Officieel afschrift van een circulair schrijven.
Origineel
Officieel afschrift van een circulair schrijven. 8 januari 1941. De Heeren Burgemeesters. [Linksboven handgeschreven:] V 6/2-41
[Stempel midden boven:] Nº 883 L.M. 1940 29/1 41
[Stempel midden boven:] Nº 7/5/1 M. 1941 3/2
[Rechtsboven handgeschreven:] Markhu(?) 30/1
Afschrift.
RIJKSINSPECTIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE BEVOLKING TEGEN LUCHTAANVALLEN
Heerengracht 23 Telefoon 183815
No 19 1057.4. 's-Gravenhage, 8 Januari 1941.
Onderwerp: Voetgangerslantaarns
Bijlagen: 2.
[Handgeschreven aantekeningen rechts:]
Mr. Broerze
Mr. Jonker
Insp. d. L. [Inspecteur van de Luchtbescherming?]
Mr. Stein.
Onder aanbieding van een tweetal "Voorschriften voor voetgangerslantaarns met beperkte lichtuitstraling", welke door de Rijksinspectie Luchtbescherming werden samengesteld ter uitvoering van het terzake gestelde in de Verordening No 212 van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende het verduisteren (zie mijn aan U gericht schrijven No. 19 1053 27 dd 19 December 1940), deel ik U mede, dat de in de dezerzijdsche circulaire No. 19 1053 58 d.d 25 September 1940 verleende machtiging betreffende het gebruik van afgeschermde en van wit of geel licht voorziene hanglantaarns door personeel van overheidsbedrijven en overheidsdiensten hierbij wordt ingetrokken.
Ook het personeel dezer diensten zal dus in den vervolge de in den handel verkrijgbare goedgekeurde blauw gekleurde gloeilampen moeten toepassen in de beschikbare lantaarns, dan wel door de Rijksinspectie Luchtbescherming goedgekeurde voetgangerslantaarns van bijzondere constructie moeten gebruiken.
v.d.B.
De Rijksinspecteur voor de bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen.
(get ) Onleesbaar
Voor eensluidend afschrift,
het Hoofd der afd. Algemeene Zaken
[Handgeschreven handtekening:] J. M. E. Remer-Vos [?]
wnd.
Aan
Heeren Burgemeesters. * Inhoud: Het document betreft een wijziging in de verduisteringsvoorschriften tijdens de Duitse bezetting. Voorheen mochten personeelsleden van overheidsdiensten nog "afgeschermde" witte of gele lantaarns gebruiken. Deze toestemming wordt per direct ingetrokken. Vanaf dit moment is enkel nog blauw licht (van goedgekeurde blauwe gloeilampen) of speciaal geconstrueerde voetgangerslantaarns toegestaan.
* Doel: Het uniformeren en strenger maken van de verduistering. Blauw licht is vanaf de grond zichtbaar voor voetgangers, maar door de korte golflengte veel moeilijker waarneembaar voor piloten op grote hoogte.
* Administratieve sporen: Het document bevat diverse stempels en handgeschreven parafen die wijzen op de administratieve verwerking door het ontvangende orgaan (waarschijnlijk een gemeentesecretarie). De verwijzing naar "Verordening No 212" koppelt dit direct aan de wetgeving van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de "Verduistering" (Verdunkelung) een van de meest ingrijpende maatregelen voor het dagelijks leven. Het doel was om navigatie door geallieerde bommenwerpers boven bezet gebied te bemoeilijken. De Rijksinspectie Luchtbescherming (onderdeel van de Luchtbeschermingsdienst of LBD) hield hier streng toezicht op.
Begin 1941, de periode van dit schrijven, werden de regels steeds verder aangescherpt. Waar in het begin nog enige coulance was voor overheidsfunctionarissen, werd hier nu een einde aan gemaakt. De "blauwe lampjes" werden een iconisch onderdeel van het straatbeeld in oorlogstijd; ze gaven net genoeg licht om niet tegen een boom of lantaarnpaal te lopen, maar hielden de stad voor het oog van vliegers in diepe duisternis gehuld.