Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 299
Dossier 11
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie.

9 december 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst of een verwante gemeentelijke afdeling), kenmerk VD/HG. Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, te Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie. 9 december 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst of een verwante gemeentelijke afdeling), kenmerk VD/HG. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, te Amsterdam ("Alhier"). [In blauw potlood, linksboven:] Verzonden 9/12
[Handgeschreven, rechtsboven:] Lopes(?)

[Getypt rechtsboven:] VD/HG.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

25/148/3 M. 1 9 December 1941.

Aanvrange plaats Albert
Cuypstraat ten name van
K.H.Th.Kalse.

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 15 Novem-
ber jl. om advies ontvangen stuk No.24/6 L.M.1941 heb ik de eer U te
berichten, dat adressant destijds niet voor de door hem begeerde
plaats in aanmerking kon komen, omdat hij zich niet op de sollicitan-
tenlijst had laten inschrijven; dit kon ook niet geschieden, omdat
hij niet in het bezit was van een persoonsbewijs.

Een en ander is thans in orde gekomen, zoodat adressant op
2 dezer op de sollicitantenlijst voor de markt Albert Cuypstraat is
geplaatst; hij zal nu voor een andere plaats in aanmerking kunnen
komen.

Ik geef U beleefd in overweging hiermede de onderhavige
aangelegenheid als afgedaan te beschouwen.

De Directeur, * Inhoud: De brief is een ambtelijke terugkoppeling betreffende de aanvraag van de heer K.H.Th. Kalse voor een marktplaats op de Albert Cuypstraat. De aanvraag was eerder gestrand op een bureaucratisch beletsel: de aanvrager beschikte niet over een persoonsbewijs, waardoor hij niet op de officiële sollicitantenlijst kon worden geplaatst. Nu hij dit document wel bezit, is hij alsnog ingeschreven (per 2 december 1941) en kan hij in de toekomst in aanmerking komen voor een plek.
* Vorm: De brief is opgesteld in de formele, ambtelijke stijl van die tijd ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging"). De spelling is deels verouderd (bijv. "zoodat").
* Status: Het document lijkt een kopie of een minuut voor het archief, gezien de aantekening "Verzonden 9/12". * Tweede Wereldoorlog: De datum (december 1941) is essentieel. Nederland was op dat moment ruim anderhalf jaar bezet door nazi-Duitsland. De brief illustreert hoe het dagelijks leven en de gemeentelijke bureaucratie doorliepen onder het bewind van de bezetter.
* Het Persoonsbewijs (PB): De vermelding dat de aanvrager eerder geen "persoonsbewijs" had, is historisch significant. Het persoonsbewijs werd in april 1941 verplicht gesteld voor alle Nederlanders vanaf 15 jaar. Het was een zeer geavanceerd en moeilijk te vervalsen identificatiemiddel dat door de bezetter werd gebruikt voor controle en de deportatie van Joden. Zonder PB was men in feite rechteloos en kon men geen officiële zaken (zoals een marktvergunning) regelen.
* Albert Cuypmarkt: De Albert Cuypmarkt was tijdens de bezetting een brandpunt van verandering. In de herfst van 1941 (vlak voor deze brief) werden Joodse marktkooplieden door de bezetter verbannen van de reguliere markten naar specifieke "Jodenmarkten". Dit creëerde plekken op de Albert Cuyp, wat mogelijk de context vormt voor nieuwe aanvragen zoals die van de heer Kalse.
* Wethouder voor de Levensmiddelen: Deze post was in oorlogstijd cruciaal vanwege de toenemende voedselschaarste en de complexe distributie en regulering van markthandel.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een ambtelijke terugkoppeling betreffende de aanvraag van de heer K.H.Th. Kalse voor een marktplaats op de Albert Cuypstraat. De aanvraag was eerder gestrand op een bureaucratisch beletsel: de aanvrager beschikte niet over een persoonsbewijs, waardoor hij niet op de officiële sollicitantenlijst kon worden geplaatst. Nu hij dit document wel bezit, is hij alsnog ingeschreven (per 2 december 1941) en kan hij in de toekomst in aanmerking komen voor een plek.
  • Vorm: De brief is opgesteld in de formele, ambtelijke stijl van die tijd ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging"). De spelling is deels verouderd (bijv. "zoodat").
  • Status: Het document lijkt een kopie of een minuut voor het archief, gezien de aantekening "Verzonden 9/12".

Historische Context

  • Tweede Wereldoorlog: De datum (december 1941) is essentieel. Nederland was op dat moment ruim anderhalf jaar bezet door nazi-Duitsland. De brief illustreert hoe het dagelijks leven en de gemeentelijke bureaucratie doorliepen onder het bewind van de bezetter.
  • Het Persoonsbewijs (PB): De vermelding dat de aanvrager eerder geen "persoonsbewijs" had, is historisch significant. Het persoonsbewijs werd in april 1941 verplicht gesteld voor alle Nederlanders vanaf 15 jaar. Het was een zeer geavanceerd en moeilijk te vervalsen identificatiemiddel dat door de bezetter werd gebruikt voor controle en de deportatie van Joden. Zonder PB was men in feite rechteloos en kon men geen officiële zaken (zoals een marktvergunning) regelen.
  • Albert Cuypmarkt: De Albert Cuypmarkt was tijdens de bezetting een brandpunt van verandering. In de herfst van 1941 (vlak voor deze brief) werden Joodse marktkooplieden door de bezetter verbannen van de reguliere markten naar specifieke "Jodenmarkten". Dit creëerde plekken op de Albert Cuyp, wat mogelijk de context vormt voor nieuwe aanvragen zoals die van de heer Kalse.
  • Wethouder voor de Levensmiddelen: Deze post was in oorlogstijd cruciaal vanwege de toenemende voedselschaarste en de complexe distributie en regulering van markthandel.

Gerelateerde Documenten 6