Archief 745
Inventaris 745-273
Pagina 57
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt manuscript/onderzoeksopzet (doorslag of stencil).

Origineel

Getypt manuscript/onderzoeksopzet (doorslag of stencil). -2-

6) Hun sociale positie. De waardeeering die de maatschappij voor den marktkoopman toont.

7) Sociale mibiliteit. (Werkzaamheden van hun ouders en kinderen. Drang van de kooplieden en hun kinderen om een ander beroep te kiezen. In hoeverre slagen zij hierin? In verband hiermede de afmetingen en resultaten der vakopleiding tot gescholde arbeiders voor de kinderen der kooplieden.)

8) De mate van individualisme van den marktkoopman. Pogingen uit de marktkoopliedengroep voortgekomen ter verbetering der positie van deze groep. (Gezamenlijk inkoopen, prijsovereenkomsten, onderlinge credietverschaffing, vakorganisaties.)

9) Invloed van de tegenwoordige steunmaatregelen van de overheid (handelsgeld) op dit individualisme. (Neemt ten gevolge van dit overheidsingrijpen de vakorganisatie in beteeekenis toe?)

V. De kooper.

1) Plaats van herkomst, woonwijk, sociale groep, ras, nationaliteit, geslacht en leeftijd van het publiek dat de markt bezoekt. Is er verschil te constateeren wat de sociale groepeering betreft van de marktbezoekers in Amsterdam en in de provincie? Hebben de groote winkels en warenhuizen de beter gesitueerden van de markten weggelokt?

2) Doel en duur van het marktbezoek. (Koopen, komen om te koopen, doch dit niet doen, komen alleen maar om te kijken.) Hebben sport, bioscoop en radio, die zooveel intenser vermaak verschaffen, het aantal marktbezoekers, dat niet uit zakelijke overwegingen komt, doen afnemen? De grootere zakelijkheid der vrouwen bij het marktbezoek. Hun geringere belangstelling voor de "standwerkers". "Mannen- en vrouwenmarkten".

3) Deskundigheid van het marktpubliek. Worden de waren al of niet onderzocht? Irrationeele maatstaven die hierbij aangelegd worden.

4) De psychologie van het koopen op de markt.
a) de aantrekkelijkheid van het zelf kunnen uitzoeken.
b) de mogelijkheid tot afdingen.
c) Het gemakkelijk zich terugtrekken bij het niet sluiten van den koop.
d) Begeerte om "koopjes" te halen.

VI. Tegenwoordige positie en toekomst der kleinhandelsmarkten te-Amsterdam.

Neemt het aantal en de gebruikte oppervlakte der Amsterdamsche kleinhandelsmarkten over het algemeen in de laatste jaren toe of af? Invloed van de veranderingen in de economische conjunctuur en structuur. Conjunctuur - invloed van de crisis, die het aantal marktkooplieden meestal doet toenemen, (crisisslachtoffers), doch soms ook doet afnemen (het kiezen van een ander beroep). Invloed van de economische structuurveranderingen - de concurrentiestrijd der kooplieden met hun concurrenten, de winkels en warenhuizen (eenheidsprijzenwinkels) Gunstige factoren voor de marktkooplieden; het toenemend gebruik van aan bederf onderhevige artikelen als groente, fruit, bloemen en visch. Een ander voordeel: de over het algemeen toegenomen welvaart der arbeidersklasse. De ordeningspogingen van de overheid in verband met de toekomst der marktkooplieden.

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ M Het document bevat een gedetailleerde onderzoeksleidraad of vragenlijst voor een sociografische studie naar de markthandel, met een specifieke focus op Amsterdam. De tekst is verdeeld in drie hoofdpunten op deze pagina:

  1. De sociale aspecten van de koopman (onderdeel IV): Er is aandacht voor de sociale mobiliteit (stijging op de maatschappelijke ladder), de neiging tot individualisme versus organisatie (vakbonden/coöperaties) en de rol van overheidssteun. Opvallend is de typfout "mibiliteit" (mobiliteit) en "beteeekenis".
  2. De consument (onderdeel V): Er wordt gezocht naar de demografische kenmerken van de bezoeker. Interessant is de vroege sociologische blik op vrijetijdsbesteding; de auteur vraagt zich af of moderne media (radio/bioscoop) de markt als uitje verdringen. Ook de psychologie van het "koopjes jagen" en afdingen wordt geanalyseerd.
  3. Economische context (onderdeel VI): Dit deel plaatst de markt in de bredere economie. Er wordt gerefereerd aan de "crisis" (de Grote Depressie), waarbij werklozen uit nood marktkoopman werden ("crisisslachtoffers"). De concurrentie met opkomende warenhuizen en eenheidsprijzenwinkels (zoals de HEMA, die in die tijd opkwam) is een centraal thema. Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de jaren '30 van de 20e eeuw. In deze periode was de sociografie (een Nederlandse vorm van sociale geografie en sociologie, gepionierd door S.R. Steinmetz in Amsterdam) zeer actief in het feitelijk beschrijven van volksbuurten en beroepsgroepen.

De tekst weerspiegelt de overgangsfase van de traditionele markthandel naar de moderne consumptie-economie. De Amsterdamse markten (zoals de Albert Cuyp of de Dappermarkt) ondergingen in deze periode professionalisering en regulering door de overheid. De genoemde "eenheidsprijzenwinkels" waren een relatief nieuw fenomeen dat de traditionele markthandel onder druk zette door goedkope, gestandaardiseerde producten aan te bieden.

Samenvatting

Het document bevat een gedetailleerde onderzoeksleidraad of vragenlijst voor een sociografische studie naar de markthandel, met een specifieke focus op Amsterdam. De tekst is verdeeld in drie hoofdpunten op deze pagina:

  1. De sociale aspecten van de koopman (onderdeel IV): Er is aandacht voor de sociale mobiliteit (stijging op de maatschappelijke ladder), de neiging tot individualisme versus organisatie (vakbonden/coöperaties) en de rol van overheidssteun. Opvallend is de typfout "mibiliteit" (mobiliteit) en "beteeekenis".
  2. De consument (onderdeel V): Er wordt gezocht naar de demografische kenmerken van de bezoeker. Interessant is de vroege sociologische blik op vrijetijdsbesteding; de auteur vraagt zich af of moderne media (radio/bioscoop) de markt als uitje verdringen. Ook de psychologie van het "koopjes jagen" en afdingen wordt geanalyseerd.
  3. Economische context (onderdeel VI): Dit deel plaatst de markt in de bredere economie. Er wordt gerefereerd aan de "crisis" (de Grote Depressie), waarbij werklozen uit nood marktkoopman werden ("crisisslachtoffers"). De concurrentie met opkomende warenhuizen en eenheidsprijzenwinkels (zoals de HEMA, die in die tijd opkwam) is een centraal thema.

Historische Context

Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de jaren '30 van de 20e eeuw. In deze periode was de sociografie (een Nederlandse vorm van sociale geografie en sociologie, gepionierd door S.R. Steinmetz in Amsterdam) zeer actief in het feitelijk beschrijven van volksbuurten en beroepsgroepen.

De tekst weerspiegelt de overgangsfase van de traditionele markthandel naar de moderne consumptie-economie. De Amsterdamse markten (zoals de Albert Cuyp of de Dappermarkt) ondergingen in deze periode professionalisering en regulering door de overheid. De genoemde "eenheidsprijzenwinkels" waren een relatief nieuw fenomeen dat de traditionele markthandel onder druk zette door goedkope, gestandaardiseerde producten aan te bieden.

Kooplieden in dit dossier 69

A.F. Boomstra Waterlooplein
A.F. Boomstra Uilenburg
A. v. d. Ven Waterlooplein
A. v. d. Ven Waterlooplein
A.W. Rees Waterlooplein
A.W. Rees Uilenburg
W. Hendrixx Uilenburg
C. Ravesteyn Waterlooplein
G.J. Emons *Dapperstr. Uilenburg, zoon amstelveen, 6-6-86.* Uilenburg
G.J. Emons Waterlooplein
G. Lisser *Dapperstr.* Uilenburg
G. Lisser Waterlooplein
G.M. Waterman Waterlooplein
G.M. Waterman Uilenburg
G.W. Kragten Waterlooplein
G.W. Kragten Uilenburg
H. Ballering Waterlooplein
H. Ballering Uilenburg
H.H. Jonkman { *geb. 6/5 95 Dapperstr. Leeuwenmond. waterloopl.* Uilenburg
H. Jonkman Waterlooplein
L. Baudoux Uilenburg
H. van Elburg Waterlooplein
L. Baudoux Uilenburg
J. Mullem Waterlooplein
J. Salomons Waterlooplein
J. Salomons *Uilenburg* Uilenburg
J. Stodel Waterlooplein
L. Baudoux Uilenburg
J. Stouwer Waterlooplein
J. Stouwer Uilenburg
Alle 69 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1