Archiefdocument
Origineel
10 oktober 1941. Mej. K. Seeman, Borssenburgstraat 25 II, Amsterdam-Zuid. № 25/130/1 M.1941 13/10 A'dam 10 Oct 41.
Wel Edle Heer Inspecteur
v. h. Marktwezen.
Wel Edle Heer.
Tot mijn spijt bericht ik U, dat ik
geen handel kan krijgen, en dat ik dus
voorloopig mijn plaats op de markt
aan de Alb. Cuypstr niet kan innemen.
Hoog Achtend
mej: K. Seeman.
Borssenb. Str 25 II
A'dam. Zuid. In deze zakelijke en beleefde brief stelt Mejuffrouw K. Seeman de Inspecteur van het Marktwezen ervan op de hoogte dat zij haar toegewezen standplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam voorlopig niet kan gebruiken. De reden die zij opgeeft is dat zij "geen handel kan krijgen", wat betekent dat zij geen goederen of voorraad kan inkopen om te verkopen.
De brief is geschreven in een duidelijk, verzorgd handschrift op gelinieerd papier. Het archiefstempel linksboven bevat een dossiernummer en een datum (13/10), wat waarschijnlijk de datum van ontvangst of verwerking door de gemeentelijke instantie aangeeft. De brief dateert uit oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De opmerking dat zij "geen handel kan krijgen" moet in het licht van deze tijd gezien worden. Door de oorlogsomstandigheden ontstonden er grote tekorten aan allerlei goederen, en werd de distributie steeds strenger gereguleerd.
Bovendien woonde de afzendster in de Borssenburgstraat (Rivierenbuurt), een buurt waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden. In de loop van 1941 werden er steeds meer beperkende maatregelen tegen Joodse burgers en ondernemers ingevoerd. Hoewel de brief zelf geen expliciete melding maakt van vervolging, was de Albert Cuypmarkt een plek waar veel Joodse handelaren werkten die in deze periode door de bezetter van de markt werden verdreven of hun toevoerlijnen zagen afgesneden. Dit document is een administratief getuigenis van hoe de oorlog en de bezetting het dagelijks economisch leven van individuele burgers direct beïnvloedden. K. Seeman Marktwezen