Getypte brief (doorslag/kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie). 3 oktober 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). [Handgeschreven in blauw:] Extra
[Rechtsboven getypt:] HG.
den Heer S. Korper,
Vrolikstraat 62,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
25/121/2 M.
3 October 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 9 September jl. verleen
ik U hierbij tot wederopzegging toestemming zich op Uw plaats op de
markt Albert Cuypstraat in plaats van door I. Marcus te laten assistee
ren - niet vervangen - door Mej. N. Waterman, geboren 9 Februari 1918.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele bevestiging waarin de heer S. Korper toestemming krijgt om zijn assistent op de Albert Cuypmarkt te wijzigen. I. Marcus wordt vervangen door Mej. N. Waterman (geboren in 1918). De toestemming is verleend "tot wederopzegging", wat wijst op een voorwaardelijk karakter.
* Administratieve context: Het document is een doorslag op grijsachtig papier, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit de oorlogsperiode. De vermelding van "Wijk 20" en een specifiek dossiernummer duidt op een strakke bureaucratische organisatie van de marktadministratie in Amsterdam.
* Persoonsnamen: De genoemde namen (Korper, Marcus, Waterman) zijn namen die in die periode veel voorkwamen binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam. De heer S. Korper woonde in de Vrolikstraat, een straat in de Transvaalbuurt waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden. Dit document stamt uit oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode voerden de bezetter en het meewerkende gemeentebestuur steeds strengere regels in voor Joodse burgers.
De markten, en in het bijzonder de Albert Cuypmarkt, stonden onder streng toezicht. Kort voor de datum van deze brief, in september 1941, werden er specifieke "Joodse markten" ingesteld en werd het voor Joden steeds moeilijker om hun beroep in de reguliere handel uit te oefenen. De gedetailleerde registratie van marktkooplieden en hun personeel (inclusief geboortedata) was onderdeel van het proces van uitsluiting en controle door de bezettingsautoriteiten. De vervanging van personeel moest officieel worden goedgekeurd, wat de verregaande controle op het dagelijks leven van de burgers in die tijd illustreert.