Handgeschreven ambtelijke notitie op papier.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie op papier. 6 november 1941 (met een latere paraaf van 10 november 1941). Kan in verband met verplaatsing joodsche –
marktkooplieden als afgedaan worden
beschouwd.
6-11-'41
de Haas [onderstreept] Z.O.Z.
[Rechtsonder in andere pen/potlood:]
gp [paraaf] 10/11 '41
[Blauwe vink] * Inhoud: De notitie stelt vast dat een specifiek dossier of een bepaalde kwestie als "afgedaan" (afgehandeld) kan worden beschouwd. De reden hiervoor is de "verplaatsing" van Joodse marktkooplieden.
* Terminologie: De term "joodsche" wordt hier gebruikt in de context van de uitsluitingsmaatregelen tijdens de Duitse bezetting. "Verplaatsing" is hier een eufemisme of een administratieve term voor de gedwongen segregatie van Joodse handelaren naar speciaal aangewezen markten.
* Administratief proces: De notitie is ondertekend door ene "de Haas" op 6 november 1941. De toevoeging "Z.O.Z." (Zie OmmeZijde) geeft aan dat er op de achterkant van het papier waarschijnlijk meer informatie of een vervolg van de tekst te vinden is. Een tweede persoon heeft het document op 10 november geparafeerd, wat duidt op een proces van aftekening binnen een hiërarchie. Dit document stamt uit november 1941, een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in het bezette Nederland door de Duitse autoriteiten en collaborerende instanties steeds restrictiever werden.
Vanaf de zomer van 1941 werden Joodse marktkooplieden stelselmatig geweerd van reguliere markten. In grote steden zoals Amsterdam werden zij gedwongen hun handel voort te zetten op specifiek aangewezen "Joodse markten" (zoals op het Waterlooplein en in de Gaaspstraat). Deze segregatie was een voorbode van de volledige economische uitsluiting en de latere deportaties.
De notitie weerspiegelt de bureaucratische nuchterheid waarmee deze uitsluiting werd geadministreerd; zodra de "verplaatsing" een feit was, kon het dossier voor de betreffende ambtenaar worden gesloten. De vage afdruk van een stempel uit Zuid-Holland op de achtergrond suggereert dat dit document mogelijk afkomstig is uit de archieven van een provinciaal of gemeentelijk bestuur in die regio.