Vragenlijst (onderdeel van een groter sociaal-economisch onderzoek).
Origineel
Vragenlijst (onderdeel van een groter sociaal-economisch onderzoek). Blad 11.
17. h. Hoe hebt U dit geld ter be- | Van U zelf | f ......
schikking gekregen? (Ge- | doorloopend leveran- |
leend) | cierscrediet | " ......
| geleend van Uw familie" | " ......
| geleend van andere |
| personen en instellin- |
| gen (wie?) | " ......
| van overheidswege | " ......
| | -----------------
| t o t a a l . | f ......
i. Onder welke voorwaarden lee-
nen andere personen U geld?
(Tijdsduur en rentebedrag | ...................................
opgeven of den rentevoet | ...................................
noemen of het aandeel in | ...................................
winst of verlies.) | ...................................
j. Indien U leverancierscrediet | ...................................
hebt, heeft dit invloed op | ...................................
Uw inkoopsprijzen? | ...................................
k. Zoo ja, in welke mate? | ...................................
l. Acht U de voorwaarden, waarop U
geld ter beschikking wordt
gesteld, onbillijk? (Rente- | ...................................
voet te hoog) | ...................................
m. Heeft de credietgever invloed
op Uw handel? | ...................................
n. Zoo ja, welken? | ...................................
o. Verkoopt U ook voor rekening
van anderen, bijv. goederen
in consignatie (d.w.z. tegen | ...................................
provisie)? | ...................................
p. Zoo ja, welke artikelen en te-
gen welke voorwaarden? | ...................................
____________
18. a. Hoeveel is Uw netto verdienste
1. op deze markt? | ...................................
2. voor alle markten tezamen,
die U bezoekt? | ...................................
b. Kunt U van dit netto inkomen
bestaan? | ...................................
c. Hoeveel huishoudgeld geeft U
wekelijks aan Uw vrouw? | ...................................
d. Hoeveel hebt U zelf wekelijks
noodig? | ................................... * Doelgroep: De vragenlijst is specifiek gericht op kleine zelfstandigen of marktkooplieden ("op deze markt", "alle markten tezamen").
* Onderwerpen: Er wordt diepgaand gevraagd naar de financiële structuur van de onderneming. Men wil weten waar het kapitaal vandaan komt (familie, leveranciers, overheid) en of de kredietvoorwaarden (zoals rente of winstdeling) als eerlijk worden ervaren. Daarnaast is er aandacht voor de invloed van kredietgevers op de bedrijfsvoering.
* Huishoudelijk aspect: Vraag 18c en 18d leggen een directe link tussen de zakelijke opbrengsten en de persoonlijke levenssfeer, inclusief de verdeling van geld binnen het gezin. * Historische Context: Gezien de terminologie (gulden-teken 'f', 'leverancierscrediet', 'consignatie') en de typemachine-stijl, stamt dit document waarschijnlijk uit het midden van de 20e eeuw (ca. 1930-1960). Het kan afkomstig zijn uit een onderzoek naar de economische positie van marktkooplieden in Nederland of voormalig Nederlands-Indië.
* Sociaal-economisch: Dergelijke enquêtes werden vaak uitgevoerd door overheidsinstanties of universiteiten om inzicht te krijgen in de levensvatbaarheid van kleine neringdoenden, mogelijk in tijden van economische crisis of wederopbouw. Het weerspiegelt een tijd waarin zakelijke en privéfinanciën sterk met elkaar verweven waren.