Getypte brief of rapportage (fragment, pagina 6).
Origineel
Getypte brief of rapportage (fragment, pagina 6). 28 februari [jaartal onvolledig, mogelijk 1919 of een ander jaar eindigend op 9]. Vermoedelijk de administratie van het Marktwezen, Amsterdam. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. 6 28 Februari 9
20/5/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
Markten). Deze ontkent beslist, dat zy haar plaatsen ver-
koopt of verhuurt. Op de markt Waterlooplein verkoopt zy
waren in combinatie met den naast haar staanden koopman
M. a Cathan, die haar daarvoor een vast bedrag per dag be-
taalt. Combinaties komen op de markt Waterlooplein veelvul-
dig voor. Op de markt Dapperstraat verkoopt juffrouw Druif
waren van een grossier. In beide gevallen treedt de recht-
hebbende koopvrouw zelfstandig als verkoopster op de markt-
plaats op.
XI. Geval W. Dreese:
Inderdaad wordt de vaste plaats op de markt Suma-
trastraat van W. Dreese bezet door diens echtgenoote. Dit is
in overeenstemming met artikel 18 van het Reglement op de
Markten.
Naar aanleiding van de opmerkingen van Uw Ambtge-
noot voor de Arbeidszaken vervat in de laatste alinea van
zyn bovenaangehaalden brief d.d. 10 Januari jl. diene het
navolgende.
Dezerzyds wordt ten aanzien van de vaste plaatsen
op de markten steeds geadministreerd, door wien deze plaat-
sen mogen worden bezet. Van elken vasten marktkoopman is de
naam by de administratie van het Marktwezen bekend, alsmede
de naam van zyn echtgenoote (in verband met het meergenoemde
voorschrift van artikel 18 van het Reglement) en van de per-
sonen, die eventueel, ingevolge artikel 17 en artikel 19 van
het Reglement, dezerzyds schriftelyke toestemming kregen om
den plaatshouder te vervangen of by te staan.
Voor het Marktwezen is niet van belang, wie van de
verschillende personen, die eventueel rechtmatig op een
vaste marktplaats mogen staan, daar op elken marktdag werke-
lyk gebruik van maken. "Presentie" van de op de plaats aan-
wezige personen, wordt dus niet gehouden, aangezien hiertoe
veel noodelooze arbeid zou worden vereischt. Gecontrôleerd
wordt wel, of degene, die op de marktplaats staat, daar Dit document is een ambtelijke reactie op vragen of klachten betreffende het beheer van de Amsterdamse markten. De kernpunten zijn:
1. Handhaving van het Reglement: Er wordt getoetst of marktkooplieden zich houden aan de regels voor onderverhuur en personele bezetting. In het geval van 'juffrouw Druif' wordt geoordeeld dat haar samenwerking met anderen binnen de regels valt omdat zij zelfstandig blijft optreden.
2. Familiale overdracht: Het geval van W. Dreese illustreert dat het destijds (conform artikel 18 van het Reglement) legaal was voor een echtgenote om de vaste marktplaats van haar man in te nemen.
3. Administratieve efficiëntie: De afdeling Marktwezen verdedigt haar werkwijze tegenover de Wethouder voor Arbeidszaken. Men registreert wie er mag staan (koopman, echtgenote, vergunde vervangers), maar houdt geen dagelijkse presentielijst bij van wie er daadwerkelijk is, omdat dit als te arbeidsintensief ("noodelooze arbeid") wordt beschouwd. Het document biedt een waardevol inkijkje in de dagelijkse praktijk en de bureaucratie rondom de Amsterdamse straatmarkten in de vroege 20e eeuw (mogelijk de periode rond de Eerste Wereldoorlog of het interbellum, gezien de spelling en de focus op voedselvoorziening). De genoemde markten (Waterlooplein, Dapperstraat en Sumatrastraat) waren vitale knooppunten voor de voedselvoorziening van de groeiende stad. De discussie over wie er op de markt mag staan, raakt aan bredere sociaaleconomische thema's zoals vrouwenarbeid (de rol van de echtgenote), informele economische netwerken ("combinaties") en de professionalisering van het gemeentelijk toezicht. W. Dreese Marktwezen