Ambtelijke correspondentie / Intern memorandum.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Intern memorandum. Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
Tegen inwilliging van d.h. verzoek van
H. Roeluwijn om zich te doen bijstaan
door diens zoon H. Roeluwijn, geb. 7 Febr. 21,
bestaat bij mij geen bezwaar.
De op 7 Mei 39 verleende toestemming ten
name van K. v. Altona (zie 20/37/2 No 39)
dient bij eventueele inwilliging van
het verzoek te worden ingetrokken.
Amst. 3 Sept. '40
[Handtekening, mogelijk: P.J. Moolhuijzen] Het document is een ambtelijk advies met betrekking tot de vergunningverlening voor marktkooplieden. Een standplaatshouder, H. Roeluwijn, heeft verzocht om zijn 19-jarige zoon (ook H. Roeluwijn genaamd) als helper te laten registreren.
De schrijver van het bericht geeft een positief advies, maar koppelt hier een administratieve voorwaarde aan: de eerdere toestemming voor een andere helper, ene K. v. Altona uit mei 1939, moet worden ingetrokken. Dit duidt op een strak gereguleerd systeem waarbij het aantal geregistreerde helpers per standplaats strikt gelimiteerd was. De nauwkeurige archiefverwijzing ("zie 20/37/2 No 39") getuigt van de zorgvuldige dossier-voering van het Amsterdamse Marktwezen. De datum, 3 september 1940, plaatst dit document in de vroege maanden van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode functioneerde de gemeentelijke bureaucratie nog grotendeels volgens de bestaande Nederlandse wet- en regelgeving.
Het beheer van de markten was een belangrijke taak van de gemeente Amsterdam (het Marktwezen). Marktplaatsen waren in die tijd van vitaal belang voor de voedselvoorziening en de lokale economie. In de jaren die volgden op dit schrijven, zouden de Amsterdamse markten echter het toneel worden van ingrijpende uitsluiting; vanaf 1941 werden Joodse marktkooplieden en hun helpers door de bezetter systematisch van de reguliere markten geweerd en verbannen naar speciale "Joodsche markten". Hoewel dit specifieke document een reguliere administratieve handeling lijkt, illustreert het de ambtelijke structuur die later door de bezetter gebruikt zou worden voor de uitvoering van discriminerende maatregelen.