140 (195))
De opbrengst der standplaatsgelden bedroeg: f 21.471,67 (v.j. f 13.928,92). (handgeschreven: 18.848,61 / 6.867,92) Hierin is begrepen een bedrag van f 7.843,15 wegens het zg. kramengeld, welke belasting op 1 December 1938 werd ingevoerd.

V. Ventverordening.
Op 1 Januari waren door Burgemeester en Wethouders verleend: ~~3600~~ 3408 vent- en opkoopersvergunningen; op 31 December bedroeg dit aantal: 3408.
De opbrengst der ventgelden bedroeg f 14.403,40 (v.j. f 26.164). (handgeschreven: 12.442,70)
Van de aantallen ventvergunningen der diverse groepen van artikelen bij het begin en aan het einde van het verslagjaar worden genoemd: groenten, fruit en aardappelen 702-750, bloemen en planten 644-581, brandstoffen (w.o. petroleum) 204-166, geringe eetwaren en consumptie-ijs 347-419, visch en zuurwaren 720-637, boter, kaas en eieren 139-125, diversen en manufacturen 362-289.
De aantallen opkoopersvergunningen bij het begin en aan het einde van het verslagjaar bedroegen resp. 482 en 441.

De Directeur van het Marktwezen,
Dr. A. VAN DER LAAN.

--- * Correcties: Het document bevat talloze handgeschreven correcties in rode en blauwe potlood/inkt. Dit duidt op een controleproces waarbij de gedrukte voorlopige cijfers zijn herzien op basis van definitieve boekhoudkundige gegevens.
* Structuur: Het rapport is strikt thematisch opgebouwd (Dagmarkten, Weekmarkten, Standplaatsen buiten de markten, Ventverordening). Dit weerspiegelt de bureaucratische organisatie van de Amsterdamse marktmeesters in die tijd.
* Financiële gegevens: Er is een duidelijke vergelijking tussen het verslagjaar (1939) en het voorgaande jaar (v.j., 1938). Opvallend is de vermelding van het "kramengeld", een relatief nieuwe belasting ingevoerd eind 1938.
* Sociaal-economische indicatoren: De daling in het aantal ventvergunningen en de specifieke uitsplitsing per productgroep (zoals de enorme groep groente- en fruitverkopers en vis/zuurwaren) geven een inkijkje in de kleinschalige handel in het Amsterdam van vlak voor de Tweede Wereldoorlog.

--- Dit document stamt uit een kritieke periode in de geschiedenis van Amsterdam (1939). De genoemde markten, zoals het Waterlooplein en de Uilenburgmarkt, bevonden zich in het hart van de Joodse buurt. De statistieken over marktgeld en vergunningen zijn hierdoor niet alleen economische data, maar ook een indirecte weergave van de sociaal-economische positie van de Joodse bevolking kort voor de bezetting.

De directeur van het Marktwezen, Dr. A. van der Laan, was verantwoordelijk voor de orde en de inkomsten uit de markthandel. Het feit dat er in 1939 nog uitgebreide verslagen werden gemaakt over kerstboomsvergunningen en de verkoop van petroleum aan de deur, toont het dagelijks leven in een stad die nog op 'vredesvoet' draaide, maar waar de economische controle (via nieuwe belastingen zoals kramengeld) werd aangescherpt. De daling van de inkomsten uit ventgelden (f 26.164 naar f 12.442,70 volgens de handgeschreven correctie) is een significante trend die mogelijk duidt op strengere regulering of veranderende economische omstandigheden.

Samenvatting

  • Correcties: Het document bevat talloze handgeschreven correcties in rode en blauwe potlood/inkt. Dit duidt op een controleproces waarbij de gedrukte voorlopige cijfers zijn herzien op basis van definitieve boekhoudkundige gegevens.
  • Structuur: Het rapport is strikt thematisch opgebouwd (Dagmarkten, Weekmarkten, Standplaatsen buiten de markten, Ventverordening). Dit weerspiegelt de bureaucratische organisatie van de Amsterdamse marktmeesters in die tijd.
  • Financiële gegevens: Er is een duidelijke vergelijking tussen het verslagjaar (1939) en het voorgaande jaar (v.j., 1938). Opvallend is de vermelding van het "kramengeld", een relatief nieuwe belasting ingevoerd eind 1938.
  • Sociaal-economische indicatoren: De daling in het aantal ventvergunningen en de specifieke uitsplitsing per productgroep (zoals de enorme groep groente- en fruitverkopers en vis/zuurwaren) geven een inkijkje in de kleinschalige handel in het Amsterdam van vlak voor de Tweede Wereldoorlog.

Historische Context

Dit document stamt uit een kritieke periode in de geschiedenis van Amsterdam (1939). De genoemde markten, zoals het Waterlooplein en de Uilenburgmarkt, bevonden zich in het hart van de Joodse buurt. De statistieken over marktgeld en vergunningen zijn hierdoor niet alleen economische data, maar ook een indirecte weergave van de sociaal-economische positie van de Joodse bevolking kort voor de bezetting.

De directeur van het Marktwezen, Dr. A. van der Laan, was verantwoordelijk voor de orde en de inkomsten uit de markthandel. Het feit dat er in 1939 nog uitgebreide verslagen werden gemaakt over kerstboomsvergunningen en de verkoop van petroleum aan de deur, toont het dagelijks leven in een stad die nog op 'vredesvoet' draaide, maar waar de economische controle (via nieuwe belastingen zoals kramengeld) werd aangescherpt. De daling van de inkomsten uit ventgelden (f 26.164 naar f 12.442,70 volgens de handgeschreven correctie) is een significante trend die mogelijk duidt op strengere regulering of veranderende economische omstandigheden.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling Uilenburg 184.375
Aal en paling Uilenburg 19.336
Aal en paling ........................... Uilenburg 19.336
Aal en paling ........................... Uilenburg 159.300
Aal en paling ....................................... Uilenburg 19.336
Aandeel huur hoofdkantoor Uilenburg 66 *a)*
Aankoop kisten Uilenburg
Aantal vaartuigen Uilenburg 88
Aantal vaartuigen ........................ Uilenburg 73
W. Fruithof Uilenburg + 44
W. Fruithof Uilenburg 521
Afschrijving dubieuze debiteuren Uilenburg 71
Afschrijving dubieuze debiteuren Uilenburg
Afschrijving Dubieuze Debiteuren Uilenburg
Afschrijving overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Uilenburg
Afschrijving overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Uilenburg 02
Afschrijving, overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Uilenburg
Afschr., overeenk. met de verpl. aflossing op leeningen... Uilenburg 36
A. Geboorte Uilenburg 58
A. Cuypstraat Waterlooplein 19.343
A. Cuypstraat Waterlooplein 15.995 / 14.067
Albert Cuypstraat (Marktmeester) Waterlooplein *19343*
Andijker blauwen Uilenburg 11216
J. Zand Uilenburg 1770
M. Wittenge Uilenburg 18.40
C.M. Koelhuis Uilenburg 05
Bezittingen vormende het vaste kapitaal ¹) Uilenburg
Bezittingen vormende het vaste kapitaal ¹) ................. Uilenburg 78
Bieten - gekookt Uilenburg
Bijdrage aan het Pensioenfonds Uilenburg 38
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6