Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 308
Dossier 15
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen.

20 november 1941. Van: Onbekend, waarschijnlijk een gemeentelijke dienst van Amsterdam (gezien de ondertekening door "De Directeur" en de verwijzing naar een marktambtenaar).

Origineel

Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 20 november 1941. Onbekend, waarschijnlijk een gemeentelijke dienst van Amsterdam (gezien de ondertekening door "De Directeur" en de verwijzing naar een marktambtenaar). [Handgeschreven, blauwe inkt, rechtsboven:]
M. de Haan

[Handgeschreven, blauwe inkt, midden boven:]
Verzonden 21/11

[Getypt:]
HG.

den Heer M. Hangjas,
Rapenburgerstraat 26 II,
Amsterdam-Centrum.

Wijk 2.

25/152/1 M. 20 November 1941.

U gelieve het aan U in bruikleen afgestane snoer met toebe-
hooren, voor de kramenverlichting op de markt Albert Cuypstraat ten
spoedigste in te leveren bij den dienstdoenden marktambtenaar op
bovengenoemde markt.

                                                      De Directeur, Deze korte, zakelijke brief is een sommatie aan de heer M. Hangjas om geleende spullen (een verlichtingssnoer en bijbehorende zaken) direct terug te geven aan de marktambtenaar van de Albert Cuypmarkt.

Opvallende details:
* Kenmerk: "25/152/1 M." duidt op een administratief dossiernummer.
* Handgeschreven notities: "Verzonden 21/11" bevestigt dat de brief de dag na datering is verstuurd. "M. de Haan" rechtsboven is mogelijk de naam van de ambtenaar die de zaak behandelde.
* Toon: De brief is formeel en gebiedend ("U gelieve... ten spoedigste in te leveren"). Er wordt geen reden gegeven voor het terugvorderen van het snoer. De datum (20 november 1941) en het adres (Rapenburgerstraat 26 II) zijn cruciaal voor de historische context. We bevinden ons midden in de Duitse bezetting van Nederland.

  1. Locatie: De Rapenburgerstraat lag in het hart van de Jodenbuurt in Amsterdam. De heer M. Hangjas (Meyer Hangjas, geboren in 1891) was een Joodse marktkoopman.
  2. Anti-Joodse maatregelen: Vanaf het najaar van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun werkzaamheden. In september 1941 werden Joden verboden om op reguliere markten te staan; zij mochten alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" hun waar verkopen.
  3. Betekenis: De terugvordering van het verlichtingssnoer voor de Albert Cuypmarkt hangt zeer waarschijnlijk samen met het feit dat de heer Hangjas daar niet langer mocht staan vanwege zijn Joodse afkomst. Het terugeisen van bedrijfsmiddelen was een direct gevolg van de uitsluiting van Joden uit het economische en openbare leven.

Meyer Hangjas is, volgens archieven van de Oorlogsgravenstichting, op 21 mei 1943 in het vernietigingskamp Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een bureaucreaat spoor van de stelselmatige beroving en uitsluiting die aan de deportaties voorafging.

Samenvatting

Deze korte, zakelijke brief is een sommatie aan de heer M. Hangjas om geleende spullen (een verlichtingssnoer en bijbehorende zaken) direct terug te geven aan de marktambtenaar van de Albert Cuypmarkt.

Opvallende details:
* Kenmerk: "25/152/1 M." duidt op een administratief dossiernummer.
* Handgeschreven notities: "Verzonden 21/11" bevestigt dat de brief de dag na datering is verstuurd. "M. de Haan" rechtsboven is mogelijk de naam van de ambtenaar die de zaak behandelde.
* Toon: De brief is formeel en gebiedend ("U gelieve... ten spoedigste in te leveren"). Er wordt geen reden gegeven voor het terugvorderen van het snoer.

Historische Context

De datum (20 november 1941) en het adres (Rapenburgerstraat 26 II) zijn cruciaal voor de historische context. We bevinden ons midden in de Duitse bezetting van Nederland.

  1. Locatie: De Rapenburgerstraat lag in het hart van de Jodenbuurt in Amsterdam. De heer M. Hangjas (Meyer Hangjas, geboren in 1891) was een Joodse marktkoopman.
  2. Anti-Joodse maatregelen: Vanaf het najaar van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun werkzaamheden. In september 1941 werden Joden verboden om op reguliere markten te staan; zij mochten alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" hun waar verkopen.
  3. Betekenis: De terugvordering van het verlichtingssnoer voor de Albert Cuypmarkt hangt zeer waarschijnlijk samen met het feit dat de heer Hangjas daar niet langer mocht staan vanwege zijn Joodse afkomst. Het terugeisen van bedrijfsmiddelen was een direct gevolg van de uitsluiting van Joden uit het economische en openbare leven.

Meyer Hangjas is, volgens archieven van de Oorlogsgravenstichting, op 21 mei 1943 in het vernietigingskamp Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een bureaucreaat spoor van de stelselmatige beroving en uitsluiting die aan de deportaties voorafging.

Locaties

De Rapenburgerstraat lag in het hart van de Jodenbuurt in Amsterdam. De heer M. Hangjas (Meyer Hangjas geboren in 1891) was een Joodse marktkoopman.

Gerelateerde Documenten 6