Ambtelijk memorandum/memo op een voorbedrukt formulier ("Bijblad").
Origineel
Ambtelijk memorandum/memo op een voorbedrukt formulier ("Bijblad"). Verschillende data tussen 5 juli en 17 juli 1941. [Header linksboven in stempel]
B I J B L A D V A N :
M. No. 25 / 82 / 1 1941
DOORGEZONDEN: 5/7 - '41.
[Handgeschreven toevoegingen rechtsboven]
Acc 25/82/2
modelbriefje
3 maanden uitstel
plaats bezetten enz.
17/7/41 HG
623
Marktambtenaar Hr. v. Moerkerken
Contrôleur
om advies / ~~om rapport~~ / ter kennisneming [aangevinkt]
de Haan 7-7-'41
[paraaf] 15/7/41
[Hoofdtekst linkerkolom]
Deze zaak nog eens nader met Hr. v. Moerkerken besproken.
Inderdaad heeft Cohen momenteel geen handel.
Als hij dientengevolge [doorgehaald: nu zijn plaats niet] zijn plaats niet inneemt.
[Handgeschreven notitie rechtsmidden door de Haan]
Cohen is een koopman, die ook normale tijden alleen op Maandagen de markt placht te bezoeken.
Tegen dit feit bestaat m.i. geen bezwaar het verzoek in te willigen.
[paraaf] 10/7 - '41
[Vervolg hoofdtekst linkerkolom]
Bij nader inzien is ook de Heer v Moerkerken van mening dat Cohen uitstel moet worden verleend.
Ik geef U dan ook in overweging hem toe te staan gedurende drie maanden zijn plaats op de markt van de Alb. Cuypstraat niet in te nemen.
Cohen moet echter zorgen, dat het ook tijdens zijn afwezigheid verschuldigde marktgeld, wekelijks wordt betaald.
14-7-'41 de Haan
[Linksonder in druk]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft de administratieve afhandeling van een verzoek van een marktkoopman genaamd Cohen. Hij vraagt om een ontheffing (uitstel) van drie maanden voor het innemen van zijn vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam, omdat hij op dat moment geen goederen heeft om te verhandelen ("geen handel").
De correspondentie toont de hiërarchie en de besluitvorming:
1. 5 juli: Het dossier wordt doorgezonden voor advies.
2. 7 juli: Controleur de Haan merkt op dat Cohen sowieso alleen op maandagen kwam en ziet geen bezwaar in het inwilligen van het verzoek.
3. 10 juli: Marktambtenaar Van Moerkerken sluit zich bij dit standpunt aan.
4. 14 juli: De Haan formuleert het definitieve advies aan zijn superieuren: sta de afwezigheid van drie maanden toe, mits Cohen de wekelijkse marktgelden (staangeld) blijft doorbetalen.
De toon is strikt zakelijk en bureaucratisch, waarbij het economische aspect (het doorbetalen van het marktgeld) een harde voorwaarde is voor de gunst. De datum van dit document, juli 1941, is cruciaal voor de historische duiding. Nederland was op dat moment ruim een jaar bezet door nazi-Duitsland. De naam "Cohen" duidt er zeer waarschijnlijk op dat de marktkoopman Joods was.
Vanaf begin 1941 intensiveerden de bezetters hun anti-Joodse maatregelen. Joodse ondernemers werden stelselmatig uit het economische leven verdrongen. Dat Cohen "geen handel" meer had, kan direct te maken hebben met het feit dat Joodse handelaren werden afgesneden van hun leveranciers of dat hun bedrijfsactiviteiten werden bemoeilijkt door nieuwe verordeningen.
De Albert Cuypmarkt was historisch gezien een plek met veel Joodse kooplieden. Dit document is een kille administratieve getuige van de periode waarin hun bestaanszekerheid werd afgebroken. Terwijl de bureaucratie zich bekommert om het correct innen van staangeld, bevond de Joodse bevolking van Amsterdam zich in een steeds nijpender en gevaarlijker situatie; minder dan een jaar na dit document zouden de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen beginnen. Cohen (De heer) M. No Gemeente Amsterdam