Handgeschreven verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift. 12 november 1941 (afgeleid van het stempel "12/11" bij het jaarmerk 1941). G. (of S.) Salomons, wonende aan de Albert Cuypstraat 122-beneden II voor, Amsterdam (Z). Vermoedelijk het Marktinstituut of de Gemeentelijke Marktverordening (gezien de notatie "m: Insp", waarschijnlijk Inspecteur van de Markt). No 25/150/1 M.1941 12/11
A’dam
Mijne Heeren [m: Insp]
Ondergetekende verzoekt uw beleefd
om in aanmerking te komen voor een
plaats op de weekmarkt in de
Albert Cuypstraat. Ondergetekende
is in het bezit van een vent_
vergunning voor den gemeente
Amsterdam No 279 Serie 15.
Nu er geen joodsche venters meer
op den markt mogen staan,
verzoek ik uw beleefd om in
aanmerking te mogen komen voor
zoon een open gekomen plaats in
afwachting van uw antwoord teeken
ik met den hoop dat uw goed
gunstig over mij zal beschikken
G. Salomons
Albert Cuypstraat 122 B II voor
Amsterdam (Z)
25 Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische werkelijkheid tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De schrijver verzoekt om een vaste staanplaats op de Albert Cuypmarkt. De kern van de argumentatie is direct en kil: de schrijver wijst de autoriteiten erop dat er plaatsen zijn vrijgekomen omdat "joodsche venters" niet meer op de markt mogen staan.
De toon van de brief is uiterst beleefd en formeel ("verzoekt uw beleefd", "met den hoop dat uw goed gunstig over mij zal beschikken"), wat destijds de standaard was voor correspondentie met de overheid. Het handschrift is verzorgd, wat duidt op een zekere mate van geletterdheid. Opvallend is de achternaam 'Salomons', die doorgaans als Joods wordt beschouwd. Echter, gezien de inhoud van de brief waarin de afzender wil profiteren van de uitsluiting van Joden, is het zeer aannemelijk dat de afzender zelf niet als Joods werd aangemerkt door de bezetter (mogelijk was de afzender van niet-Joodse komaf met een veelvoorkomende achternaam, of was er sprake van een 'arische' achtergrond). De brief dateert uit november 1941, een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in Nederland in een stroomversnelling kwamen. Sinds september 1941 was het Joden verboden om op openbare markten te staan of handel te drijven. Dit leidde tot het gedwongen vertrek van honderden marktkooplieden van de Amsterdamse markten, waaronder de Albert Cuypmarkt, die zich in het hart van een buurt met veel Joodse inwoners en ondernemers bevond.
Dit document illustreert de zogenaamde 'arisering' van de economie op straatniveau. Terwijl Joodse burgers hun middelen van bestaan verloren en werden afgezonderd, boden deze vrijgekomen plekken kansen voor andere burgers. De archiefstempels bovenin tonen aan dat dergelijke verzoeken officieel werden geregistreerd en afgehandeld door de gemeentelijke bureaucratie, die hiermee de uitsluitingspolitiek van de bezetter effectueerde. G. Salomons