Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 25 februari 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). VP/HG.
20/7/2 M.
n 2
M. de Boer [handgeschreven]
25/2 [handgeschreven]
Verzonden [handgeschreven]
25 Februari 1939.
Verzoek A. Polak om "patates
frites" te mogen bakken op
markt Albert Cuypstraat.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 7
dezer om advies ontvangen stuk no.23/22 L.M.1938 heb ik de
eer U te berichten, dat ik in mijn rapport d.d. 24 November
jl. (No.20/43/1 M.) gunstig adviseerde op een soortgelijk
verzoek van adressant met betrekking tot de markten Waterloo-
plein, Uilenburg, Amstelveld en Mosplein.
Ook in de Albert Cuypstraat lijkt mij het bakken van
"patates frites" minder hinderlijk dan van visch. Ik zou U
daarom in overweging willen geven, dit verzoek in te willigen.
Teneinde echter in de practijk te kunnen nagaan, of het be-
doelde bakken in de Albert Cuypstraat niet tot ernstige
klachten aanleiding geeft, stel ik U voor de vergunning voor
die markt voorloopig bij wijze van proef voor den tijd van
zes maanden te verleenen.
De Directeur, Deze brief vormt een formeel advies van de directeur van een Amsterdamse gemeentelijke dienst aan de wethouder. De kern van de zaak is de aanvraag van een zekere A. Polak om patat te mogen verkopen op de Albert Cuypmarkt.
Opvallende punten:
* Eerdere toestemming: De aanvrager had blijkbaar al gunstige adviezen ontvangen voor andere Amsterdamse markten (Waterlooplein, Uilenburg, Amstelveld en Mosplein). Dit suggereert een uitbreiding van zijn nering.
* Geuroverlast: De directeur vergelijkt de geur van het bakken van patat met die van vis, waarbij hij oordeelt dat patat "minder hinderlijk" is. Dit geeft een mooi inkijkje in de toenmalige afwegingen rondom openbare orde en overlast op markten.
* Proefperiode: Er wordt geadviseerd om een proefvergunning van zes maanden te verlenen om te monitoren of er klachten komen uit de buurt of van het publiek. Het document dateert van februari 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De genoemde locaties (zoals het Waterlooplein en de Uilenburg) waren destijds centrale plekken in de Amsterdamse Joodse buurt, waar veel markthandel plaatsvond. De naam "A. Polak" is in deze context veelzeggend; de Joodse gemeenschap was sterk vertegenwoordigd in de markthandel van Amsterdam.
In de jaren '30 begon de populariteit van patates frites in Nederland toe te nemen, maar de verkoop ervan op straat was nog relatief nieuw en strikt gereguleerd. De vergelijking met het bakken van vis laat zien dat men zocht naar kaders om deze nieuwe vorm van ambulante handel te reguleren. De Albert Cuypmarkt was toen al, net als nu, een van de belangrijkste markten van de stad.