Getypte ambtelijke brief met handgeschreven annotaties.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven annotaties. 6 januari 1941. De Directeur van de Dienst van het Marktwezen (waarschijnlijk Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Arbeidszaken, Raadhuis, Alhier. [Rechtsboven:] HG.
[Midden boven, handgeschreven:] Verzonden 6/1
den Heer Wethouder voor de Arbeidszaken,
Raadhuis,
A l h i e r .
8A/6/1 M. 6 Januari 1941.
Ter voldoening aan Uw circulaires d.d. 31 December 1931 No.721 Arb. en 18 Februari 1939 No.95g Arb.1939 heb ik de eer U te berichten, dat op 31 December 1940 in dienst waren bij het Markt-wezen:
70 vaste ambtenaren (waaronder 2 Joodsche ambtenaren, die met ingang van 26 November jl. van hun functie zijn ontheven);
7 vaste werklieden.
Deze aantallen waren op 1 Januari 1941 niet gewijzigd.
De Directeur,
[Onderaan, handgeschreven:]
Op 31 Maart 1941:
68 vaste ambtenaren
7 vaste werklieden
1 April 1941 ongewijzigd.
[In rode inkt:] 8A/L/2 M
[In potlood/pen:] 2/4/41 HG * Administratieve verantwoording: Het document is een formele reactie op circulaires betreffende de personeelsadministratie. Het dient om de actuele personeelssterkte door te geven aan het gemeentebestuur (de wethouder).
* Uitsluiting van Joodse ambtenaren: De kern van het document is de melding dat twee Joodse ambtenaren per 26 november 1940 "van hun functie zijn ontheven". Dit getal correleert direct met de handgeschreven update onderaan, waarbij het totaal aantal vaste ambtenaren is gedaald van 70 naar 68.
* Procesmatige voortgang: De handgeschreven noten tonen aan dat dit een levend dossier was. Op 31 maart 1941 wordt de administratie opnieuw bijgewerkt, waarbij de definitieve verwijdering van de Joodse ambtenaren uit de statistieken zichtbaar wordt. Dit document vormt een directe getuigenis van de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In oktober 1940 moesten alle ambtenaren de zogenaamde 'Ariërverklaring' tekenen. Kort daarna, op 21 november 1940, werd door de bezetter verordonneerd dat alle Joodse ambtenaren per direct geschorst moesten worden.
De in de brief genoemde datum van 26 november 1940 is de dag waarop deze maatregel in veel gemeenten officieel geëffectueerd werd. Het document illustreert de bureaucratische precisie waarmee de ontslagen en de uitsluiting van Joodse burgers uit de openbare dienst werden gedocumenteerd en verwerkt in de gemeentelijke administratie.
Samenvatting
- Administratieve verantwoording: Het document is een formele reactie op circulaires betreffende de personeelsadministratie. Het dient om de actuele personeelssterkte door te geven aan het gemeentebestuur (de wethouder).
- Uitsluiting van Joodse ambtenaren: De kern van het document is de melding dat twee Joodse ambtenaren per 26 november 1940 "van hun functie zijn ontheven". Dit getal correleert direct met de handgeschreven update onderaan, waarbij het totaal aantal vaste ambtenaren is gedaald van 70 naar 68.
- Procesmatige voortgang: De handgeschreven noten tonen aan dat dit een levend dossier was. Op 31 maart 1941 wordt de administratie opnieuw bijgewerkt, waarbij de definitieve verwijdering van de Joodse ambtenaren uit de statistieken zichtbaar wordt.
Historische Context
Dit document vormt een directe getuigenis van de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In oktober 1940 moesten alle ambtenaren de zogenaamde 'Ariërverklaring' tekenen. Kort daarna, op 21 november 1940, werd door de bezetter verordonneerd dat alle Joodse ambtenaren per direct geschorst moesten worden.
De in de brief genoemde datum van 26 november 1940 is de dag waarop deze maatregel in veel gemeenten officieel geëffectueerd werd. Het document illustreert de bureaucratische precisie waarmee de ontslagen en de uitsluiting van Joodse burgers uit de openbare dienst werden gedocumenteerd en verwerkt in de gemeentelijke administratie.