Administratief bijblad/besluit van de Gemeente Amsterdam betreffende marktplaatsbezetting.
Origineel
Administratief bijblad/besluit van de Gemeente Amsterdam betreffende marktplaatsbezetting. 12 juli 1941 (advies) tot 17 juli 1941 (afhandeling). (Linkerzijde)
Aan v. d. Kar kan m.i. worden
toegestaan, dat hij gedurende
drie maanden zijn plaats
op de markt aan de Alb.
Cuijpstraat niet inneemt.
Hij moet echter zorg dragen
dat het door hem of wege-
durende zijn afwezigheid
verschuldigde marktgeld,
wekelijks wordt
betaald.
(Zie rapport Chef Marktapp.)
12-7-'41
de Haer
(Rechterzijde, deels over de andere tekst heen geschreven)
v. d. Kar heeft in normale
omstandigheden geregeld gebruik gemaakt
van zijn plaats met het artikel
schoeisel.
Gezien de beperkte verkoopmoge-
lijkheden, bestaat er geen be-
waar, dat v. d. Kar 3 mnd. uitstel
van plaatsbezetting wordt verleend.
(Aantekeningen rechtsonder)
20 7-41 [?]
17/7/41
25/77/3
acc.
modelbriefje
3 maanden uitstel
verz.
[paraaf] 15/7 '41 Het document is een ambtelijk besluit over een verzoek van een marktkramer, de heer Van der Kar. Hij vraagt toestemming om zijn vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt voor een periode van drie maanden niet te hoeven bezetten. De ambtenaar De Haer adviseert op 12 juli 1941 om dit toe te staan.
De reden voor dit verzoek is de "beperkte verkoopmogelijkheid" voor het artikel dat hij verkoopt: schoeisel. Dit duidt op tekorten of distributieproblemen in die tijd. De gemeente gaat akkoord, maar stelt wel een harde voorwaarde: het marktgeld moet gedurende deze drie maanden wekelijks worden doorbetaald om het recht op de standplaats te behouden. Het document is voorzien van diverse stempels en parafen die de ambtelijke hiërarchie en goedkeuring ("acc.") bevestigen. Dit document is opgesteld in juli 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De schaarste aan goederen zoals textiel en schoeisel nam in deze periode drastisch toe door vorderingen van de bezetter en het stokken van de aanvoer van grondstoffen.
Vanuit sociaal-historisch oogpunt is de naam "Van der Kar" opvallend; dit was een bekende Joodse familie in de Amsterdamse markthandel. In de zomer van 1941 werden de anti-Joodse maatregelen in Nederland steeds feller. Hoewel dit document een puur zakelijke/economische reden noemt (geen handelswaar), is het van belang te weten dat Joodse marktkramers slechts enkele maanden later, in september 1941, volledig van de reguliere Amsterdamse markten werden geweerd en verbannen naar speciale "Joodse markten". Dit document markeert daarmee de laatste fase van de reguliere bedrijfsvoering voor Joodse kramers op de Albert Cuypmarkt. De heer Van der Kar (marktkramer) De Haer (ambtenaar) Th. v. Mousherken (marktambtenaar/controleur). Gemeente Amsterdam