Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 292
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven aantekening.

1 december 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Aan: Den Heer Th.J.A. Seymonsbergen, Albert Cuypstraat 142 III, Amsterdam-Zuid.

Origineel

Getypte brief met handgeschreven aantekening. 1 december 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer Th.J.A. Seymonsbergen, Albert Cuypstraat 142 III, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven, rechtsboven:]
Bespreken [of Besproken]

[Getypte tekst:]
VD/HG.

den Heer Th.J.A.Seymonsbergen,
Albert Cuypstraat 142 III,
Amsterdam-Zuid.

Wijk 14.

25/147/3 M. 1 December 1941.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 21 November jl. deel ik
U mede, dat U niet op de verdeelingslijst voor zoetwatervisch kunt
worden geplaatst, omdat U nimmer met dit artikel hebt gehandeld.
Bedoelde verdeelingslijst is door de Visscherijcentrale te Den Haag
vastgesteld en daarop kunnen uitsluitend vischkooplieden worden ge-
plaatst, die in de jaren 1939 en 1940 reeds een zekeren omzet van
deze visch hadden. Ik adviseer U mitsdien met een ander artikel een
plaats op de dagmarkten in te nemen.

De Directeur, In deze brief krijgt de heer Seymonsbergen een afwijzing op zijn verzoek om zoetwatervis te mogen verhandelen op de Amsterdamse dagmarkten. De reden voor deze afwijzing is strikt bureaucratisch: hij heeft in de jaren 1939 en 1940 geen omzet in dit specifieke artikel aangetoond. De distributie van schaarse goederen, zoals vis, werd in deze periode streng gecontroleerd door centrale organen (in dit geval de Visscherijcentrale te Den Haag). Alleen handelaren die reeds vóór de schaarste in de betreffende sector actief waren, kwamen in aanmerking voor een plek op de zogenaamde 'verdeelingslijst'. De directeur van de marktdienst adviseert de aanvrager dan ook om uit te wijken naar een ander product. Het document dateert van december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De schaarste aan voedsel en middelen nam in deze periode snel toe, waardoor de bezetter en de Nederlandse overheidsorganen (onder toezicht) een fijnmazig distributiesysteem opzetten. Dit systeem was niet alleen bedoeld voor consumenten (de bekende distributiebonnen), maar ook voor handelaren en winkeliers.

Om de handel te reguleren en 'zwarthandel' of wildgroei van nieuwe verkopers te voorkomen, hanteerde men het criterium dat een handelaar zijn bestaansrecht in een bepaalde branche moest bewijzen met cijfers uit de vooroorlogse jaren (1939/1940). De heer Th.J.A. Seymonsbergen, woonachtig aan de bekende marktstraat de Albert Cuypstraat, probeerde hier zijn handelspositie te consolideren of uit te breiden, maar stuitte op de rigide regels van de Visscherijcentrale. Dergelijke documenten illustreren de toenemende beperkingen en de bureaucratische controle op het dagelijks economisch leven tijdens de oorlogsjaren.

Samenvatting

In deze brief krijgt de heer Seymonsbergen een afwijzing op zijn verzoek om zoetwatervis te mogen verhandelen op de Amsterdamse dagmarkten. De reden voor deze afwijzing is strikt bureaucratisch: hij heeft in de jaren 1939 en 1940 geen omzet in dit specifieke artikel aangetoond. De distributie van schaarse goederen, zoals vis, werd in deze periode streng gecontroleerd door centrale organen (in dit geval de Visscherijcentrale te Den Haag). Alleen handelaren die reeds vóór de schaarste in de betreffende sector actief waren, kwamen in aanmerking voor een plek op de zogenaamde 'verdeelingslijst'. De directeur van de marktdienst adviseert de aanvrager dan ook om uit te wijken naar een ander product.

Historische Context

Het document dateert van december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De schaarste aan voedsel en middelen nam in deze periode snel toe, waardoor de bezetter en de Nederlandse overheidsorganen (onder toezicht) een fijnmazig distributiesysteem opzetten. Dit systeem was niet alleen bedoeld voor consumenten (de bekende distributiebonnen), maar ook voor handelaren en winkeliers.

Om de handel te reguleren en 'zwarthandel' of wildgroei van nieuwe verkopers te voorkomen, hanteerde men het criterium dat een handelaar zijn bestaansrecht in een bepaalde branche moest bewijzen met cijfers uit de vooroorlogse jaren (1939/1940). De heer Th.J.A. Seymonsbergen, woonachtig aan de bekende marktstraat de Albert Cuypstraat, probeerde hier zijn handelspositie te consolideren of uit te breiden, maar stuitte op de rigide regels van de Visscherijcentrale. Dergelijke documenten illustreren de toenemende beperkingen en de bureaucratische controle op het dagelijks economisch leven tijdens de oorlogsjaren.

Gerelateerde Documenten 6