Archiefdocument
Origineel
7 maart (jaar onduidelijk, mogelijk 1929 of 1939 gezien spelling en lay-out) De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Markten in Amsterdam) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, alhier (Amsterdam) 1 7 Maart 9.
20/8/1 den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen, alhier.
van het Reglement op de markten, werd doorgehaald. Een hem
verleende vaste plaats op de markt Sumatrastraat werd op
5 Februari jl. wegens wanbetaling ingetrokken.
H.F.Ossendorp bezet momenteel een vaste plaats
op de markt Dapperstraat, alwaar hij versche visch ver-
koopt. Hij maakt regelmatig van deze plaats gebruik; op
de Albert Cuypstraat, waar hij geen plaats heeft, komt hij
nimmer. Hij heeft een dezer dagen te mijnen kantore ver-
klaard, dat hij van zijn bakvergunning geen gebruik meer
zal maken.
Aangezien het vischbakken op de markten - en
speciaal in de Albert Cuypstraat - zeer hinderlijk is,
lijkt het mij gewenscht, dat de vorenvermelde vergunningen
van De Vos en H.F.Ossendorp thans door Burgemeester en
Wethouders worden ingetrokken. Ik geef U beleefd in over-
weging dienovereenkomstig te doen besluiten.
De Directeur, Deze ambtelijke brief is een advies van de Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Marktverordening of een soortgelijke instantie) aan de verantwoordelijke wethouder. De kern van het schrijven is het verzoek om bepaalde marktvergunningen officieel in te trekken.
Er worden twee specifieke gevallen genoemd:
1. De Vos (waarschijnlijk genoemd op de voorgaande pagina): Zijn vaste plaats op de Sumatrastraat-markt is al op 5 februari ingetrokken wegens wanbetaling.
2. H.F. Ossendorp: Hij heeft een viskraam op de Dappermarkt. Hij heeft echter ook een 'bakvergunning' (om vis te bakken) voor de Albert Cuypstraat, maar hij maakt daar geen gebruik van en heeft aangegeven dit ook niet meer te zullen doen.
De directeur grijpt dit aan om te adviseren beide vergunningen definitief door het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) te laten intrekken. Hij voert hierbij een beleidsmatig argument aan: het bakken van vis op markten, en in het bijzonder op de drukke Albert Cuypstraat, wordt als "zeer hinderlijk" (stankoverlast, rook) beschouwd. Het document geeft een inkijkje in de regulering van de Amsterdamse markten in de eerste helft van de 20e eeuw. De genoemde locaties — de Albert Cuypstraat (de beroemde Albert Cuypmarkt), de Dapperstraat (Dappermarkt) en de Sumatrastraat — zijn nog steeds actieve of bekende marktlocaties in Amsterdam.
De spelling in het document (zoals "visch", "gewenscht", "kantore") is de zogenaamde spelling-De Vries en Te Winkel, die officieel tot 1947 in gebruik was. Dit bevestigt dat het document van voor die tijd dateert. De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op een periode waarin de voedselvoorziening en marktregulering een specifieke politieke portefeuille was, vaak prominent aanwezig rond de crisistijden van de jaren '30 of de oorlogsjaren. De opmerking over de overlast van visbakken toont aan dat 'hinder' door voedselbereiding destijds al een punt van aandacht was in de stedelijke ordening.