Zakelijke brief / ambtelijke correspondentie.
Origineel
Zakelijke brief / ambtelijke correspondentie. Gemeente-Energiebedrijf Amsterdam (GEB), Afdeling Electriciteit. [Handgeschreven, rechtsboven:]
W. Jonker [?]
[Handgeschreven, middenboven:]
verzonden 18/4
[Getypt, rechtsboven:]
D/HG.
[Getypt, gecentreerd boven:]
het Gemeente-Energiebedrijf,
Afd. Electriciteit,
Tesselschadestraat 1,
Amsterdam-West.
Wijk 21.
[Getypt, datumregel:]
7/13/2 M. 6 17 April 1941.
[Getypt, hoofdtekst:]
In bijlage dezes heb ik de eer U een formulier in zesvoud te doen toekomen met verzoek de op dit formulier voorkomende verklaring te onderteekenen; daarna gelieve U mij het formulier weder te retourneeren.
[Getypt, ondertekening:]
De Directeur, De tekst van deze brief lijkt op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling: het rondsturen van een formulier dat in zesvoud getekend moet worden. Echter, de formele toon ("heb ik de eer U") gecombineerd met de specifieke datering (april 1941) en de eis van een "verklaring" wijst op een dwingend bureaucratisch proces tijdens de bezettingsjaren.
Opvallende elementen:
* Zesvoud: De eis om een document in zesvoud te ondertekenen duidt op een grootschalige administratieve registratie waarbij meerdere instanties (waarschijnlijk zowel gemeentelijk als Duits-geallieerd) een kopie moesten ontvangen.
* De Verklaring: Er wordt niet expliciet benoemd wát voor verklaring het betreft. Dit is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit deze periode betreffende de Ariërverklaring. Dit document is direct gerelateerd aan de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. In januari 1941 vaardigde de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart) Verordening 6/1941 uit. Deze verplichtte alle ambtenaren en personeel in publieke dienst (waaronder het Gemeente-Energiebedrijf) om een verklaring te ondertekenen over hun afstamming: de zogenaamde 'Ariërverklaring'.
Het doel van deze verklaring was om te inventariseren wie van "Joodsen bloede" was, om hen vervolgens te kunnen ontslaan. De brief van het GEB uit april 1941 is een tastbaar bewijs van hoe de gemeentelijke instanties meewerkten aan de uitvoering van deze anti-Joodse maatregelen. Het feit dat de brief slechts spreekt over "de op dit formulier voorkomende verklaring" suggereert dat de ontvanger drommels goed wist waar het over ging; het was op dat moment de meest besproken en beladen administratieve handeling in ambtelijk Nederland. W. Jonker
Samenvatting
De tekst van deze brief lijkt op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling: het rondsturen van een formulier dat in zesvoud getekend moet worden. Echter, de formele toon ("heb ik de eer U") gecombineerd met de specifieke datering (april 1941) en de eis van een "verklaring" wijst op een dwingend bureaucratisch proces tijdens de bezettingsjaren.
Opvallende elementen:
* Zesvoud: De eis om een document in zesvoud te ondertekenen duidt op een grootschalige administratieve registratie waarbij meerdere instanties (waarschijnlijk zowel gemeentelijk als Duits-geallieerd) een kopie moesten ontvangen.
* De Verklaring: Er wordt niet expliciet benoemd wát voor verklaring het betreft. Dit is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit deze periode betreffende de Ariërverklaring.
Historische Context
Dit document is direct gerelateerd aan de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. In januari 1941 vaardigde de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart) Verordening 6/1941 uit. Deze verplichtte alle ambtenaren en personeel in publieke dienst (waaronder het Gemeente-Energiebedrijf) om een verklaring te ondertekenen over hun afstamming: de zogenaamde 'Ariërverklaring'.
Het doel van deze verklaring was om te inventariseren wie van "Joodsen bloede" was, om hen vervolgens te kunnen ontslaan. De brief van het GEB uit april 1941 is een tastbaar bewijs van hoe de gemeentelijke instanties meewerkten aan de uitvoering van deze anti-Joodse maatregelen. Het feit dat de brief slechts spreekt over "de op dit formulier voorkomende verklaring" suggereert dat de ontvanger drommels goed wist waar het over ging; het was op dat moment de meest besproken en beladen administratieve handeling in ambtelijk Nederland.