Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven aantekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven aantekeningen. 4 september 1941. De heer P. v. Rheenen, Govert Flinckestraat 177 II, Amsterdam-Zuid. [Linksboven, handgeschreven in paars potlood:] Verzonden 4/9-'41
[Rechtsboven, handgeschreven:] 2 m [...] [onduidelijk]
VG/HG.
den Heer P.v.Rheenen,
Govert Flinckestraat 177 II,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
25/104/2 E.
4 September 1941.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op Zaterdag 16 Augustus jl. op de markt aan de Albert Cuypstraat onbehoorlijk heeft gedragen tegenover een ambtenaar bij de Prijsbeheersching te Amsterdam, waardoor U de orde en de rust op de markt heeft verstoord.
In verband met dit feit heb ik besloten U, ingevolge het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, te straffen met intrekking van de U verleende toestemming om Uw vader of diens vervanger bijstand te verleenen, voor den tijd van veertien dagen, namelijk van Vrijdag 5 tot en met Donderdag 18 September 1941. Bovendien is het U in bovengenoemde periode verboden op één der markten hier ter stede zelfstandig een plaats in te nemen.
De Directeur,
[Linksonder, handgeschreven:]
20 ex
4/9/'41
[Paraaf/Handtekening] De brief is een formele kennisgeving van een tuchtmaatregel. De geadresseerde, P. van Rheenen, heeft zich "onbehoorlijk" gedragen tegenover een ambtenaar van de Prijsbeheersing op de Albert Cuypmarkt. Als sanctie wordt zijn vergunning om als helper (bij zijn vader) op de markt te werken voor twee weken ingetrokken. Tevens mag hij in die periode geen eigen standplaats innemen op enige Amsterdamse markt. De toon is streng en bureaucratisch, waarbij expliciet wordt verwezen naar de geldende marktreglementen om de legaliteit van de straf te onderbouwen. Het document stamt uit september 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er door schaarste en distributie grote spanning op de markten. De "Dienst der Prijsbeheersching" hield toezicht op de naleving van maximumprijzen om woekerhandel en de zwarte markt tegen te gaan. Ambtenaren van deze dienst waren vaak impopulair bij handelaren, wat regelmatig leidde tot confrontaties en incidenten zoals hier beschreven. De Albert Cuypmarkt was in 1941 al een brandpunt van sociale en economische activiteit in Amsterdam, waar de bezettingsmaatregelen (zoals het verbod voor Joodse handelaren dat eerder dat jaar was ingegaan) diepe sporen nalieten. P. van Rheenen Gemeente Amsterdam