Ambtelijk verslag of onderzoeksnotitie betreffende markttoezicht.
Origineel
Ambtelijk verslag of onderzoeksnotitie betreffende markttoezicht. [Pagina 5]
VIII Geval W. van Eyken.
W. van Eyken heeft geen plaats op een der markten. Wel zijn echtgenoote G. van Eyken - Vriens, die vaste plaatsen bezet op de markten Lindengracht en Jan Evertsenstraat. Haar dochter assisteert haar niet op de marktplaatsen. Is de markthoudster verhinderd om op de markt Jan Evertsenstraat te komen, dan komt het voor, dat de dochter daar, geheel zelfstandig, een losse plaats bezet.
Hier is derhalve geen enkele onregelmatigheid gebleken.
IX Geval H.C. Smis:
H.C. Smis bezet geen vaste plaats op de markt Lindengracht. Vroeger werd op die markt een dergelijke plaats bezet door M.H. (niet: F.H.) Smis, die onvolwaardig is en voor de plaats bedankte. Sedertdien komt het voor, dat M.H. Smis een losse plaats op de markt bezet, waarbij hij dan soms door zijn broer H.C. Smis wordt geassisteerd; laatstgenoemde neemt de losse plaats ook wel eens op zijn eigen naam en laat zich dan door M.H. Smis assisteeren.
Een en ander is in overeenstemming met de voorschriften.
X Geval Ph. Druijf:
Deze koopman heeft vaste plaatsen op de markten Waterlooplein en Dapperstraat. De plaatsen worden door zijn echtgenoote ingenomen (art. 10 van het Reglement op de Markten). Deze ontkent beslist, dat zij haar plaatsen verhuurt. Zij heeft handel van andere kooplieden. Op de markt Waterlooplein verkoopt zij waren in combinatie met de naast haar staande koopman (M.A. Cattan, die haar daarvoor een vast bedrag per dag betaalt). Op de markt Dapperstraat verkoopt zij waren van een grossier. In beide gevallen treedt de rechthebbende koopvrouw als zelfstandig verkoopster op de marktplaats op. Het document is een verslag van een inspectie of administratieve controle naar aanleiding van mogelijke overtredingen van het marktreglement. Er worden drie specifieke gevallen (VIII, IX en X) behandeld:
- Geval Van Eyken: Hier wordt gecontroleerd of de dochter onrechtmatig de vaste plaats van haar moeder inneemt. De conclusie is dat zij bij afwezigheid van haar moeder een 'losse plaats' (een dagplaats) huurt, wat is toegestaan.
- Geval Smis: Er is verwarring over de initialen van de broers Smis. De controleur stelt vast dat de huidige werkwijze, waarbij zij elkaar assisteren of de losse plaats op eigen naam nemen, juridisch correct is.
- Geval Druijf: Dit is het meest complexe geval. Het betreft de verhuur van marktruimte of het verkopen voor derden. Hoewel de echtgenote van Druijf toegeeft dat zij een vergoeding ontvangt van een buurman (M.A. Cattan) om diens waren te verkopen, concludeert de rapporteur dat zij nog steeds als "zelfstandig verkoopster" optreedt, waardoor er formeel geen sprake is van illegale onderverhuur volgens artikel 10 van het reglement.
Het taalgebruik is zakelijk-juridisch ("onvolwaardig", "derhalve", "rechthebbende"). De talrijke doorhalingen in het laatste segment wijzen op een zorgvuldige formulering om de handelwijze van de koopvrouw binnen de regels van het reglement te laten vallen. In de eerste helft van de 20e eeuw was de marktwezen in Amsterdam streng gereguleerd. Vaste standplaatsen waren schaars en gebonden aan strikte persoonlijke vergunningen. Het was verbonden aan het 'persoonlijkheidsbeginsel': de vergunninghouder (of diens wettelijke echtgenoot/echtgenote) moest zelf op de kraam staan.
Onderverhuur of het laten exploiteren van een standplaats door derden was een veelvoorkomend probleem waar de marktomroepers en marktmeesters streng op controleerden. In dit document zien we hoe de mazen in de wet werden opgezocht (zoals het huren van een 'losse plaats' in plaats van het overnemen van een vaste plaats) en hoe de inspectie deze praktijken toetste aan de verordeningen. De genoemde locaties (Waterlooplein, Dapperstraat) zijn nog steeds de meest iconische marktplaatsen van Amsterdam.