Archiefdocument
Origineel
31 januari 1939 Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Dieren (Hoofdbestuur) Edelachtbare Heeren (het College van Burgemeester en Wethouders) No. 20/11/1 M.1939 17/3.
No. 247 L.M.1939 15/3. AFSCHRIFT.-
NEDERLANDSCHE VEREENIGING TOT BESCHERMING VAN DIEREN. OPGERICHT 1864.
BUREAU: PRINSES MARIESTRAAT 40, 'S-GRAVENHAGE. TELEFOON 112755.
BESCHERMVROUWE H.M. DE KONINGIN.
-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-
's-Gravenhage, 31 Januari 1939.
EDELACHTBARE HEEREN,
Het Hoofdbestuur van de Nederlandsche Vereeniging tot bescherming van dieren, welke Vereeniging door hare Commissie-Groep A werkzaam is ter verbetering van toestanden by de exploitatie van vee en pluim gedierte, veroorlooft zich, zich beleefdelyk met het navolgende tot U te wenden:
Het moge U bekend zyn, dat in verschillende gemeenten van ons land thans weder in grooten getale jonge eendenkuiken aan de markt worde gebracht – z.g.n. "woerdjes" – welke door de broedmachines by duizendtallen worden uitgebroed en practisch geen handelswaarde hebben omdat zy uiteraard voor de eierproductie niet kunnen dienen. Ditzelfde geschiedt ook met jonge haantjes.
Handigen kooplui is echter gebleken, dat deze diertjes op de markten een zekere attractie zyn voor het publiek, dat ze – zonder nadenken – voor enkele centen koopt om er de kinderen mede te verblyden. Daartegen zyn reeds van verschillende zyden ernstige bezwaren gerezen, omdat, afgezien ervan, dat deze diertjes door het vervoer en het verblyf op de markt veel te lyden hebben, ook het publiek niet weet, op welke wyze ze doeltreffend verzorgd moeten worden. Men laat de kuikens dikwyls vry rond loopen, hetgeen voor deze diertjes, die groote behoefte aan warmte hebben – gespeend als ze zyn aan alle moederzorg – doorgaans den dood tengevolge heeft. Voor de kinderen is het begrypelyk een groote pret, ze in een tobbe te laten zwemmen, maar helaas ! de meeste van deze diertjes zyn "loopeenden", die in het geheel geen behoefte hebben aan zwemgelegenheid en daar zeker niet in hun natuurlyk element zyn.
Voegt men hierby nog de moeilyke kwestie van de voeding, dan is het niet te verwonderen, dat deze eendenkuikens – in handen komend van menschen, die niet weten hoe ze moeten worden behandeld en van kinderen, die ze als speelgoed beschouwen en onbedoeld op allerlei wyzen doen lyden – by honderdtallen op wreede wyze om het leven komen.
Naar aanleiding daarvan is overleg gepleegd met den Heer Directeur van de Nederlandsche Centrale voor eieren en pluimvee (afdeeling teeltregeling, pluimveehoudery) en het Secretariaat van de Algemeene Nederlandsche Pluimveeteelt-Vereeniging en het doet het Hoofdbestuur voornoemd dankbaar genoegen, dat van die zyden alle medewerking in het bestryden van dit kwaad werd toegezegd.
In verband hiermede richt zich nu het Hoofdbestuur tot Uw College met het dringend verzoek wel maatregelen te willen overwegen tegen het brengen van jonge eenden-woerdjes en jonge haantjes op de markt – zoo die in Uwe Gemeente mocht zyn – of (en) het uitventen van deze diertjes in Uwe Gemeente te verbieden.
De herkenning van deze diertjes moet wel aan deskundigen worden overgelaten, evenwel zal de prys welke men vraagt, al een zekere aanwyzing kunnen zyn.
Burgemeester en Wethouders van de Gemeente 's Hertogenbosch hebben reeds op voorstel van den Commissaris van Politie aldaar zulke maatregelen in het belang van deze diertjes genomen.
Het Hoofdbestuur van de Nederlandsche Vereeniging tot bescherming van dieren spreekt het vertrouwen uit, dat UEdelachtbaren in navolging van dit goede voorbeeld Uwe medewerking aan deze actie willen verleenen en dat U bereid zult zyn tot hulp in het bestryden van een euvel, dat onvereenigbaar is te achten met het beschavingspeil van ons Vaderland.
Voor Uwe bereidwilligheid wenscht het U reeds by voorbaat zyn diep In deze brief protesteert de Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Dieren tegen de verkoop van mannelijke eenden- en kippenkuikens ("woerdjes" en "haantjes") op markten. Omdat deze dieren ongeschikt zijn voor de eierproductie, hebben ze voor de bio-industrie geen economische waarde. "Handige kooplui" verkopen ze daarom voor een paar cent als speelgoed voor kinderen.
De brief kaart verschillende vormen van dierenleed aan:
* Gebrek aan verzorging: Kopers weten niet hoe ze de kuikens moeten verzorgen (behoefte aan warmte).
* Onnatuurlijk gedrag: Kinderen laten de kuikens ("loopeenden") in tobbes zwemmen, wat niet bij hun soort past.
* Mishandeling: Door onwetendheid en het behandelen van dieren als "speelgoed" sterven de kuikens bij honderdtallen.
De vereniging verzoekt het gemeentebestuur om een verbod op deze handel en verwijst naar 's-Hertogenbosch als positief voorbeeld waar dergelijke maatregelen al zijn ingevoerd. De brief dateert van vlak voor de Tweede Wereldoorlog (januari 1939). In deze periode nam de industriële pluimveehouderij en het gebruik van broedmachines toe, wat leidde tot een overschot aan mannelijke kuikens. De Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Dieren (opgericht in 1864) was in die tijd zeer actief in het ageren tegen wat zij zagen als uitwassen van de moderne veehouderij en de morele vervlakking in de omgang met dieren.
Het taalgebruik (zoals "y" in plaats van "ij") is typerend voor de spelling-De Vries en Te Winkel die destijds nog veelvuldig in officiële correspondentie werd gebruikt, hoewel de spelling-Marchant in 1934 al was ingevoerd voor het onderwijs en de overheid. De toon is beleefd doch dringend, waarbij de vereniging appelleert aan het "beschavingspeil van ons Vaderland".