Handgeschreven verzoekschrift
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift 7 november 1941 J. F. Meersschaert, Quellijnstraat 128 huis, Amsterdam Directie Marktwezen, Amsterdam [Linksboven stempel/notitie:]
No 25/149/1 M. 1941 10/11
[Rechtsboven potloodnotitie:]
b.i. Insp.
Amsterdam 7 Nov: , 41
Directie Marktwezen
Ondergetekende J F Meersschaert
Quellijnstr: 128 Verzoekt u die plaats
Alcmarstraat voor 147 Hoek van der Helststr:
Waar Bennie Vishager heeft gestaan vanwaar ik
meen recht op te hebben dat ik wel de
Oudste ben toen de Markt daar kwam had
ik al een Jaar van te voren aangevraagd en
toen het eenmaal zoover was kreeg ik ze toch
Niet toen ging het nog bij de politie
het ging toen bij numertjes toen kreeg ik
een plaats voor 137 toen Boerdam dood ging
kreeg Juff: Jansen die plaats toen Juff:
naar de hoek Alkmastraat verhuisde is welwaar
had ik mijn plaats moeten opgeven ik kon
daar achteraan niets verdienen toen Jansen
ophield hoek ferdenand bolstr: kreeg een Knijper
koopman die plaats waar anders toch die hoeken
altyt voor Haring of IJs bestemd waren
en nog geen drie of vier weken [doorgehaald: stond?] kwam van ramen
er kwam te staan met een Haringstal dus
hopende dat uw gunstig mag beslissen
teekende met de meeste achting
J F Meersschaert
Quellijnstr 128 h
[Rechtsonder:]
25 * Onderwerp: De brief betreft een formeel verzoek van een markthandelaar voor een specifieke staanplaats op de markt (waarschijnlijk de Albert Cuypmarkt in Amsterdam).
* Argumentatie: Afzender Meersschaert claimt recht te hebben op een gunstige hoekplaats (hoek Van der Helststraat / Albert Cuypstraat) omdat hij naar eigen zeggen de "oudste" gegadigde is. Hij voert een historische lijst van toewijzingen aan om aan te tonen dat hij herhaaldelijk is gepasseerd ten gunste van anderen (zoals Bennie Vishager, Juffrouw Jansen en een zekere Van Ramen).
* Taalgebruik en Spelling: Het document bevat diverse spelfouten en fonetische spellingen die typerend zijn voor die tijd en het opleidingsniveau van de schrijver (bijv. "Alcmarstraat" en "Alkmastraat" voor Albert Cuypstraat; "ferdenand bolstr" voor Ferdinand Bolstraat; "welwaar" voor weliswaar).
* Toon: De toon is beleefd doch vasthoudend. De schrijver wijst op het economische belang van de locatie: op een eerdere plek kon hij "niets verdienen". * Historische context: De brief is geschreven in november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog niet direct wordt genoemd, was het marktwezen in deze periode onderworpen aan strenge regels en schaarste.
* Locatie: De genoemde straten (Quellijnstraat, Van der Helststraat, Ferdinand Bolstraat) situeren dit verzoek direct in de Amsterdamse Pijp, bij de Albert Cuypmarkt.
* Marktwezen: De verwijzing dat het vroeger "bij de politie" geregeld werd, duidt op de overgang van de marktregulering door de politie naar de gespecialiseerde gemeentelijke dienst Marktwezen. De brief illustreert de felle concurrentie tussen handelaren voor "hoekplaatsen", die commercieel het meest aantrekkelijk waren voor de verkoop van haring of ijs.