Doorslag van een ambtelijke brief (typoscript).
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief (typoscript). 20 november 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst Amsterdam). [Linksboven, getypt:]
25/152/1 M.
[Midden boven, handgeschreven in paarse inkt:]
Verzonden 20/11
[Rechtsboven, handgeschreven in blauwe inkt:]
In de lier
[Rechtsboven, getypt:]
HG.
[Adresseringsblok, getypt:]
den Heer F.Schmalgemeyer,
Paramaribostraat 45,
Amsterdam-West.
Wijk 26B.
[Datumregel, getypt:]
20 November 1941.
[Inhoud, getypt:]
U gelieve het aan U in bruikleen afgestane snoer met toe-
behooren, voor de kramenverlichting op de markt Albert Cuypstraat ten
spoedigste in te leveren bij den dienstdoenden marktambtenaar van
bovengenoemde markt.
[Ondertekening, getypt:]
De Directeur, Deze brief is een formele sommatie van de Amsterdamse autoriteiten aan een individuele burger, de heer F. Schmalgemeyer. De kern van de boodschap is de eis tot onmiddellijke inlevering van geleende apparatuur (een snoer met toebehoren) die werd gebruikt voor de verlichting van een marktkraam op de Albert Cuypmarkt.
De toon is strikt zakelijk en dwingend ("U gelieve... ten spoedigste in te leveren"). De vermelding van "Wijk 26B" onder het adres duidt op een administratieve indeling die destijds gebruikelijk was voor de postbezorging of gemeentelijke registratie. De handgeschreven aantekening "Verzonden 20/11" bevestigt dat de brief op de dag van datering is uitgegaan. Het document dateert van november 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was ook toen een centraal punt voor de Amsterdamse handel, maar stond onder streng toezicht van de bezetter en het collaborerende stadsbestuur.
Dergelijke administratieve bevelen illustreren de verregaande regulering van het dagelijks leven en de handel. Schaarste aan materialen (zoals koperdraad in snoeren) kan een reden zijn geweest waarom de overheid zo strikt toezag op het tijdig retourneren van in bruikleen afgestane goederen. De Albert Cuypmarkt was bovendien een plek waar gedurende de bezetting ingrijpende maatregelen plaatsvonden, zoals het verbod voor Joodse marktkooplieden om hun beroep uit te oefenen. Hoewel deze specifieke brief over een technisch hulpmiddel gaat, past hij in het grotere plaatje van de strikte bureaucratische controle tijdens de oorlogsjaren.