Handgeschreven brief (correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (correspondentie). 2 juli 1941. S. v/d Kar, Amazonenstraat 47 II, Amsterdam (Zuid). Geadresseerd aan "M. H." (Mijne Heren), vermoedelijk de Directie van het Marktwezen in Amsterdam. [Rechtsboven:]
A:dam 2 Juli 1941
[In rood potlood:] Hup
[Linksboven:]
M. H.
[Inhoud:]
Ingevolgen de moeilijkheden van de
distributie voorschriften. Verzoek ik
U beleefd uitstel voor het in ge-
bruik nemen van mijn marktplaats
Alb Cuijpstraat voor perceel 102
Aangezien er in de schoenenhandel
voor ons niets geen artikelen voor
de marktverkoop geschikt zijn
Bij Voorbaat dankend
S v/d Kar
Amazonenstraat 47 II
Amsterdam
(Zuid)
[Onderaan paars stempel en handgeschreven inkt:]
No 25/77/M.1941 3/7
[Rechtsonder in potlood:]
25 De schrijver van de brief, S. v/d Kar, verzoekt het Amsterdamse marktbestuur om uitstel voor het bezetten van een toegewezen marktplaats (perceel 102) op de Albert Cuypstraat. De reden die hiervoor wordt opgegeven, is tweeledig: de knellende "distributievoorschriften" (rantsoenering) en het feit dat er binnen de schoenenhandel op dat moment geen artikelen beschikbaar waren die geschikt waren voor verkoop op de markt.
De brief is formeel en beleefd van toon. Het administratieve stempel onderaan met de datum "3/7" geeft aan dat de brief de dag na verzending reeds door de betreffende instantie was ontvangen en geregistreerd onder nummer 25/77/M.1941. De rode potloodnotitie bovenaan is waarschijnlijk een paraaf van een ambtenaar. Dit document stamt uit juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De context van de bezetting is cruciaal voor het begrip van deze brief:
- Schaarste en Distributie: Door de oorlog waren veel goederen, waaronder leder en schoenen, schaars geworden. Het distributiestelsel bepaalde strikt wie wat mocht kopen en verkopen. Voor kleine markthandelaren was het nagenoeg onmogelijk geworden om aan handel te komen die buiten het bonnensysteem om of binnen de marges van de marktverkoop viel.
- Joodse Amsterdammers: De achternaam 'Van der Kar' en de locatie (Amazonenstraat in de Rivierenbuurt) wijzen er met grote waarschijnlijkheid op dat de afzender van Joodse afkomst was. In 1941 werden de anti-Joodse maatregelen door de bezetter in rap tempo opgevoerd. In het najaar van 1941 werden Joodse kooplieden volledig geweerd van de reguliere Amsterdamse markten (zoals de Albert Cuyp) en gedwongen om op speciaal aangewezen "Joodsche markten" te staan. Deze brief bevindt zich op het kantelpunt van deze uitsluiting.
- Economische overleving: De brief getuigt van de wanhopige pogingen van kleine ondernemers om hun vergunningen en standplaatsen te behouden in een tijd waarin de legale handel vrijwel tot stilstand was gekomen door de bezettingsregels.